ECLI:NL:RBROT:2026:12966

Datum uitspraak
16-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Goederenrecht
Zaaknummer
C/10/708695 / HA ZA 25-924
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onteigening. Overeenstemming over de schadeloosstelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/708695 / HA ZA 25-924

Vonnis van 16 september 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

zetelend in [plaats] ,

eiseres,

advocaat: mr. G.J.M. de Jager,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

beiden wonend in [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. J.R. Vermeulen.

Partijen worden hierna [eiseres] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 17 december 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde

processtukken;

- het eenstemmige verzoek van partijen om aanhouding van het op 1 juli 2026 geplande

pleidooi in verband met de bereikte overeenstemming;

  • de akte uitlaten en wijzigen eis van [eiseres] van 26 augustus 2026;

  • de antwoordakte van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 26 augustus 2026 met het verzoek om vonnis te wijzen overeenkomstig de gewijzigde eis van [eiseres] .

1.2.

Vervolgens heeft de rechtbank vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

De rechtbank beslist op de gewijzigde eis

2.1.

Door middel van haar gewijzigde eis vordert [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. de schadeloosstelling vast te stellen op € 46.000,00 en [eiseres] te veroordelen tot vergoeding van dit bedrag aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;

II. te verstaan dat [eiseres] gestand zal doen het onder randnummer 4 van haar akte omschreven aanbod tot vestiging van een recht van overpad en de onder randnummer 5 omschreven vergoeding van het door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verschuldigde griffierecht in onderhavige procedure en vergoeding van de kosten van de rechtbankdeskundigen;

III. de kosten voor juridische en deskundigenbijstand als bedoeld onder randnummer 4 vast te stellen op € 28.007,65 inclusief btw en [eiseres] te veroordelen tot vergoeding van dit bedrag aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

2.2.

[eiseres] heeft bij akte haar eis gewijzigd. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben daartegen geen bezwaar gemaakt. Zolang nog geen eindvonnis is gewezen, bestaat in beginsel een bevoegdheid tot verandering of vermeerdering van eis.1 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben bovendien bij antwoordakte op de eiswijziging van [eiseres] gereageerd. Daarin verzoeken zij de rechtbank vonnis te wijzen overeenkomstig de gewijzigde eis. De rechtbank zal dan ook beslissen op de hiervoor vermelde gewijzigde eis.

De rechtbank beslist conform de gewijzigde eis

2.3.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank, voor zover van belang:

  • ten behoeve van het project Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard en ten name van [eiseres] , de onteigening uitgesproken van een gedeelte van de onroerende zaak met de kadastrale aanduiding gemeente Krimpen aan den IJssel, grondplannummer [nummer] , sectie C, nummer [perceelnummer] , met een te onteigenen oppervlakte van 44 m² (hierna: de onroerende zaak), vrij van alle met betrekking tot de onroerende zaak bestaande lasten en rechten;

  • het voorschot op de schadeloosstelling voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vastgesteld op € 6.115,00, met veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 5.503,50 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en met de bepaling dat [eiseres] ten behoeve van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zekerheid stelt voor € 611,50, of ervoor kiest om € 6.115,00 aan hen te betalen.

2.4.

[eiseres] heeft met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] overeenstemming bereikt over de schadeloosstelling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en het bijkomende aanbod.

2.5.

Gelet op de hiervoor bedoelde overeenstemming over de schadeloosstelling en omdat de rechtbank die overeenstemming niet onjuist voorkomt, zal de rechtbank de schadeloosstelling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vaststellen op het overeengekomen bedrag van € 46.000,00. Omdat het om een volledige schadeloosstelling gaat, wordt de wettelijke rente2 geacht in dit bedrag te zijn begrepen. De rechtbank zal [eiseres] overeenkomstig het verzoek van partijen veroordelen tot vergoeding van dit bedrag. De rechtbank merkt daarbij op dat, als [eiseres] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het bij 2.3 genoemde voorschot heeft betaald, het al betaalde bedrag in mindering strekt op het te betalen bedrag van € 46.000,00.

2.6.

[eiseres] heeft aangeboden het door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verschuldigde griffierecht en de kosten van de rechtbankdeskundigen tot en met het uitbrengen van het deskundigenbericht van in totaal € 27.961,82 inclusief btw overeenkomstig hun opgave te vergoeden. De rechtbank zal zoals gevorderd verstaan dat [eiseres] dit aanbod gestand zal doen.

2.7.

[eiseres] heeft verder aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aangeboden om ten laste van het onteigende gedeelte van de op- en afrit en ten behoeve van het overblijvende een recht van overpad te vestigen om te komen van en te gaan naar de openbare weg, zulks om niet. De kosten van de vestiging van dit recht zijn voor rekening van [eiseres] . De rechtbank zal verstaan dat [eiseres] dit aanbod gestand zal doen.

2.8.

De rechtbank zal de kosten van juridische en andere deskundige bijstand van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vaststellen op € 28.007,65 inclusief btw, zoals partijen zijn overeengekomen.

2.9.

De gevorderde en niet bestreden uitvoerbaar bij voorraadverklaring wordt toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld, in aanmerking nemende dat gelet op de aard van de vorderingen alleen de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zijn.

2.10.

Ten slotte zal overeenkomstig artikel 54 van de Onteigeningswet zoals deze wet luidde tot 1 januari 2024 (hierna: Ow) een nieuwsblad worden aangewezen ter publicatie van dit vonnis.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

stelt het bedrag van de door [eiseres] aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verschuldigde schadeloosstelling vast op € 46.000,00;

3.2.

veroordeelt [eiseres] om de schadeloosstelling van € 46.000,00, met inachtneming van 2.5, aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te betalen;

3.3.

verstaat dat [eiseres] de onder 2.6 en 2.7 bedoelde aanbiedingen gestand zal doen;

3.4.

veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van € 28.007,65 inclusief btw aan kosten van juridische en andere deskundige bijstand;

3.5.

wijst de Staatscourant aan als het nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow de griffier van deze rechtbank een uittreksel van dit vonnis zal plaatsen;

3.6.

verklaart 3.2 en 3.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, mr. A.F.L. Geerdes en mr. J.M.J. Arts, rechters, in aanwezigheid van mr. M. Welter-Dekkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

3268/3194/676/3455

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »