beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/446797 / FA RK 26-1733
datum uitspraak: 21 juli 2026
beschikking betreffende een informele rechtsingang
in de zaak van
[minderjarige 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012,
wonende te [plaats 1] , feitelijk verblijvende te [plaats 2] .
als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [plaats 2] ,
advocaat: mr. E.A.G. van Acker te Sint Jansteen,
[de man] ,
hierna te noemen: de man,
wonende te [plaats 1] ,
gezamenlijk te noemen: de ouders.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.
1 Het verloop van de zaak
Op 31 maart 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [minderjarige 1] .
De kinderrechter heeft op 29 juni 2026 met [minderjarige 1] gesproken over haar brief.
Naar aanleiding van dit gesprek heeft de kinderrechter de ouders en de Raad uitgenodigd voor een zitting. De zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.
De kinderrechter heeft tijdens de zitting een samenvatting gegeven van de brief van [minderjarige 1] en ook verteld wat er is besproken in het gesprek van 29 juni 2026. De ouders hebben de gelegenheid gekregen om hierop te reageren.
2 De feiten
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012;
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016.
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . [minderjarige 1] staat ingeschreven op het adres van de man, maar verblijft feitelijk bij de vrouw.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat in de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat er een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal zijn conform het aan die beschikkig gehechte ouderschapsplan.
De zorgregeling houdt inmiddels in dat [minderjarige 1] een weekend per veertien dagen bij de man verblijft.
3 De vraag van [minderjarige 1]
vraagt de kinderrechter om volledig bij haar moeder te wonen.
Zij heeft in haar brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij zich bij haar vader niet gezien, niet gehoord en niet begrepen voelt. Haar vader is vaak boos en [minderjarige 1] maakt zich zorgen over het alcoholgebruik van haar vader. [minderjarige 1] voelt zich ongelukkig bij haar vader. Zij maakt zich ook zorgen over haar broertje, [minderjarige 2] . Voorheen zagen [minderjarige 1] en haar vader elkaar om de week, maar na een incident waarbij er acht weken geen contact tussen beiden heeft plaatsgevonden, is de contactregeling aangepast naar één weekend per veertien dagen. [minderjarige 1] licht toe dat haar moeder haar verplicht om naar haar vader te gaan, echter wil zij dit niet meer. [minderjarige 1] wil graag volledig bij haar moeder wonen. Bij haar moeder ervaart zij meer rust, regelmaat en regels.
4 De beoordeling van de kinderrechter
[minderjarige 1] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Hetzelfde geldt als een kind de leeftijd van twaalf nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn/haar belangen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. Een kind kan alleen gebruik maken van de informele rechtsingang als dat in de wet is bepaald. Dat betekent dat de kinderrechter over een beperkt aantal onderwerpen een beslissing kan nemen.
Wat zegt de wet?
Op de vraag van [minderjarige 1] is allereerst artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Dit artikel gaat over de gezamenlijke uitoefening van het gezag door de ouders, waaronder onder meer de toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling).
Op grond van artikel 1:253a lid 4 BW zijn de artikelen 1:377e en 1:377g BW van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1:377g BW bepaalt dat de rechter, indien haar blijkt dat een minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing over een zorgregeling kan wijzigen op de voet van artikel 1:377e BW. Dit laatste artikel bepaalt dat de rechtbank een beslissing inzake de zorgregeling kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Wat vindt de kinderrechter?
De kinderrechter begrijpt de vraag van [minderjarige 1] als een vraag om de zorgregeling van één weekend per veertien dagen te wijzigen. Bij [minderjarige 1] is de wens en behoefte ontstaan om niet meer naar de man te gaan. Op dit moment wordt aan de weekendregeling geen uitvoering gegeven. Dat betekent dat de omstandigheden zijn gewijzigd. Gelet hierop kan [minderjarige 1] worden ontvangen in haar vraag.
Tijdens de zitting heeft de man de zorgen zoals die door [minderjarige 1] zijn geuit, erkend. Hij vindt het verdrietig dat [minderjarige 1] zich ongelukkig voelt en dat zij zich zulke grote zorgen maakt. De man geeft aan dat de brief van [minderjarige 1] voor hem een “eyeopener” is geweest en licht toe dat hij gezinshulp via [hulpverlening] heeft ingeschakeld. Gezinshulp zal hem ondersteunen in het vormgeven van een band en relatie met [minderjarige 1] , waaronder het werken aan de communicatie tussen hen beiden. Daarnaast heeft de man toegezegd dat hij zich zal wenden tot de huisarts voor de inzet van hulpverlening op het gebied van zijn alcoholproblematiek. De vrouw staat achter de inzet van voornoemde hulpverlening. Ondanks dat de vrouw altijd het contact tussen [minderjarige 1] en de man heeft gestimuleerd, maakt zij zich zorgen over de (alcohol)problematiek van de man. Ook de Raad heeft ter zitting aangegeven dat de inzet van hulpverlening noodzakelijk is om oude partronen te doorbreken. [minderjarige 1] wil door haar vader gezien, gehoord en begrepen worden. Daarom is het belangrijk dat contact tussen hen hersteld wordt.
De ouders zijn het met elkaar eens dat het contact tussen de man en [minderjarige 1] hersteld dient te worden en dat hierbij hulpverlening aan de zijde van de man noodzakelijk is. Met de ouders is ter zitting afgesproken dat er in het weekend van 18 en 19 juli 2026 een kort contactmoment zal plaatsvinden tussen [minderjarige 1] en de man, waarbij zij bijvoorbeeld samen ergens wat gaan eten of een ijsje gaan halen. Daarna zullen de ouders in onderling overleg afspraken maken over hoe het contact en de relatie tussen [minderjarige 1] en de man op een verantwoorde wijze verder opgebouwd en hersteld kan worden. Zodra de gezinshulp bij de man gestart is, zal deze de ouders, maar met name de man, daarin (verder) ondersteunen. De man zal daarnaast hulp zoeken voor zijn alcoholproblematiek. De rechtbank ziet dat de ouders op één lijn lijken te zitten en dat zij de belangen van [minderjarige 1] voorop zetten. De rechtbank heeft er dan ook vertrouwen in dat het de ouders lukt, om met de inzet van hulpverlening, te werken aan contactherstel tussen de man en [minderjarige 1] .
De rechtbank acht het van belang om zicht te houden op het verloop van het de hulpverleningstrajecten en op de ontwikkelingen in het contact tussen [minderjarige 1] en de man. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om de beslissing op de vraag van [minderjarige 1] aan te houden voor de duur van zes maanden, te weten tot 21 januari 2027 pro forma. De advocaat van de vrouw wordt verzocht om uiterlijk op voornoemde datum de rechtbank te informeren over de stand van zaken en over de ontwikkelingen in het contact tussen [minderjarige 1] en de man.
5 Brief aan [minderjarige 1]
De rechtbank vindt het belangrijk om [minderjarige 1] een brief te sturen met uitleg over haar beslissing, zodat het voor [minderjarige 1] duidelijk is wat er is besloten en wat er de komende periode gaat gebeuren. In deze brief leest [minderjarige 1] het volgende:
Beste [minderjarige 1] ,
Op 29 juni 2026 heb ik met jou een gesprek gehad op de rechtbank in Middelburg. Allereerst wil ik zeggen dat het knap is dat jij dit gesprek met mij hebt gevoerd. Ik kan mij voorstellen dat dat niet makkelijk was, maar jij hebt heel duidelijk verteld wat jij vindt en graag zou willen in het contact met jouw papa.
In het gesprek heb jij mij onder andere verteld dat jij je niet fijn voelt bij papa thuis. Jij voelt je daar niet gezien, niet gehoord en niet begrepen. Ook maak jij je zorgen over het alcoholgebruik van papa en wil jij het liefst niet meer naar papa. Bij mama ervaar jij meer rust, regelmaat en regels.
Op 14 juli 2026 heb ik een gesprek gehad met jouw papa en mama. Zo’n gesprek heet officieel een “zitting” en hier waren ook de advocaat van jouw mama en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming bij aanwezig. De Raad voor de Kinderbescherming nodigen wij uit als we beslissingen over kinderen moeten nemen, zodat zij advies kunnen geven.
Tijdens de zitting is het mij duidelijk geworden dat jouw ouders veel van jou houden. Jouw papa heeft gezegd dat jouw brief een ‘eyeopener’ is geweest en dat hij goed heeft nagedacht over de situatie. Hij snapt jouw zorgen en vindt het fijn dat jij een brief naar de rechtbank hebt geschreven, zodat hij echt ziet dat hij hulp nodig heeft. Hij heeft gezinshulp ingeschakeld. Dit is hulpverlening die jouw papa gaat helpen om de band tussen jou en je papa te verbeteren. Ook heeft jouw papa beloofd dat hij naar de huisarts gaat om hulp te vragen bij zijn alcoholproblematiek.
Jouw papa en jouw mama willen er alles aan doen om het contact tussen jou en je papa te herstellen. Op de zitting hebben wij afgesproken dat er in het weekend van 18 en 19 juli 2026 een kort contactmoment zal plaatsvinden tussen jou en je papa. Daarna zullen jouw papa en mama samen verder kijken hoe het contact op een goede manier weer tot stand kan komen, zodat er een situatie ontstaat waarbij jij het weer fijn vindt om naar jouw papa te gaan.
Omdat ik graag zicht wil houden op het verloop van het hulpverleningstraject en het contact tussen jou en je papa, heb ik besloten om nu nog geen beslissing over jouw vraag te nemen. Die beslissing houd ik aan voor zes maanden. Dit betekent dat de advocaat van jouw mama mij over zes maanden gaat informeren over hoe het dan met jou en je papa gaat en over hoe het contact dan tussen jou en je papa plaatsvindt. Als ik dat weet, ga ik opnieuw over jouw vraag nadenken.
Ik hoop dat het voor jou duidelijk is wat er nu gaat gebeuren en ik wens je het allerbeste de komende tijd.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter.
6 De beslissing van de kinderrechter
De kinderrechter:
houdt de de beslissing op de vraag van [minderjarige 1] aan tot 21 januari 2027 PRO FORMA, in afwachting van het bericht van de advocaat van de vrouw zoals overwogen in rechtsoverweging 4.8.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier. |
||
Mededeling van de griffier:
Voor zover in deze beschikking één of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof:
a. namens de minderjarige door zijn wettelijk vertegenwoordiger of de bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
b. door de minderjarige zelf als zijn aanvraag ziet op de benoeming van een bijzondere curator: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
c. door de anderen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen 3 maanden na de dag van de beschikking;
d. door andere belanghebbenden: binnen 3 maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op een andere manier bekend is geworden. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.