Artikel 175 Wetboek van Koophandel
Lid 1
De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als orderbriefje, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.
Lid 2
Het orderbriefje, waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.
Lid 3
Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats van de onderteekening van den titel geacht te zijn de plaats van betaling en tevens de plaats van het domicilie van den onderteekenaar.
Lid 4
Het orderbriefje, dat de plaats van zijne onderteekening niet vermeldt, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam van den onderteekenaar.
Recente uitspraken
Art. 175 WKH is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2364 — 27-07-2021 Hof 's-Hertogenbosch
Kwalificeren promissory notes als orderbriefjes? Dwingend bewijs van inhoud akte. Tegenbewijs toegelaten (art. 151 lid 2 Rv). - ECLI:NL:RBLIM:2020:3566 — 13-05-2020 Rb. Limburg
Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.