Artikel 81 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
(oud artikel 65 VEG)
De Unie ontwikkelt een justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, die berust op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken. Deze samenwerking kan maatregelen ter aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten omvatten.
Voor de toepassing van lid 1 stellen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure, met name wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt, maatregelen vast die het volgende beogen:
de wederzijdse erkenning tussen de lidstaten van rechterlijke beslissingen en van beslissingen in buitengerechtelijke zaken en de tenuitvoerlegging daarvan;
de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken;
de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende regels voor collisie en jurisdictiegeschillen;
samenwerking bij het vergaren van bewijsmiddelen;
daadwerkelijke toegang tot de rechter;
het wegnemen van de hindernissen voor de goede werking van burgerrechtelijke procedures, zo nodig door bevordering van de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende bepalingen inzake burgerlijke rechtsvordering;
de ontwikkeling van alternatieve methoden voor geschillenbeslechting;
de ondersteuning van de opleiding van magistraten en justitieel personeel.
In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen vastgesteld door de Raad, die volgens een bijzondere wetgevingsprocedure besluit. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.
De Raad kan op voorstel van de Commissie bij besluit vaststellen ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.
Het in de tweede alinea bedoelde voorstel wordt aan de nationale parlementen toegezonden. Indien binnen een termijn van zes maanden na die toezending door een nationaal parlement bezwaar wordt aangetekend, is het besluit niet vastgesteld. Indien geen bezwaar wordt aangetekend, kan de Raad het besluit vaststellen.
Geconsolideerde tekst van 15-03-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.
Recente uitspraken
Art. 81 VWEU is sinds 2022 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBAMS:2024:98 — 10-01-2024 Rb. Amsterdam
Bevoegdheidsincident, Nederlandse ankergedaagde, artikel 7 Rv, samenhang vorderingen. Zaak wordt aangehouden wegens prejudiciële vragen aan Hof van Justitie over de uitleg van artikel 8 Brussel I Bis-Verordening. - ECLI:NL:RBAMS:2023:3441 — 31-05-2023 Rb. Amsterdam
Bevoegdheidsincident in mededingingszaak. Misbruik van machtspositie door Google bij bevoordelen van eigen vergelijkingsdienst (Google Shopping). Follow-on periode en stand-alone periode. Vraag of Google Netherlands kan gelden als ankergedaagde. De rechtbank oordeelt dat Google… - ECLI:NL:RBROT:2023:4036 — 10-05-2023 Rb. Rotterdam
Verzoek dwangakkoord toegewezen. Saneringskrediet. Curaçaose schuldeiser. - ECLI:NL:RBAMS:2023:1789 — 29-03-2023 Rb. Amsterdam
Bevoegdheidsincident in follow on-kartelschadezaak - zodanige samenhang (ankergedaagde) - plaats van schadebrengende feit (Handlungsort, Erfolgsort) - artikel 9 onder c Rv (forum necessitatis) - geen rechtsmacht ten aanzien van een deel van de vorderingen. - ECLI:NL:RBDHA:2022:10377 — 04-10-2022 Rb. Den Haag
Toewijzing verzoek dwangakkoord. Curaçaose schuldeiser. Aanvaarding rechtskracht en rechtsgevolgen binnen Koninkrijk der Nederlanden.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.