Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 10.1
Vervallen
Artikel 10.2
Vervallen
Artikel 10.2a
Vervallen
Artikel 10.3
Indien voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 14 maart 2018 tot wijziging van de Waterwet en van de Wet maritiem beheer BES in verband met de uitvoering van de wijziging van het Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972 (mariene geo-engineering) (Stb. 98) voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onderdeel d, een watervergunning is verleend, berust deze op artikel 6.3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, mits de activiteit in bijlage 4 bij het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972 (Trb. 1998, 134) is aangemerkt als een activiteit waarvoor een vergunning kan worden verleend.
Artikel 10.4
Lid 1
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de volledige inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet.
Lid 2
Onverminderd het eerste lid zendt Onze Minister vóór 1 januari 2025 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de artikelen 7.23 tot en met 7.26.
Artikel 10.5
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 10.6
Deze wet wordt aangehaald als: Waterwet.