Artikel 174 Wetboek van Koophandel

Het orderbriefje behelst:

  1. hetzij de orderclausule, hetzij de benaming "orderbriefje" of "promesse aan order", opgenomen in den tekst zelf, en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;

  2. de onvoorwaardelijke belofte een bepaalde som te betalen;

  3. de aanwijzing van den vervaldag;

  4. die van de plaats, waar de betaling moet geschieden;

  5. den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;

  6. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar het orderbiljet is onderteekend;

  7. de handteekening van hem, die den titel uitgeeft (onderteekenaar).

Recente uitspraken

Art. 174 WKH is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2364 — 27-07-2021 Hof 's-Hertogenbosch
    Kwalificeren promissory notes als orderbriefjes? Dwingend bewijs van inhoud akte. Tegenbewijs toegelaten (art. 151 lid 2 Rv).
  • ECLI:NL:RBLIM:2020:3566 — 13-05-2020 Rb. Limburg
    Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.