ECLI:NL:RBROT:2026:9939

Datum uitspraak
09-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/720041 / JE RK 26-975
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/720041 / JE RK 26-975

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 13 mei 2026, ontvangen op 20 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2025

[voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 juli 2026.

3 Het verzoek van de GI

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en verwijst naar de motivering van het schriftelijke verzoek. De moeder verblijft samen met [voornaam minderjarige] bij Stichting Firmitas. Het gaat hier goed met hen. De moeder heeft veel begeleiding en aansturing nodig, die door Stichting Firmitas geboden wordt. Zonder deze aansturing lukt het haar bijvoorbeeld niet om [voornaam minderjarige] op tijd naar het kinderdagverblijf te brengen. Met betrekking tot de omgang met de vader is de GI van plan om op enig moment afspraken te gaan vastleggen.

4 De standpunten

4.1.

De moeder heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de GI. Het gaat goed met de moeder en [voornaam minderjarige] bij Stichting Firmitas.

4.2.

De vader stemt ter zitting ook in met het verzoek van de GI. De vader ziet [voornaam minderjarige] een aantal keer per week. Het contact met de moeder verloopt daarbij goed.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Bij het uitspreken van de ondertoezichtstelling heeft de kinderrechter zorgen vastgesteld over [voornaam minderjarige] ’s basale verzorging en algemene ontwikkeling. Er waren zorgen over haar taalontwikkeling, ontwikkelingsstimulatie, dagstructuur, voeding en sociaal-emotionele ontwikkeling. Uit de stukken en de toelichting van de GI blijkt dat [voornaam minderjarige] vooruitgang laat zien sinds zij structureler naar het kinderdagverblijf gaat en moeder intensieve begeleiding ontvangt. Tegelijkertijd is nog steeds sprake van een ontwikkelingsachterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten.

5.3.

Daarnaast bestaat nog onvoldoende zekerheid over de duurzame opvoedcapaciteiten van de moeder. De moeder verblijft samen met [voornaam minderjarige] bij Stichting Firmitas, waar zij 24-uurs begeleiding ontvangt. Deze begeleiding is noodzakelijk om de dagelijkse verzorging, dagstructuur en opvoeding van [voornaam minderjarige] goed te laten verlopen. De GI heeft ter zitting toegelicht dat het zonder deze aansturing de moeder niet steeds lukt praktische opvoedtaken zelfstandig uit te voeren, zoals het op tijd brengen van [voornaam minderjarige] naar het kinderdagverblijf.

5.4.

De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel de moeder gemotiveerd is en de samenwerking met de hulpverlening momenteel beter verloopt, blijft zij sterk afhankelijk van intensieve begeleiding en ondersteuning. Het is daarom noodzakelijk dat een jeugdbeschermer betrokken blijft.

5.5.

De kinderrechter vindt het positief dat het verblijf van de moeder en [voornaam minderjarige] bij Stichting Firmitas op dit moment goed verloopt en dat de moeder de nodige begeleiding accepteert. Gelet op de positieve ontwikkelingen van [voornaam minderjarige] is het goed dat zij hier voorlopig kunnen blijven. Deze positieve lijn zal moeten worden voortgezet. De komende periode zal de GI de veiligheid en ontwikkeling van [voornaam minderjarige] blijven volgen, de ingezette hulpverlening coördineren en zicht houden op de vraag of de moeder de aangeleerde vaardigheden op langere termijn zelfstandig kan toepassen. Ook vindt de kinderrechter het van belang dat aandacht komt voor de samenwerking tussen de ouders en daarmee ook de structurele omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader.

5.7.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van één jaar.

5.8.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »