RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446623 / JE RK 26-551
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [plaats 1] ,
FAMILIE [de pleegouders],
hierna te noemen: grootouders moederszijde of pleegouders,
wonende te [plaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 maart 2026;
-
de op 18 mei 2026 ingekomen brief van de pleegouders;
-
het e-mailbericht van [minderjarige] van 22 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder en de pleegouders zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft geschreven. De vertegenwoordiger van de GI heeft daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2025 de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing in een (netwerk)pleeggezin van [minderjarige] verlengd met ingang van 8 juni 2025 tot 8 juni 2026.
[minderjarige] verblijft op grond van bovenstaande beschikking in een pleeggezin, zijnde grootouders moederszijde.
3 Het verzoek
De GI verzoekt, na wijziging tijdens de zitting, de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De GI legt – samengevat – aan haar verzoek ten grondslag dat de moeder van [minderjarige] kampt met psychiatrische- en verslavingsproblematiek. Daardoor veroorzaakt de moeder geregeld overlast. Ook zijn er veel conflicten geweest in de relatie tussen moeder en pleegouders, waarbij de communicatie en het maken van afspraken rondom [minderjarige] niet goed verliep. Door die conflicten komt [minderjarige] in een loyaliteitsconflict. In september 2025 zijn met alle betrokkenen (opnieuw) veiligheidsafspraken gemaakt om de omgang tussen de moeder en [minderjarige] in vrije vorm te kaderen. Het vaststellen van een structurele omgangsregeling is echter niet haalbaar gebleken, omdat het moeder niet lukt zich aan de afspraken te houden. Het is wel een wens van [minderjarige] om een betere band met zijn moeder op te bouwen. Omdat in de afgelopen jaren is gebleken dat de moeder onvoorspelbaar is in haar gedrag en in het contact met zowel pleegouders als [minderjarige] , heeft de GI bij de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) een verzoek ingediend om een onderzoek te starten naar het gezag van de moeder en de mogelijke noodzaak voor een gezagsbeëindigende maatregel. Dat onderzoek is inmiddels gestart en het is de verwachting van de GI en de Raad dat het onderzoek binnen zes maanden is afgerond. Om die reden heeft de GI tijdens de zitting de verzoeken gewijzigd in die zin dat zij verzoekt om de maatregelen te verlengen voor de duur van zes maanden in plaats van een jaar.
5 De beoordeling
De kinderrechter zal het (gewijzigde) verzoek van de GI toewijzen, omdat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan.1
De kinderrechter overweegt dat [minderjarige] bij grootouders moederszijde een positieve ontwikkeling doormaakt. Het is ook [minderjarige] ’s wens om bij hen te blijven wonen. Hoewel ook het perspectief van [minderjarige] bij grootouders moederszijde is bepaald, is er nog altijd geen sprake van een veilige, stabiele situatie. Het is door de problematiek van moeder nog niet mogelijk gebleken om een structurele omgangsregeling tussen moeder en [minderjarige] op te zetten. Zowel moeder als pleegouders houden behoefte aan aansturing van de GI, terwijl [minderjarige] (blijvend) bescherming nodig heeft tegen onverantwoorde acties van de moeder die zijn plaatsing onder druk kunnen zetten of die anderszins indruisen tegen zijn belang. Om die reden doet de Raad op dit moment ook onderzoek naar het gezag van moeder en naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel. Gelet daarop is de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. Omdat [minderjarige] bij pleegouders blijft wonen, zal de rechtbank ook de machtiging uithuisplaatsing verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals de GI heeft verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 8 juni 2026 tot 8 december 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (zijnde grootouders moederszijde) met ingang van 8 juni 2026 tot 8 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.