RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448438 / JE RK 26-889
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2011 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. N.P.M. Planthof uit Goes.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 mei 2026;
-
een brief met bijlagen van mr. Planthof van 1 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Ook is ter zitting, met bijzondere toestemming van de kinderrechter, aanwezig:
- mevrouw [persoon], forensisch begeleider van de vader.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een brief gestuurd.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 22 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
[minderjarige 1] heeft in zijn brief (kort samengevat) geschreven dat hij een ondertoezichtstelling niet nodig vindt voor zichzelf.
[minderjarige 2] heeft in haar brief (kort samengevat) geschreven dat zij vindt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden.
[minderjarige 3] heeft in zijn brief (kort samengevat) geschreven dat hij wil dat de hulp blijft.
De GI heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat de zaak sinds mei van dit jaar op de monitorlijst staat. Er is op dit moment geen vaste jeugdbeschermer betrokken, nadat de vorige jeugdbeschermer van de zaak werd afgehaald. Dat de zaak zich nog steeds in de stabilisatie- en veiligheidsfase bevindt komt enerzijds door de complexiteit van de zaak en anderzijds door het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer.
Grenzeloos Coaching is voor nu gestopt. Open Door komt tweemaal per week langs om [minderjarige 1] te ondersteunen. De zittingsvertegenwoordiger van de GI zegt tot slot toe om de zaak onder de aandacht te brengen bij de GI, zodat deze hopelijk op korte termijn opgepakt kan worden.
Namens de vader is aangevoerd dat er geen meerwaarde wordt gezien in het verlengen van de ondertoezichtstelling. Het afgelopen jaar is er immers ook niets gebeurd. Er is ook nog geen vooruitzicht op een vaste jeugdbeschermer. De vader heeft geen informatie gekregen over betrokkenheid van Open Door, Mentaal Beter en ook geen stukken van de fysiotherapeut voor [minderjarige 2] gezien. Als de ondertoezichtstelling niet wordt verlengd kan de hulp voor [minderjarige 3] en [minderjarige 2] alsnog doorgang vinden. Als de kinderrechter het toch nodig vindt om de ondertoezichtstelling te verlengen, dan zou dit voor maximaal drie maanden moeten zijn.
De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat er tijdens de looptijd van de ondertoezichtstelling eigenlijk weinig tot niets is gebeurd of veranderd. Bij de start van de ondertoezichtstelling is er iemand geweest om op te starten en vervolgens ging die persoon weer weg. Ook de tweede jeugdbeschermer vertrok. De omgang zou opgestart worden, maar er is niets gebeurd. De vader krijgt momenteel begeleiding vanuit de reclassering en hij wordt begeleid door mevrouw [persoon]. De vader vraagt zich af welke meerwaarde een ondertoezichtstelling heeft. De vader heeft geen formulieren voor de fysiotherapeut voor [minderjarige 2] gezien. Hij wil hier zeker toestemming voor geven. Het is schrijnend dat [minderjarige 1] ten aanzien van de problemen rondom zijn schoolgang al meer dan acht maanden zonder hulp zit. De vader vraagt zich daarnaast af of [minderjarige 1] wel eens thuis is. Als [minderjarige 1] hem belt, dan neemt hij op. Als zij met elkaar praten is hij eigenlijk nooit thuis, zelfs ’s nachts niet. Het contact- en locatieverbod kan opgeheven worden. Daarna kan [minderjarige 1] bij hem komen wonen en is het probleem opgelost.
Namens de moeder is aangevoerd dat het gezin de afgelopen tijd onder grote spanning heeft geleefd. De ondertoezichtstelling is ook terecht verleend. Het gaat zo niet langer en er moet echt iets gebeuren met [minderjarige 1] . Die gespecialiseerde hulp kan de moeder hem niet geven. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zitten middenin de situatie. Gelet op de zorgen is het onbegrijpelijk dat er een jaar later nog geen stappen zijn gezet binnen de ondertoezichtstelling. Wel hebben [minderjarige 2] en [minderjarige 3] kleine stapjes kunnen zetten met hun behandelingen, maar deze lijken nu wel te stagneren. De moeder had de behandeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] overigens ook zonder ondertoezichtstelling kunnen regelen. Het is nodig dat [minderjarige 1] een plek krijgt buiten het gezin waar hij de hulp kan krijgen die hij nodig heeft. [minderjarige 1] zit klem, maar ook [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en zijzelf. [minderjarige 1] gaat niet goed naar school en komt vaak ’s nachts niet thuis. Er zijn daarnaast zorgen over de informatie die de vader vanuit [minderjarige 1] bereikt. De hulp voor [minderjarige 1] moet dringend opgeschaald worden. De GI zou hier vandaag weg moeten gaan en binnen een week à twee weken stappen moeten zetten. De moeder kan zich vinden in het voorstel om het verzoek toe te wijzen voor de duur van drie maanden, zodat vinger aan de pols kan worden gehouden.
De moeder heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat een eerste jeugdbeschermer betrokken is geweest vanaf september-oktober 2025, die in november 2025 weer moest stoppen. Daarna is een nieuwe jeugdbeschermer aangesteld tot omstreeks mei van dit jaar. De moeder wist en weet niet goed bij wie zij terecht kan om haar zorgen te bespreken. Bijna dagelijks trok de moeder aan de bel bij de GI en heeft zij gevraagd om overleg te kunnen hebben. De therapie van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] stagneert, omdat er zich veel onveilige situaties voordoen in de thuissituatie en dit belemmert de voortgang van de begeleiding. [minderjarige 3] gaat éénmaal per week naar therapie en is ook bezig met EMDR. Hij doet het goed op school. [minderjarige 3] geeft wel aan dat zijn hoofd vaak vol zit. [minderjarige 2] doet het ook erg goed op school, hoewel het sociale stuk lastig blijft voor haar. Ze heeft haar EMDR-therapie goed afgerond. Ze krijgt nu wekelijks therapie om de gebeurtenissen te bespreken en te verwerken. In maart/april van dit jaar is vanuit het Erasmus Ziekenhuis een doorverwijzing voor fysiotherapie gegeven en hiervoor moet de vader ook zijn toestemming geven. De moeder heeft bij de GI meermaals nagevraagd of dit al is gebeurd. [minderjarige 2] moet dringend starten bij de fysio, maar dat kan niet gelet op het ontbreken van de toestemming van de vader. [minderjarige 1] zit enorm in de knel en de gehele situatie doet de moeder verdriet. [minderjarige 1] krijgt op dit moment ondersteuning vanuit Open Door, maar het is allemaal erg oppervlakkig. Niemand kan namelijk echt goed bij hem binnendringen. [minderjarige 1] ervaart wel een goede klik met zijn huidige begeleider. [minderjarige 1] is het afgelopen jaar nauwelijks naar school geweest. Hij gaat niet over en kan daar ook niet blijven. De moeder realiseert zich dat de ouders de ondertoezichtstelling nu nodig hebben, maar het is belangrijk dat er op korte termijn een jeugdbeschermer aangesteld wordt die zich goed inleest, waar de ouders bij terecht kunnen én die voor langere tijd betrokken blijft. Achter de schermen is de GI overigens wel bezig met een beoordeling of [minderjarige 1] thuis kan blijven. Het contact- en locatieverbod van de vader is niet voor niets ingesteld.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd, gelet op de langdurige spanningen in het gezin, waarbij er tijdens de partnerrelatie van de ouders sprake was van huiselijk geweld, waar de kinderen getuige van zijn geweest. Na het uiteengaan is de moeder door de vader ernstig bedreigd waarbij de vader met een kettingzaag voor de deur stond op het adres waar moeder met de kinderen op dat moment verbleef. Dit heeft geleid tot een strafrechtelijk contact- en locatieverbod. Deze spanningen tussen de ouders zijn in de afgelopen periode niet afgenomen, maar eerder toegenomen en waren ook ten tijde van de zitting duidelijk merkbaar. De vader is in januari 2026 opgepakt wegens het overtreden van het locatie- en contactverbod, maar wegens gebrek aan bewijs is vader na verhoor weer vrijgelaten. Er is bij de GI (en de moeder) een sterk vermoeden dat er, ondanks het contactverbod, en zonder medeweten van de GI en zonder begeleiding van een professional, wel sprake is van contact tussen de vader en [minderjarige 1] . Dit levert bij de moeder (en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] ) veel spanningen op. De vader heeft nog een contact- en locatieverbod tot omstreeks december 2026.
De zorgen rondom [minderjarige 1] nemen toe en daarvoor lijkt geen adequate hulpverlening op dit moment beschikbaar. [minderjarige 1] gaat amper naar school, laat forse gedragsproblematiek zien en voelt zich vaak alleen staan tegenover moeder, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , ook omdat de moeder met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] regelmatig elders verblijft vanwege het gedrag van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] komt bovendien vaak nachten niet thuis, maar onbekend is dan met wie hij waar verblijft. [minderjarige 1] accepteert geen regels en ook geen gezag van de moeder. Het gedrag van [minderjarige 1] bij de moeder thuis escaleert op dit moment zodanig dat er gesprekken zijn met [accommodatie]. De GI kon de rechtbank daarover echter niet nader informeren, nu de zittingsvertegenwoordiging daarvan niet op de hoogte was.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] komen onder deze omstandigheden niet toe aan hun eigen hulpverlening. De behandeling bij Mentaal Beter stagneert omdat de spanningen binnen het gezin overheersen. Dit klemt voor [minderjarige 2] des te meer nu zij kampt met een complexe hartafwijking, waarvoor zij recent nog een ingewikkelde operatie heeft moeten ondergaan. Er is bovendien geen contact tussen de vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
De gezinspatronen zoals deze bij de start van de ondertoezichtstelling aanwezig waren, zijn aldus nog steeds niet doorbroken. Alle drie de minderjarigen groeien nog steeds op in een omgeving waarin zij worden blootgesteld aan onveiligheid en zorgen. Vaststaat dat de hulp voor het gezin en met name van voor de kinderen, nog dringend noodzakelijk is.
Gelet op het voorgaande vindt de kinderrechter het kwalijk dat er op dit moment geen vaste jeugdbeschermer betrokken is bij het gezin. Temeer nu er wel reeds twee jeugdbeschermers betrokken zijn geweest die – zo neemt de kinderrechter aan – op de hoogte moeten zijn geweest van de zorgen en de urgentie. De moeder heeft verklaard dat zij haar zorgen veelvuldig heeft gemeld bij de GI, hetgeen er niet toe heeft geleid dat er een vaste jeugdbeschermer betrokken is geraakt. Ook de vader heeft verklaard dat hij nagenoeg geen betrokkenheid heeft ervaren vanuit de GI en zich niet gehoord voelt. Ook tijdens de zitting is niet gebleken dat er zicht is op een vaste jeugdbeschermer.
Dit vindt de kinderrechter zeer zorgelijk. Er is in het gezin sprake van structurele onveiligheid; het gezin zit klem, de zorgen nemen toe en de hulpverlening stagneert. De kinderrechter constateert dat de ondertoezichtstelling in het afgelopen jaar daar geen verandering in heeft kunnen brengen. Dit stelt de kinderrechter dan ook voor het dilemma dat enerzijds voldaan is aan de wettelijke vereisten van een ondertoezichtstelling, maar dat er niet gewerkt kan worden aan de doelen die binnen de ondertoezichtstelling zijn gesteld.
Op dit moment acht de kinderrechter de ondertoezichtstelling nog steeds van noodzakelijk belang, gelet op de grote zorgen binnen dit gezin en de grote spanningen tussen de ouders. De kinderrechter verwacht dan ook van de GI dat zij de bescherming van deze minderjarigen met spoed en urgentie zal oppakken en in samenhang daarmee op heel korte termijn een vaste jeugdbeschermer aan het gezin zal toewijzen, zodat de benodigde stappen kunnen worden gezet en de veiligheid van de minderjarigen wordt gewaarborgd.
Om vinger aan de pols te kunnen houden zal de kinderrechter het verzoek toewijzen voor de duur van drie maanden. Het resterende deel van het verzoek zal worden besproken op een nader te bepalen zittingsdatum omstreeks medio oktober 2026. Gelet hierop zal het verzoek worden aangehouden tot de pro forma zittingsdatum van 14 augustus 2026, voor opgave verhinderdata aan de zijde van beide advocaten. Daarna zal een nieuwe zittingsdatum worden bepaald. Voor die zitting zullen partijen nog een aparte oproepbrief ontvangen. Ook [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zullen in de gelegenheid worden gesteld om hun mening (nogmaals) kenbaar te maken. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk een week voorafgaand aan de nader te bepalen zitting schriftelijke inlichtingen te verstrekken over de ontwikkelingen en haar standpunt te geven ten aanzien van het resterende deel van het verzoek.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 22 juli 2026 en tot 22 oktober 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt het resterende deel van het verzoek aan tot de pro forma zittingsdatum van 14 augustus 2026 voor opgave verhinderdata;
vraagt de griffier van de rechtbank om een nieuwe zittingsdatum te bepalen en partijen daarvoor op te roepen, alsmede de minderjarigen uit te nodigen voor een kindgesprek op een nog nader te bepalen datum, gelegen vóór de afloopdatum van de ondertoezichtstelling.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Voorn, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 7 augustus 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.