ECLI:NL:RBZWB:2026:7980

Datum uitspraak
21-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/449373 / JE RK 26-1063
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449373 / JE RK 26-1063

Datum uitspraak: 21 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

bijgestaan door mr. I.D. van Wijnen, advocaat in Assen,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[grootouder 1] EN [grootouder 2] ,

hierna te noemen de grootouders moederszijde (mz),

wonende in [plaats 3] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 juni 2026;

  • de op 17 juli 2026 ontvangen brief van mr. Van Wijnen met bijlagen.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • een vertegenwoordiger van de GI;

  • de moeder met haar advocaat;

  • de vader.

De grootouders mz hebben per email van 29 juni 2026 bericht dat zij wegens vakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet ter zitting zullen verschijnen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om haar mening over het verzoek van de GI te geven. Zij heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

2.2.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij beschikking van 29 juli 2025 onder toezicht gesteld van de GI tot 29 juli 2026. Voorts is bij die beschikking een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, zijnde de grootouders mz, tot 29 juli 2026.

2.3.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op basis van deze machtiging bij de grootouders mz.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de GI

4.1.

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI -samengevat- aangevoerd dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] veel hebben meegemaakt in de opvoedsituatie bij de moeder. Ze wonen al geruime tijd bij de grootouders mz en verblijven om de week een weekend en de helft van de vakanties bij de vader. De kinderen hebben om de week een begeleid bezoekmoment met de moeder. [minderjarige 1] sluit daar wisselend wel en niet bij aan in verband met boosheid, verdriet en frustratie. De moeder is lange tijd verslaafd geweest en is zwanger geraakt van haar eveneens verslaafde partner. De moeder is op [datum] 2026 bevallen van dochter [minderjarige 3] en woont in een moeder-kind huis. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kampen met verdriet en spanningen waarvoor hulpverlening is ingezet.

4.2.

De vader, de grootouders mz en de moeder werken goed samen met de hulpverlening. Bij de moeder wordt in die zin een belangrijke positieve omslag gezien ten opzichte van de tijd waarin bij haar sprake was van middelengebruik. Zij werkt met behulp van individuele behandeling intensief aan zichzelf. De moeder heeft de intentie, anders dan voorheen, om na de bevalling niet weer middelen te gaan gebruiken. Dit ook vanuit haar wens het vertrouwen bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] terug te winnen en vervolgens door middel van een door haarzelf geschreven opbouwschema toe te werken naar een situatie waar zij haar dochters om de maand een weekend in haar eigen huis kan verzorgen. De GI kan zich in dit schema vinden, maar heeft daaraan wel de voorwaarden verbonden dat de moeder geen verdovende middelen meer zal gebruiken, dat zij geen contact zal toestaan of hebben met haar ex-partner en vader van [minderjarige 3] en dat zij haar dochters met hem noch met andere partners contact zal laten hebben. Omdat de moeder nog maar net is bevallen, zal moeten blijken of zij de positieve lijn vast kan houden, zij de problematische mannen uit haar leven kan houden en het vertrouwen van haar kinderen niet zal schaden. De moeder zal ervoor moeten waken daarin niet te grote stappen ineens te willen maken, nu dit de situatie extra onder druk kan plaatsen en een averechtse uitwerking kan hebben.

4.3.

Het is voor de kinderen van belang dat zij bij de grootouders mz kunnen blijven wonen. De GI heeft onlangs therapie aangevraagd voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarnaast dient in het aankomende jaar de huidige contactregeling tussen de vader en de kinderen formeel te worden vastgelegd. Ook dient er duidelijkheid te komen of de moeder haar gezag zal kunnen behouden. Gezien de langdurige problematiek kan dit naar de mening van de GI alleen in een gedwongen kader. De GI handhaaft daarom haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing.

5 De standpunten van de belanghebbenden

5.1.

Door en namens de moeder is -samengevat- naar voren gebracht dat de moeder inmiddels een positieve wending aan haar leven heeft weten te geven. Dit is door de GI terecht als zodanig in het verzoekschrift tot uitdrukking gebracht. Ook zet de moeder concrete stappen om te komen tot herstel van het vertrouwen en naar zij hoopt ook herstel van het contact tussen haar en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarnaast zou de moeder graag zien dat de verstandhouding en communicatie tussen haar en de grootouders mz verbetert en dat er tussen haar en de vader van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] overleg plaatsvindt over zaken die in hun belang besproken en geregeld dienen te worden. De moeder begrijpt niet waarom de GI als voorwaarde stelt dat er geen contact mag zijn met de vader van [minderjarige 3] . Hij is zijn leven aan het beteren, wat ook betekent dat hij zich strikt houdt aan de hem in het kader van een strafrechtelijke veroordeling opgelegde voorwaarden, waaronder het accepteren van individuele behandeling. De moeder vindt dat hij een tweede kans verdient, wat ook betekent dat hij deel van haar leven uit moet (kunnen) maken. De moeder is van mening dat het verzoek kan worden toegewezen voor zes maanden, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. In de vorige beschikking is opdracht gegeven te werken aan contactherstel tussen de moeder en de grootouders mz en dat is nog niet gebeurd. Dit is ook een belemmering voor het contact tussen de moeder en de kinderen. Hierin moeten wel stappen gezet gaan worden, in verband waarmee de moeder vraagt een tussentijds toetsmoment te creëren.

5.2.

Door de vader is -samengevat- aangegeven dat hij de door de GI aangevoerde argumenten voor het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing onderschrijft. Hij kan daarom instemmen met een verlenging van beide beschermingsmaatregelen voor de verzochte duur. Naar zijn mening dient de moeder zich in dit stadium uitsluitend te richten op haar herstel en het contact tussen haar en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en van de contactmomenten te genieten. Hij vraagt de moeder nadrukkelijk geen druk op de grootouders mz en de kinderen uit te oefenen.

6 De beoordeling

6.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ook is naar het oordeel van de kinderrechter een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding.2

6.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen besproken is ter zitting blijkt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De doelen waaraan binnen de ondertoezichtstelling moet worden gewerkt zijn nog niet behaald. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben nog veel last van de gebeurtenissen uit het verleden. Bij de grootouders mz hebben zij een stabiele basis om met ingezette hulpverlening deze gebeurtenissen te verwerken. Daarnaast verblijven de kinderen volgens een vaste regeling bij de vader, hetgeen goed verloopt.

Bij de moeder is sprake van langdurige verslavingsproblematiek. Zij is gestopt met middelengebruik en is onlangs bevallen van dochter [minderjarige 3] , met wie zij in een moeder-kindhuis verblijft. De moeder heeft individuele hulpverlening en maakt een positieve ontwikkeling door. Deze ontwikkeling is echter nog pril en de komende tijd zal moeten blijken of zij deze positieve ontwikkeling kan blijven vasthouden. Een zorg daarbij is of en op welke wijze de ex-partner en vader van [minderjarige 3] onderdeel zal uitmaken van haar leven.

6.3.

De komende tijd zal verder ingezet worden op het contactherstel tussen de moeder en de kinderen en waar mogelijk tussen de moeder en de grootouders mz. Het is in het belang van de kinderen indien alle betrokkenen constructief met elkaar kunnen communiceren en kunnen samenwerken, maar er is in het verleden veel gebeurd waardoor het vertrouwen in de moeder ernstig is geschaad. Alle betrokkenen moet tijd gegund worden om zich opnieuw open te kunnen stellen en het contact op enigerlei wijze weer op te kunnen pakken. Hoewel de kinderrechter de wens van de moeder tot spoedig contactherstel begrijpt, kan dit niet worden geforceerd. De kinderrechter ziet hierin dan ook, anders dan de moeder, geen aanleiding om het verzoek van de GI voor beperkte duur toe te wijzen en een resterend deel van het verzoek aan te houden teneinde een tussentijds toetsmoment te creëren.

6.4.

Op grond van het voorgaande zal het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden toegewezen voor de duur van een jaar.

6.5.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.3

6.6.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 29 juli 2026 tot 29 juli 2027;

7.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, zijnde bij de grootouders moederszijde, met ingang van 29 juli 2026 tot 29 juli 2027;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 3 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »