ECLI:NL:RBZWB:2026:5195

Datum uitspraak
13-05-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/439649 / JE RK 25-1640, C/02/447603 / JE RK 26-726
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging aangehouden deel OTS en ook nieuwe verlenging OTS

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummers:

C/02/439649 / JE RK 25-1640 (restant verlenging ondertoezichtstelling [minderjarige 1] en [minderjarige 2] )

C/02/447603 / JE RK 26-726 (verlenging ondertoezichtstelling [minderjarige 1] )

Datum uitspraak: 13 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] .

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

In de zaak C/02/439649 / JE RK 25-1640:

  • de beschikking van 5 november 2025 en alle hierin opgenomen en vermelde stukken;

  • de briefrapportage van de GI van 7 april 2026, ontvangen op 24 april 2026;

  • het gezinsplan van 7 april 2026, ontvangen op 24 april 2026.

In de zaak C/02/447603 / JE RK 26-726:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 24 april 2026, ontvangen op 24 april 2026.

1.2.

Op 13 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij was aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de GI.

1.3.

De vader en moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

1.4.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Zij hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .

2.2.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de moeder.

2.3.

Bij beschikking van 15 november 2023 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht

gesteld met ingang van 15 november 2023 en tot 15 mei 2024. Deze maatregel is daarna

steeds verlengd, voor het laatst tot 15 mei 2026.

3 Het verzoek

In de zaak C/02/439649 / JE RK 25-1640

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor

de duur van negen maanden, waarvan zes maanden direct worden uitgesproken en de

overige drie maanden worden aangehouden, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te

verklaren.

3.2.

Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling met ingang van 15 mei 2026 en tot 15 augustus 2026.

In de zaak C/02/447603 / JE RK 26-726

3.3.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft de verzoeken en verwijst voor de onderbouwing daarvan naar de verzoekschriften.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek van de GI toewijzen. Ook zal de kinderrechter het verzoek van de GI tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] toewijzen. Hij legt hieronder uit waarom.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is het de kinderrechter gebleken dat er in de afgelopen periode een aantal positieve ontwikkelingen hebben voorgedaan. [minderjarige 2] ontwikkelt zich goed. Zij heeft een bijbaantje en is serieus en gemotiveerd bezig met haar opleiding. In de afgelopen periode is het [minderjarige 2] echter niet gelukt om van de hulpverlening te kunnen profiteren. [minderjarige 2] ervaart op dit moment geen ruimte om de hulpverlening vanuit [hulpverlening] aan te gaan. [minderjarige 2] richt zich volledig op haar opleiding en heeft geen behoefte aan verdere ondersteuning. Met [minderjarige 1] is het de afgelopen periode minder gegaan. Het lukt [minderjarige 1] nog steeds niet om naar school te gaan, ondanks dat er individuele afspraken rondom haar rooster zijn gemaakt. Het lukt de moeder ook niet om [minderjarige 1] hierin te motiveren. [minderjarige 1] is aangemeld voor behandeling bij [ggz-instelling] en zal binnenkort starten met haar individuele programma waarbij er gewerkt zal worden aan een terugkeer naar school.

5.3.

Gelet op het voorgaande komt de kinderrechter tot de conclusie dat de doelen van de ondertoezichtstelling (nog) niet zijn behaald. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Voor [minderjarige 2] zal deze verlengd worden tot 15 augustus 2026. De kinderrechter vindt het hierbij van belang dat er een borgingsplan wordt opgesteld en dat er wordt toegewerkt naar een afronding van de ondertoezichtstelling, mede gezien het feit dat zij in september 2026 achttien jaar oud wordt. Ten aanzien van [minderjarige 1] vindt de kinderrechter het van belang dat de hulpverlening vanuit [ggz-instelling] wordt opgestart en dat dit de komende periode gemonitord wordt. In het verleden zijn eerdere trajecten niet van de grond gekomen en de kinderrechter vindt het van belang dat de inzet van deze hulpverlening gaat slagen. Gelet op het voorgaande wordt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd tot 15 mei 2027.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.5.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met ingang van 15 mei 2026 en tot 15 augustus 2026;

6.2.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] met ingang van 15 augustus 2026 en tot 15 mei 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke als griffier, en op schrift gesteld op 20 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »