vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
zaaknummer / rolnummer: C/10/718961 / KG ZA 26-418
Vonnis in kort geding van 18 juni 2026
in de zaak van
[naam moeder] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. D.A.Y. Jacques te Rotterdam,
tegen
[naam vader] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 1 juni 2026 met bijlagen.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026.
Bij die gelegenheid is verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
Zij zijn ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021.
3 De vordering
De vrouw vordert
te bepalen dat de minderjarigen gedurende de meivakantie van 1 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 bij de man verblijven;
het ouderschapsplan te bekrachtigen;
de gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
Meivakantie 2026
De vordering van de vrouw ten aanzien van de meivakantie van dit jaar is achterhaald. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Bekrachtiging ouderschapsplan
Een kortgedingprocedure leent zich niet voor een bekrachtiging van een ouderschapsplan. Het zou een constitutief vonnis opleveren, waartoe de voorzieningenrechter niet gerechtigd is.
Daar komt nog bij dat de vordering ziet op een ouderschapsplan dat alleen door de vrouw is ondertekend en daarom niet als een overeenkomst kan worden aangemerkt.
De vordering zal worden afgewezen.
Eiswijziging
De vrouw heeft haar vordering tijdens de mondelinge behandeling willen wijzigen. De voorzieningenrechter laat dit niet toe en overweegt daartoe het volgende.
Ingevolge artikel 130 Rv is de eiser, zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, bevoegd zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij conclusie of akte te veranderen of te vermeerderen. Indien een partij niet in het geding is verschenen, is een verandering of vermeerdering van eis uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan die partij kenbaar heeft gemaakt. In laatstgenoemd geval is artikel 120, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Omdat de man niet ter zitting is verschenen en de vrouw haar wijziging van eis niet bij exploot aan de man kenbaar heeft gemaakt, dient de voorzieningenrechter de wijziging buiten beschouwing te laten.
Proceskosten
In familiezaken heeft als uitgangspunt te gelden dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen man;
wijst de vorderingen van de vrouw af;
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.1