RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720032 / JE RK 26-973
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 mei 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] (telefonisch).
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Arabische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van Z. Hamidi, tolk in de Arabische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2 De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind] .
[kind] woont bij zijn moeder.
Bij beschikking van 1 juli 2025 heeft de rechtbank ‘s-Gravenhage [kind] onder toezicht gesteld tot 1 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [kind] ontwikkelt zich goed. Ten aanzien van de omgang met de vader bestaat nog onvoldoende zicht op de vraag of [kind] zich voldoende vertrouwd en veilig voelt om zonder aanwezigheid van de moeder omgang met de vader te hebben. Inmiddels is drie keer geoefend met de afwezigheid van de moeder tijdens de omgang. Daarbij is sprake van een positieve ontwikkeling. Daarnaast brengt de vader [kind] in de weekenden naar de Arabische les. De moeder is daarbij niet aanwezig en deze momenten verlopen goed. De omgang wordt bij aanvang van de schoolvakantie van [kind] verder uitgebreid. De hulpverlening voor [kind] is vanwege wachtlijsten nog niet gestart. Het betreft laagdrempelige hulpverlening vanuit ‘ [hulpinstantie] ’.
4 Het standpunt van de moeder
De moeder stemt in met het verzoek. Het contact tussen de vader en [kind] is verbeterd. De moeder heeft geen bezwaar tegen uitbreiding van de omgang tussen hen naar vier uur per week.
5 Het standpunt van de vader
De vader stemt in met het verzoek, met dien verstande dat er meer aandacht moet worden besteed aan de uitbreiding van de omgang met [kind] . De rechtbank heeft eerder bepaald dat er wekelijks vier uur omgang tussen de vader en [kind] moet plaatsvinden. De GI begeleidt de omgangsmomenten, maar is daartoe onvoldoende in staat, waardoor nu eenmaal per twee weken gedurende anderhalf uur contact plaatsvindt. De GI moet een andere organisatie inschakelen die de omgangsmomenten kan begeleiden. Uitbreiding van de omgang is noodzakelijk om de gestelde doelen te kunnen bereiken.
6 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [kind] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [kind] is opgegroeid binnen een gezinssituatie die werd gekenmerkt door spanningen tussen de ouders. Het lukte de ouders onvoldoende om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren in het belang van [kind] . Inmiddels is hierin sprake van een positieve ontwikkeling. Sinds 9 september 2025 is er sprake van contactherstel tussen [kind] en de vader. Dit verloopt steeds beter, hoewel nog wordt waargenomen dat [kind] behoefte heeft aan de aanwezigheid van de moeder tijdens de omgangsmomenten met de vader.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De positieve ontwikkelingen bevinden zich nog in een pril stadium. Hoewel de ouders instemmen met de ondertoezichtstelling en de hulpverlening accepteren, is in het verleden gebleken dat hulpverlening voortijdig werd beëindigd. Ook bevindt de omgang met de vader zich nog in een pril stadium en wordt deze nog begeleid. Daarom blijft een jeugdbeschermer noodzakelijk om regie te voeren, benodigde hulpverlening in te zetten en de omgang tussen [kind] en de vader te monitoren en waar mogelijk uit te breiden. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [kind] voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [kind] tot 1 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.