Artikel 9.7.6.1 Wet milieubeheer

Lid 1

De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:

  1. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;

  2. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;

  3. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;

  4. de broeikasgasemissiegegevens;

en voert hierover een goede boekhouding.

Lid 2

De producent van waterstof uit elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, controleert:

  1. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare waterstof;

  2. de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en de hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare waterstof;

  3. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare waterstof;

  4. de broeikasgasemissiegegevens;

en voert hierover een goede boekhouding.

Lid 3

De producent van een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong controleert:

  1. de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte hernieuwbare waterstof voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

  2. de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte hernieuwbare waterstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

  3. de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

  4. de broeikasgasemissiegegevens;

en voert hierover een goede boekhouding.

Lid 4

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste tot en met derde lid.