RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449244 / JE RK 26-1034
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. A.G. Ouwejan uit Utrecht.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 juni 2026;
-
de briefrapportage van de GI (kindgesprek met [minderjarige]), ontvangen op 9 juli 2026;
-
de brief van mr. Ouwejan met bijlagen, ontvangen op 13 juli 2026;
-
het verweerschrift van mr. Ouwejan, ontvangen op 14 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder;
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de betrokken jeugdbeschermers. Zowel de kinderrechter als de ouders hebben een schriftelijk verslag van dit gesprek ontvangen.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 22 juli 2025 tot 22 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De relatie tussen de ouders is in januari 2023 verbroken. [minderjarige] woont bij de moeder en heeft een contactregeling met haar vader. De zorgen over [minderjarige] zijn nog steeds aanwezig. [minderjarige] zit erg klem tussen haar ouders. Ze lijkt de afgelopen maanden meer last te hebben van de spanningen tussen haar ouders. Ze maakt zich zorgen over de momenten waarop haar ouders elkaar tegen kunnen komen. [minderjarige] kan heftige uitspraken doen en hevige emoties uiten. Er is tussen de ouders nog steeds veel spanning. Bij de vader wordt gezien dat de vele gebeurtenissen uit het verleden nog veel invloed hebben op hem. Dit heeft op de vader zo’n grote invloed, dat het voor hem moeilijk is om dit los te zien van het hier en nu en de omgang met [minderjarige]. De vader heeft tot nu toe het ouderschapsplan niet getekend: hij is van mening dat de opzet van het ouderschapsplan slechts/teveel de wensen van de moeder laat zien. De vader voelt zich niet door de jeugdbeschermers gehoord en gezien in zijn zorgen wat de agressie, het crimineel, immoreel handelen maar in het bijzonder de langdurige dwingende controle door de moeder met [minderjarige] doet. De vader blijft de moeder en haar familie beschuldigen van intieme terreur en dwingende controle. De GI heeft gedurende het proces van de ondertoezichtstelling hier geen aanwijzingen of bevestigingen voor. De vader lijkt te blijven zitten in de strijd van het verleden en uit deze onvrede in het heden. Bij moeder wordt wantrouwen opgemerkt als het gaat om het kunnen vertrouwen van vader in de zorg en opvoeding van [minderjarige]. Ook hierin spelen herinneringen uit het verleden een rol.
De GI ziet twee ouders die veel geven om hun dochter. Beiden willen het beste voor [minderjarige]. Desondanks ziet de GI dat het ouders nog niet lukt om stappen te maken voor de toekomst. Ondanks dat ouders hebben meegewerkt aan de hulpverlening bij [praktijk], is de GI van mening dat de ondertoezichtstelling op dit moment nog niet kan worden afgesloten. [minderjarige] wordt nog altijd ernstig in haar ontwikkeling bedreigd, omdat zij klem zit tussen haar ouders. [minderjarige] is sinds mei 2026 gestart bij [hulpverlening] met individuele therapie. De GI wil de uitkomsten van deze hulpverlening monitoren. Daarnaast is gedurende de ondertoezichtstelling geprobeerd om met de ouders een verdeling van de zorg- en opvoedtaken te maken alsmede het opstellen van een ouderschapsplan. Al deze stappen zijn door de ouders doorlopen, echter lukt het niet tot een uiteindelijke gezamenlijke ondertekening te komen. De GI is van mening dat het voor [minderjarige] van belang is dat de verdeling van de zorg- en opvoedtaken vast komt te staan en zal zich hier de komende periode voor inzetten. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.
Door de moeder is, samengevat, aangegeven dat zij achter de verlenging van de ondertoezichtstelling staat. Ze ziet dat [minderjarige] klem zit tussen de ouders en daardoor in een loyaliteitsconflict zit. De moeder wil dat [minderjarige] zich veilig voelt. Als [minderjarige] terugkomt van haar vader, is zij vaak boos en gespannen. De moeder vindt het positief dat [hulpverlening] nu bekijkt wat goed is voor [minderjarige] en in hoeverre de contacten met haar vader eventueel uitgebreid kunnen worden. De moeder kan zich vinden in het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.
Door en namens de vader is het volgende aangegeven. Hij kan zich met het verzoek van de GI verenigen en onderschrijft dat voortzetting van de ondertoezichtstelling op dit moment in het belang van [minderjarige] is. Wel vindt hij dat bepaalde zaken in de rapportages van de GI niet goed worden uitgelegd of voldoende naar voren komen. Op 27 februari 2026 heeft de Geschillencommissie Ziekenhuizen zijn klachten gegrond verklaard en aan hem een schadevergoeding toegekend. Uit het bindend advies blijkt dat zijn privacy ernstig is geschonden, omdat een familielid, die ook medewerker was bij de zorgaanbieder, jarenlang zijn medisch dossier heeft ingezien en informatie daarvan met anderen heeft gedeeld. Dit familielid is de oma van moederszijde. Voor de vader was dit een ingrijpende ervaring die zijn leven sterk heeft beïnvloed. De vader moet dit een plek geven. Dit verklaart ook de angst die de vader heeft als het gaat om de moeder. De vader is zich ervan bewust dat [minderjarige] hier geen last van mag hebben. Hij begrijpt dat [minderjarige] niets heeft aan deze situatie en alleen het conflict tussen de ouders meemaakt. Hij wil hier los van komen en zet zich daar volledig voor in. De vader werkt mee aan therapie en heeft aan alle gestelde voorwaarden voldaan. Voor hem draait het om het contact met [minderjarige]; hij wil niets liever dan meer tijd met haar doorbrengen. Hij hoopt dat de omgang op termijn kan worden uitgebreid en is blij dat [minderjarige] nu bij [hulpverlening] een neutraal persoon heeft waar ze haar verhaal kwijt kan. De vader hoopt dat er tijdens de verlenging van de ondertoezichtstelling daadwerkelijk stappen worden gezet.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt het volgende. [minderjarige] wordt nog ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Door de slechte verstandhouding en communicatie tussen de ouders zit [minderjarige] in een loyaliteitsconflict. Ze wordt erg belast door de strijd tussen haar ouders en heeft daar veel last van. Soms doet ze heftige uitspraken en heeft ze sterke spanningen met uitbarstingen. De ouders slagen er niet in om deze zorgen vrijwillig zelf weg te nemen. Er is te weinig vertrouwen tussen hen, waardoor zij niet op een constructieve manier met elkaar kunnen communiceren in het belang van [minderjarige].
In het belang van [minderjarige] is het noodzakelijk dat beide ouders het verleden een plek geven. Het is positief dat de vader daarvoor ook individuele hulpverlening is aangegaan. In de komende periode zal gewerkt worden aan een duidelijke verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Daarnaast is het ouderschapsplan nog steeds niet definitief, wat voor veel onduidelijkheid zorgt. Ook moet de GI de voortgang van het hulpverleningstraject voor [minderjarige] bij [hulpverlening] blijven volgen en zo nodig verdere stappen zetten naar aanleiding van de uitkomsten van dit traject.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 22 juli 2026 tot 22 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.