RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448895 / JE RK 26-977
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. T. Möller uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 mei 2026;
-
de brief van mr. Van Kerkhof, ontvangen op 14 juli 2026;
-
de brief van mr. Möller, ontvangen op 14 juli 2026;
-
het bericht van de GI, ontvangen op 14 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De moeder en haar advocaat zijn, met kennisgeving vooraf, niet bij de zitting verschenen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 oktober 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 28 juli 2026 tot 28 juli 2026.
Bij beschikking van 3 juni 2026 is bepaald dat dat de vader en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot (begeleid) contact met elkaar onder leiding en regie van de GI.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI, samengevat, het volgende aangegeven. De afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet in de opvoedsituatie van [minderjarige]. Met intensieve ondersteuning vanuit [thuiszorg] is er meer stabiliteit ontstaan rondom de basisverzorging, dagstructuur en praktische omstandigheden van de moeder en [minderjarige]. De moeder laat groei zien in haar opvoedvaardigheden, het accepteren van hulpverlening en het organiseren van praktische zaken. De dagelijkse basiszorg voor [minderjarige] is momenteel aanwezig. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige]. Met name de spanningen tussen ouders, het onderlinge wantrouwen en het ontbreken van stabiele en onbelaste communicatie zorgen ervoor dat [minderjarige] onvoldoende vrij contact kan hebben met beide ouders. Hierdoor wordt zij belast met de spanningen rondom omgang en overdrachten, wat risico’s met zich meebrengt voor haar hechting en sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast blijft de moeder kwetsbaar in haar emotieregulatie en het vasthouden van structuur op momenten van stress en spanning. Zij heeft nog ondersteuning nodig om emotioneel beschikbaar te blijven voor [minderjarige] en veilige, stabiele keuzes te blijven maken. Ook de samenwerking tussen ouders vraagt nog intensieve begeleiding. Het lukt ouders op dit moment nog onvoldoende om zelfstandig uitvoering te geven aan afspraken rondom omgang en communicatie in het belang van [minderjarige]. De ingezette hulpverlening, waaronder het moeder-kindtraject en de ouderschapsbemiddeling via de gezinsmanager, heeft tijd nodig om verder effect te kunnen hebben. De begeleiding gericht op het verbeteren van de communicatie tussen ouders, het verminderen van spanningen en het vormgeven van een werkbaar ouderschapsplan bevindt zich nog in een pril stadium. Daarbij heeft de afwezigheid van vader wegens verblijf in Suriname de voortgang beperkt. De aanmelding voor begeleide omgang en omgangsobservatie is inmiddels gedaan, maar het wachten is nu op de start van het traject. Wanneer de omgangsbegeleiding is gestart, kan gekeken worden wat de beste omgangsregeling is tussen de vader en [minderjarige]. De GI wil dit nog monitoren. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI om een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
Namens de moeder is schriftelijk, samengevat, aangegeven dat zij het aanvankelijk niet eens was met een verlenging van de ondertoezichtstelling maar dat zij wel kan begrijpen waarom het verzoek is ingediend. Er is immers nog steeds grote onrust tussen de ouders en onzekerheid over op welke wijze de vader contact moet hebben met [minderjarige]. De kinderrechter heeft bepaald dat de contacten tussen [minderjarige] en haar vader slechts onder begeleiding kunnen plaatsvinden. De GI dient dit te gaan faciliteren en regelen. Gelet op het voorgaande verzet de moeder zich niet tegen toewijzing van het verzoek.
Door en namens de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij instemt met het verzoek van de GI. Er is nog contact en begeleiding vanuit de GI nodig om te zorgen dat de ouders goede afspraken kunnen maken. De vader wil graag enkele zaken rechtzetten die tijdens de vorige zitting zijn besproken. Toen is er een bepaald beeld geschetst vanuit de moeder, waarin de vader zich niet herkent. De vader is naar Suriname gereisd, maar het was niet zijn bedoeling daar langer te blijven. Door omstandigheden kon hij niet eerder weg. Sinds maart 2026 heeft hij nu geen contact meer gehad met [minderjarige], en hij mist haar erg. Hij vindt dat de periode zonder contact te lang duurt en hoopt dat er, in afwachting van de start van de begeleide omgang, toch een vorm van contact mogelijk is, bijvoorbeeld telefonisch. De vader benadrukt dat hij [minderjarige] heel graag wil zien.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De afgelopen periode zijn er positieve ontwikkelingen geweest in de opvoedsituatie van [minderjarige]. Dankzij ondersteuning van [thuiszorg] is er meer stabiliteit ontstaan in de basisverzorging, dagstructuur en praktische omstandigheden bij de moeder en [minderjarige]. De moeder toont vooruitgang in haar opvoedvaardigheden, het accepteren van hulp en het regelen van praktische zaken, waardoor de dagelijkse basiszorg voor [minderjarige] nu aanwezig is. De kinderrechter complimenteert de moeder hiermee. Tegelijkertijd blijft er sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige]. De spanningen en het wantrouwen tussen de ouders, samen met het ontbreken van stabiele, onbelaste communicatie, zorgen ervoor dat [minderjarige] onvoldoende vrij contact heeft met beide ouders. Daarnaast wordt gezien dat de moeder kwetsbaar blijft in haar emotionele regulatie en het vasthouden van structuur tijdens stressvolle momenten. Zij heeft nog ondersteuning nodig om emotioneel beschikbaar en stabiel te blijven voor [minderjarige].
De samenwerking tussen de ouders vraagt eveneens nog veel begeleiding. Het lukt hen nu nog onvoldoende om zelfstandig afspraken over omgang en communicatie na te komen, ondanks de ingezette hulpverlening zoals het moeder-kindtraject en de ouderschapsbemiddeling via de gezinsmanager. De begeleiding gericht op communicatie, het verminderen van de onderlinge spanningen en het opstellen van een werkbaar ouderschapsplan staat nog in de beginfase. De voortgang hiervan is ook beperkt door het verblijf van de vader in Suriname.
Er is inmiddels een aanmelding gedaan voor begeleide omgang en omgangsobservatie, maar het traject moet nog starten. Zodra de omgangsbegeleiding van start gaat, kan worden bepaald welke omgangsregeling het beste is voor vader en [minderjarige]. Het is van belang dat de GI dit proces vormgeeft en blijft volgen.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter geeft partijen het volgende mee. [minderjarige] heeft inmiddels geruime tijd geen contact gehad met haar vader. Tijdens de zitting is besproken dat er door de GI bekeken kan worden of er mogelijkheden zijn voor een vorm van contact tussen vader en [minderjarige], bijvoorbeeld via een kaartje of een video. Daarnaast is het van belang dat de moeder informatie over [minderjarige] met de vader deelt. Dit kan via de GI lopen. Het is namelijk belangrijk dat de vader weet wat er in het leven van [minderjarige] speelt, zodat hij op de hoogte is wanneer de omgang weer wordt opgestart.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 28 juli 2026 tot 28 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.