Artikel 77 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Lid 1

Een uitkering die op grond van deze wet alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald en hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in artikel 76 door het UWV onverschuldigd is betaald of verstrekt wordt door het UWV teruggevorderd.

Lid 2

De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het UWV van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond van artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in mindering heeft kunnen brengen op het loon.

Lid 3

In afwijking van het eerste lid kan het UWV besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:

  1. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;

  2. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;

  3. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

  4. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.

Lid 4

De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid.

Lid 5

De in het derde lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:

  1. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en

  2. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 27, eerste lid.

Lid 6

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Lid 7

Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.

Lid 8

In afwijking van het eerste lid kan het UWV, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag niet te boven gaat.

Recente uitspraken

Art. 77 WIA is sinds 2015 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, CRvB en Rb. Limburg.

  • ECLI:NL:CRVB:2015:1265 — 22-04-2015 CRvB
    Terugvordering voorschot TW na 1 juli 2009. Art. 4:95 lid 4 Awb is niet van toepassing.
  • ECLI:NL:RBROT:2023:11698 — 14-12-2023 Rb. Rotterdam
    Verzoek om kwijtschelding van de openstaande vorderingen. Er is niet voldaan aan de in art. 33, vierde lid van de ZW en art. 77, vierde lid, van de WIA gestelde termijn van 10 jaar. Ook geen toepassing buitenwettelijke begunstigend beleid; er is niet voldaan aan de vereisten van…
  • ECLI:NL:RBLIM:2023:5459 — 07-09-2023 Rb. Limburg
    Wet WIA. Terugvordering. Redelijke termijn.
  • ECLI:NL:RBZWB:2023:3709 — 26-05-2023 Rb. Zeeland-West-Brabant
    WIA
  • ECLI:NL:RBZWB:2022:1208 — 04-03-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant
    WIA

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.