ECLI:NL:RBROT:2026:9919

Datum uitspraak
14-08-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11936167 CV EXPL 25-22650
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onbetaalde zorgpremies en zorgkosten. Vordering toegewezen. De door gedaagde aangevoerde persoonlijke en financiële omstandigheden staat daaraan niet in de weg.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11936167 CV EXPL 25-22650

datum uitspraak: 14 augustus 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

FBTO Zorgverzekeringen N.V.,

vestigingsplaats: Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna ‘FBTO’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 24 september 2025, met bijlagen;

  • het antwoord;

  • de akte van FBTO, met bijlagen;

  • de akte van FBTO, met bijlagen.

1.2.

Op 29 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig mr. S.K. Tuithof namens de gemachtigde van FBTO en [gedaagde] .

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] heeft bij FBTO een zorgverzekering afgesloten. Op 11 januari 2024 is een procedure gestart vanwege een adresonderzoek door de gemeente. FBTO heeft vervolgens de zorgverzekering beëindigd. In juni 2025 heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vastgesteld dat [gedaagde] verzekeringsplichtig was gebleven. FBTO heeft daarop de verzekering met terugwerkende kracht hersteld vanaf 12 januari 2024. [gedaagde] heeft de in rekening gebrachte zorgpremies en zorgkostennota’s deels onbetaald gelaten. De achterstand bedraagt in totaal € 3.721,34. FBTO eist dat [gedaagde] deze achterstand betaalt met kosten en rente. [gedaagde] erkent de achterstand, maar voert aan dat deze is ontstaan door persoonlijke en financiële problemen, waaronder het adresonderzoek, een

woningbrand, ziekte en beslagen door andere schuldeisers. Ook verkeerde hij in de veronderstelling dat de kosten lager zouden uitvallen na tussenkomst van de SVB. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd.

Hoofdsom

2.2.

Vaststaat dat [gedaagde] de premies en zorgkosten voor een deel niet heeft betaald. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de moeilijke omstandigheden van [gedaagde] , moet hij wel aan zijn betalingsverplichtingen voldoen. De schulden en het handelen van de gemeente en de SVB kunnen, wat daar verder ook van zij, in ieder geval niet voor rekening van FBTO komen. De gevorderde hoofdsom van € 3.721,34 wordt dan ook toegewezen.

Incassokosten

2.3.

De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

Rente

2.4.

De rente wordt ook toegewezen, omdat FBTO genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan FBTO moet betalen de wettelijke rente van € 175,56 die FBTO heeft berekend tot 19 september 2025.

Totaal

2.5.

In totaal zal worden toegewezen:hoofdsom € 3.721,34 (plus wettelijke rente vanaf 19 september 2025 over

een bedrag van € 3.548,62)

incassokosten € 48,40

wettelijke rente € 175,56 +

€ 3.945,30

Proceskosten

2.6.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan FBTO moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 576,- aan salaris voor de gemachtigde

(2 punten x € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.380,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.7.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat FBTO dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan FBTO te betalen € 3.945,30 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 3.548,62 vanaf 19 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van FBTO worden begroot op € 1.380,14;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »