Artikel 64 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Lid 1

Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op een uitkering op grond van artikel 47 of artikel 54 ontstaat.

Lid 2

Het UWV stelt de verzekerde van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk op de dag waarop de wachttijd 89 weken heeft geduurd. Indien artikel 24, derde lid, van toepassing is doet het UWV deze kennisgeving bij de bekendmaking van de in dat artikellid bedoelde beschikking. Het UWV verstrekt aan de werkgever een afschrift van de kennisgeving bedoeld in de eerste en tweede zin.

Lid 3

De verzekerde doet zijn aanvraag uiterlijk elf weken voor afloop van de wachttijd of indien toepassing is gegeven aan artikel 24, derde lid, elf weken voor afloop van het in dat lid bedoelde verlengde tijdvak.

Lid 4

Indien het UWV de in het eerste lid bedoelde aanvraag afwijst omdat een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 43, onderdeel d, e, f of i, van toepassing is maakt het UWV melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag alsmede van de termijn waarbinnen een nieuwe aanvraag dient te worden gedaan.

Lid 5

Indien het vierde lid van toepassing is doet de verzekerde zijn nieuwe aanvraag binnen de op grond van dat lid door het UWV aangegeven termijn.

Lid 6

Een aanvraag wordt geacht tijdig te zijn ingediend indien het UWV de kennisgeving als bedoeld in het tweede lid niet heeft gedaan dan wel indien bij een latere kennisgeving dan bedoeld in het tweede lid of vierde lid de aanvraag wordt ingediend binnen vier weken nadat deze kennisgeving is ontvangen. Dit lid is niet van toepassing indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, niet heeft gedaan voor de dag waarop de wachttijd 81 weken heeft geduurd.

Lid 7

Indien het UWV toepassing geeft aan artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, tweede zin, wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort.

Lid 8

Het UWV hervat de behandeling van de aanvraag in ieder geval:

  1. indien het UWV heeft vastgesteld dat de tekortkoming, bedoeld in artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, is hersteld;

  2. op verzoek van de werknemer in verband met de beëindiging van zijn dienstbetrekking; of

  3. tenminste zes weken voordat het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, of artikel 26, tweede lid, van 52 weken is verstreken.

Lid 9

Artikel 25, vijftiende lid, is van overeenkomstige toepassing op de situatie, bedoeld in het achtste lid, onderdelen b en c.

Lid 10

Indien de toepassing van het eerste lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het UWV bevoegd het recht op een uitkering op grond van deze wet ambtshalve vast te stellen.

Lid 11

Het recht op een uitkering op grond van deze wet kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor 52 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het UWV kan voor bijzondere gevallen van de eerste zin afwijken.

Lid 12

Het elfde lid is van overeenkomstige toepassing indien het recht op uitkering op grond van deze wet later ontstaat dan wel herleeft of indien de uitkering op grond van deze wet wordt verhoogd.

Lid 13

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die door de verzekerde bij de aanvraag worden verstrekt.

Recente uitspraken

Art. 64 WIA is sinds 2009 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Den Haag en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2014:1341 — 06-06-2014 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Loonaanspraak bij ziekte. Verval loonaanspraak bij weigering passende arbeid; art. 7:629 lid 3, aanhef en onder c, BW. Komt loonaanspraak ook te vervallen over het deel van de werktijd waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is? Betekenis “voor…
  • ECLI:NL:CRVB:2025:1272 — 28-08-2025 CRvB
    Toekenning AOW-pensioen met ingang van 14 juli 2022 met een korting van 82% vanwege 41 niet-verzekerde jaren en weigering toekenning overbruggingsuitkering of anderszins compensatie vanwege een onevenredig zware last terecht. Onvoldoende aanknopingspunten om appellant in het…
  • ECLI:NL:CRVB:2024:2105 — 31-10-2024 CRvB
    Afwijzing aanvraag overbruggingsuitkering . De lijfrente-uitkering van appellant eindigde niet in de maand van zijn 65ste verjaardag of de eerste dag van de maand na zijn 65ste verjaardag. Hierdoor is niet voldaan aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de OBR.
  • ECLI:NL:CRVB:2024:2104 — 31-10-2024 CRvB
    Afwijzing aanvraag overbruggingsuitkering . De lijfrente-uitkering van appellante eindigde niet in de maand van haar 65ste verjaardag of de eerste dag van de maand na haar 65ste verjaardag. Hierdoor is niet voldaan aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a, van de OBR.
  • ECLI:NL:RVS:2022:1441 — 18-05-2022 Raad van State
    Deze zaken gaan over aanvragen kinderopvangtoeslag die deels zijn afgewezen door de Belastingdienst/Toeslagen omdat ze betrekking hebben op een periode die te ver gelegen is voor het tijdstip van de aanvraag om de toeslag, namelijk méér dan drie maanden voor de eerste van de…

Bekijk alle 12 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.