RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448603 / JE RK 26-918
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N.J.R.M. Elings uit Molenschot,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 mei 2026;
-
de brief van de GI van 7 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder en haar advocaat.
De GI verzoekt in voormelde brief van 7 juli 2026 om de behandeling van de zaak aan te houden. Een combinatie van onvoorziene omstandigheden en de huidige personele bezetting maakt dat het voor de GI niet mogelijk is een medewerker op de zitting te laten verschijnen. De rechtbank heeft dit verzoek (telefonisch) afgewezen. Enerzijds omdat het verzoek één dag voor de zitting is gedaan en anderzijds omdat de maatregelen op 10 juli 2026 aflopen. Het is onmogelijk om de zaak nog vóór afloop van de maatregelen opnieuw te plannen. De zaak is daarom op 8 juli 2026 inhoudelijk behandeld bij afwezigheid van de GI (en de vader).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] een uitnodiging gestuurd voor een gesprek, maar [minderjarige] is niet verschenen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft voor behandeling en diagnostiek bij [accommodatie] sinds oktober 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 juli 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 november 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De moeder en haar advocaat zijn het eens met het verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie] . De moeder is het niet eens met hoe de GI de ondertoezichtstelling uitvoert. Er zijn meerdere onderwerpen die de moeder met de GI wil bespreken en zij hoopte dat op de zitting te kunnen doen. Nu er geen vertegenwoordiger van de GI is verschenen, verzoekt de moeder om de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] voor een beperkte duur te verlengen en de zaak opnieuw op een zitting te plannen.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat op dit moment nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] .12
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat zij met een forse ontwikkelingsachterstand en gedragsproblematiek kampt. Sinds oktober 2025 verblijft zij voor observatie, onderzoek, behandeling en diagnostiek bij [accommodatie] . [minderjarige] volgt onderwijs op een school in [woonplaats] en daar wordt geconstateerd dat het sinds het verblijf bij [accommodatie] beter gaat met [minderjarige] . Ze lijkt minder buitensporig gedrag te laten zien, zij sluit beter aan bij leeftijdsgenoten in de klas, en haar uiterlijke verzorging is sinds de plaatsing ook beter. Ook zien zij een meisje dat sinds de plaatsing rustiger is waardoor haar concentratie op school is verbeterd. Dit uit zich ook in het beter aansluiten bij de lesstof en het begrip daarvan. De verstandhouding tussen de moeder en de GI is verstoord. Door het gebrek aan samenwerking heeft de GI weinig tot geen zicht op de (opvoedings)situatie bij de moeder. [accommodatie] stelt in een overleg begin mei 2026 dat zij geen advies kunnen geven rondom het perspectief van [minderjarige] , omdat de medewerking van de moeder ontbreekt en er daardoor geen zicht is op de veiligheid bij de moeder thuis.
Een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn gelet op het voorgaande nodig om het huidige verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie] te continueren en te waarborgen.
Geconstateerd wordt dat de jeugdzorgwerker van [minderjarige] of een vertegenwoordiger van de GI door omstandigheden niet op de zitting is verschenen. De moeder en haar advocaat zijn het eens met het huidige verblijf van [minderjarige] bij [accommodatie] , maar zij hebben bezwaar tegen de manier waarop de ondertoezichtstelling op dit moment door de GI wordt uitgevoerd. Gelet op het voorgaande, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de beperkte duur van drie maanden. Het resterende verzoek van de GI wordt aangehouden tot de hierna te melden zittingsdatum en tijdstip. De moeder en haar advocaat hebben vragen over de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Van de GI wordt dan ook verwacht dat de jeugdzorgwerker, dan wel een medewerker van de GI die inhoudelijk goed op de hoogte is van deze zaak, op de zitting aanwezig zal zijn. [minderjarige] zal worden uitgenodigd voor een kindgesprek dat in de ochtend van [datum] 2026 zal plaatsvinden. Als nodig kan dit gesprek via Teams plaatsvinden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dit betekent dat er als volgt wordt beslist.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 10 juli 2026 tot 10 oktober 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 juli 2026 tot 10 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
roept de GI, de moeder, de vader op voor de zitting van mr. Sumner op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, aan de Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
geeft de griffie de opdracht om [minderjarige] uit te nodigen voor een gesprek met de kinderrechter op [datum] 2026 ergens in de ochtend.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van Weterings als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.