beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/447248 / FA RK 26-1990
datum uitspraak: 5 juni 2026
beschikking betreffende benoeming bijzondere curator
in de zaak van
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.P. van Elswijk te Rotterdam,
tegen
[de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Raad,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 2 april 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het bericht van mr. Van Elswijk d.d. 29 april 2026 met bijlage;
- het bericht van mr. Van Elswijk d.d. 27 mei 2026 met bijlage.
2 De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 in [plaats] , Tanzania. Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 15 april 2026 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking nog niet is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
Uit het huwelijk van partijen is het navolgende minderjarige kind geboren:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Tanzania) op [geboortedag] 2025.
De verblijfplaats van zowel de vrouw als [minderjarige] is onbekend.
3 Het verzoek
De man verzoekt:
- gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 te [geboorteplaats] , Tanzania.
4 De beoordeling
De man heeft de Nederlandse nationaliteit, de vrouw en [minderjarige] de Tanzaniaanse.
In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat dat in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend, met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien de verzoeker of een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Omdat de man zijn woonplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd om van het afstammingsverzoek kennis te nemen.
Nu de man woonachtig is in een gemeente binnen het arrondissement van deze rechtbank, is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van het verzoek.
Omdat deze procedure betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] , moet zij in dat verband op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. V.J.C. Pieters, advocaat, kantoorhoudende te Goes, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
De bijzondere curator dient binnen acht weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap ten aanzien van [minderjarige] in te nemen.
De beslissing op het verzoek van de man zal worden aangehouden tot 28 juli 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. Partijen en hun advocaten zullen vervolgens worden verzocht om opgave van hun verhinderdata zodat een mondelinge behandeling kan worden gepland.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
De rechtbank
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] (Tanzania) op [geboortedag] 2025:
- mr. V.J.C. Pieters, advocaat te Goes;
verzoekt de bijzondere curator uiterlijk 28 juli 2026 PRO FORMA schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek van de man in te nemen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.