ECLI:NL:RBROT:2026:8979

Datum uitspraak
16-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/718326 / FA RK 26-3088
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vervangende toestemming en een voorlopige voorziening op grond van 223 Rv. Bij de minderjarige is geen draagvlak voor een verandering van de zorgregeling in wat voor vorm dan ook.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/718326 / FA RK 26-3088

Beschikking van 16 juli 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, vervangende toestemming en een voorlopige voorziening op grond van 223 Rv

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. A. Heida te Dordrecht,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. W.N. Sardjoe te Den Haag.

Deze zaak gaat over de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] ,

hierna: [minderjarige] .

Informant:

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna: de GI.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 16 april 2026;

  • het bericht van de GI van 30 april 2026;

  • het gezinsplan van 1 mei 2026;

  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 24 juni 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 1] ;

  • de GI, vertegenwoordigd door [naam 2] .

1.3.

[minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft op 10 juli 2026 een gesprek gehad met de kinderrechter.

1.4.

De rechtbank heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling beslist dat het zelfstandige verzoek zoals door de man ingediend bij verweerschrift van 24 juni 2026 niet in deze procedure zal worden behandeld. De mondelinge behandeling stond immers al gepland, terwijl aan de vrouw nog een verweertermijn toekomt. Het zelfstandige verzoek zal worden afgesplitst en onder zaaknummer C/10/722421 / FA RK 26-5299 worden behandeld.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Partijen zijn de ouders van [minderjarige] .

2.2.

De man heeft [minderjarige] erkend.

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 11 juli 2024 is bepaald dat de ouders het ouderlijk gezag over [minderjarige] gezamenlijk uitoefenen.

2.4.

Bij beschikking van 11 juli 2024 is een zorgregeling vastgesteld die inhoudt dat [minderjarige] om het weekend van vrijdag 18:00 tot en met zondag 19:00 uur bij de man verblijft, als ook de helft van de feestdagen, de verjaardag van [minderjarige] (bij toerbeurt), de verjaardag van de man en vaderdag.

2.5.

[minderjarige] is sinds 7 mei 2022 onder toezicht gesteld. Bij beschikking van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling verlengd tot 7 mei 2027.

3 De beoordeling

3.1.

Voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv

3.1.1.

De vrouw verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening een verdeling van de feestdagen voor het komende jaar. Tevens verzoekt zij vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de man en de GI indien vereist vervangt, voor de medische behandeling van [minderjarige] , inhoudende de schoolmaatschappelijk werkster [naam 3] te [locatie] op locatie [straatnaam] , [postcode] [locatie] .

3.1.2.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt ten aanzien van het lopend schooljaar de vakanties en feestdagen te bepalen zoals onder punt 26 van het verweerschrift. Voorts verzoek de man te bepalen dat de vrouw de toedeling van de zorg- en opvoedingstaken dient na te leven op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,-- voor iedere dag dat zij niet meewerkt, één en ander zonder maximum.

3.1.3.

Omdat de voorlopige voorziening en de bodemprocedure gelijktijdig zijn behandeld en op het verzoek in de bodemzaak wordt beslist, hebben partijen geen belang meer bij hun verzoek in het kader van de voorlopige voorziening. De rechtbank zal die verzoeken afwijzen.

Hoofdzaak

3.2.

Bijzondere curator

3.2.1.

De vrouw verzoekt tijdens de mondelinge behandeling een bijzondere curator te benoemen voor [minderjarige] . [minderjarige] voert reeds gesprekken met [naam 4] , hij is haar vertrouwenspersoon. De vrouw vindt het belangrijk dat er een regeling komt die aansluit bij wat [minderjarige] aankan. [naam 4] is tevens bijzondere curator en kan door verslaglegging meer duidelijkheid verschaffen over de wensen van [minderjarige] en wat het beste past bij haar belangen.

3.2.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

3.2.3.

De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af. De raad heeft aangegeven dat het heel goed is dat [minderjarige] gesprekken heeft met [naam 4] . De raad ziet geen toegevoegde waarde in het veranderen van de rol van [naam 4] naar die van bijzondere curator. De problemen liggen bij ouders en [minderjarige] dient daar niet verder mee te worden belast, aldus de raad. De man heeft aangegeven open te staan voor de benoeming van een bijzondere curator, maar heeft later aangegeven achter het advies van de raad te staan. Uiteindelijk zag alleen de vrouw de toegevoegde waarde van het benoemen van een bijzondere curator. De rechtbank volgt het advies van de raad. Het is niet in het belang van [minderjarige] , buiten wat reeds al is ingezet, haar verder te belasten met een dergelijk traject. Daarbij zou [naam 4] als bijzondere curator zijn vertrouwensfunctie ten opzichte van [minderjarige] verliezen aangezien hij dan ook aan de ouders en de rechtbank verslag uitbrengt.

3.3.

Zorgregeling

3.3.1.

De vrouw verzoekt de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) die is vastgelegd in de beschikking van 11 juli 2024 te wijzigen en een zorgregeling vast te stellen die inhoudt dat:

  • [minderjarige] om de week van vrijdag tot zondag 19:00 uur bij de man verblijft, waarbij geldt dat op de vrijdag dat [minderjarige] naar school gaat zij vanaf 14:30 uur bij de man verblijft en op de vrijdag dat zij niet naar school gaat zij vanaf 18:00 bij de man verblijft en daarbij vast te stellen dat van die regeling niet kan worden afgeweken in die zin dat de omgangsweekenden niet worden geruild;

  • de te overbruggen afstand voor het halen en brengen ten behoeve van de zorgregeling niet verder dan 10 kilometer zal bedragen;

  • zolang [minderjarige] op de basisschool zit, de schoolgesprekken om en om door de man en de vrouw plaatsvinden. In de oneven schooljaren heeft de vrouw het eerste gesprek. In de even schooljaren heeft de man het eerste gesprek;

  • iedere ouder plant een schoolgesprek met [minderjarige] in zijn eigen tijd met [minderjarige] of op de BSO dagen;

  • beide ouders maken alleen afspraken in hun eigen tijd met [minderjarige] of op BSO dagen;

  • een viering op school op vrijdag is voor de ouder die ook dat weekend met [minderjarige] heeft;

  • meekijkochtenden zijn om en om: in de oneven jaren heeft de vrouw de eerste keer. In de even jaren heeft de man de eerste keer;

  • schoonmaakavonden op school zal de man doen;

  • de schoolmusical in groep 8 zal twee keer worden opgevoerd. De man en de vrouw kunnen dan ook apart met hun eigen familie naar een andere voorstelling gaan, om spanning te voorkomen. De man zal naar de eerste voorstelling gaan, de vrouw naar de tweede;

  • de feestdagen worden als volgt verdeeld:

Feestdagen

Even jaren

Oneven jaren

Opmerking

Goede vrijdag

De vrouw

De man

10:00-19:00 uur

1ste Paasdag

De vrouw

De man

Om 19:00 uur vertrekt zij naar de andere ouder

2e Paasdag

De man

De vrouw

Tot 19:00 uur

Koningsdag

De man

De vrouw

10:00 – 19:00 uur

Bevrijdingsdag

De man

De vrouw

10:00-19:00 uur

Hemelvaart

De vrouw

De man

Van 10:00-19:00 uur. Indien Hemelvaart voor het weekend van de man valt in de oneven jaren, zal [minderjarige] op Hemelvaart van 10:00- tot en met zondag 19:00 uur bij de man blijven.

1e Pinksterdag

De man

De vrouw

Om 19:00 uur vertrekt ze naar de andere ouder

2e Pinksterdag

De vrouw

De man

Tot 19:00 uur

1ste Kerstdag

De man

De vrouw

Vanaf 10:00 uur ’s ochtends tot 10:00 uur ’s ochtends op 2e Kerstdag.

2e Kerstdag

De vrouw

De man

Vanaf 10:00 uur s’ ochtends tot 10:00 uur de volgende dag

Oud en Nieuw

De vrouw

De man

Vanaf 18:00 oudejaarsdag tot 15:00 uur nieuwjaarsdag.

Moederdag

De vrouw

De vrouw

In het weekend van de man dan vanaf 10:00 uur.

Vaderdag

De man

De man

In het weekend van de vrouw dan vanaf 10:00 uur tot 19:00 uur.

Verjaardag [minderjarige]

De vrouw

De man

Indien de verjaardag op een doordeweekse schooldag is, wordt zij door de betreffende ouder uit school gehaald. Zij verblijft dan op die dag tot 19:00 uur bij die ouder.

Verjaardag man

De man

De man

Indien de verjaardag op een doordeweekse schooldag is, wordt zij door de betreffende ouder uit school gehaald. Zij verblijft dan op die dag tot 19:00 uur bij die ouder.

Verjaardag vrouw

De vrouw

De vrouw

Indien de verjaardag van de vrouw valt in het weekend van de man, dan verblijft [minderjarige] die dag van 10:00 tot 19:00 bij de vrouw.

Daarbij is van belang dat ook wordt vastgesteld dat indien [minderjarige] op kamp wil met haar handbalvereniging tijdens Pinksteren, dit wordt toegelaten door beide ouders.

3.3.2.

De man voert gemotiveerd verweer en verzoekt bij zelfstandig verzoek te bepalen dat de verdere toedeling van de zorg- en opvoedingstaken op de navolgende wijze wordt vastgesteld:

Reguliere regeling

De man heeft [minderjarige] bij zich gedurende eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school(tijd) 14:30 uur tot en met maandag naar school(tijd) 8:30 uur waarbij de man zal zorgen voor het halen en brengen, alsmede

  • in de even weken op dinsdag uit school/BSO tot en met woensdagochtend naar school (de man haalt en brengt) en

  • in de oneven weken op donderdag uit school/BSO tot en met vrijdagochtend naar school ( de man haalt en brengt).

Vakanties en feestdagen

Vast te stellen dat [minderjarige] gedurende de vakanties en feestdagen op de navolgende wijze bij helfte bij de ouders zal zijn waarvan:

  • in de zomervakantie gedurende twee weken aanééngesloten en een losse week per ouder met bepaling dat [minderjarige] op de navolgende wijze bij de ouders is: in de even jaren is [minderjarige] bij de vrouw in de weken 1, 2 en 5 en bij de man in 3, 4 en 6 en in de oneven jaren is [minderjarige] bij de man in de weken: 1, 2 en 5 en bij de vrouw in de weken 3, 4 en 6;

  • gedurende de helft van de kerstvakantie, één week aaneengesloten met in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw en vice versa ten aanzien van het oneven jaar (zijnde het even jaar gemeten op de kerstdagen, waarbij de week loopt vanaf de laatste schooldag en de overdracht tussen ouders plaatsvindt op zaterdag 10:00 uur, waarbij de ouder die [minderjarige] op dat moment bij zich heeft haar naar de andere ouder brengt;

  • gedurende Pasen of Pinksteren, de man heeft in de even jaren [minderjarige] bij zich met Pasen en de vrouw met Pinksteren, en in de oneven jaren heeft de vrouw [minderjarige] met Pasen en de man heeft dan [minderjarige] met Pinksteren;

  • gedurende de verjaardag van [minderjarige] bij toerbeurt, waarbij [minderjarige] in de even jaren bij de man zal zijn en in de oneven jaren bij de vrouw;

  • gedurende de verjaardag van de man is [minderjarige] bij de man en gedurende de verjaardag van de vrouw is [minderjarige] bij de vrouw;

  • gedurende Vaderdag bij de man en gedurende Moederdag bij de vrouw;

  • gedurende de helft van de Meivakantie met in de even jaren de man de eerste week en de vrouw de tweede week en in de oneven jaren de vrouw de eerste week en de man de tweede week;

  • gedurende de helft van de voorjaars- en herfstvakantie, waarbij de vrouw [minderjarige] in de oneven jaren bij zich heeft met de voorjaarsvakantie en de man met de herfstvakantie, en in de even jaren dit andersom zal gelden;

  • gedurende de helft van de (overige) gebruikelijke schoolvakanties;

  • vast te stellen dat iedere vakantieweek begint op vrijdag ( de laatste schooldag) en eindigt op maandag ( de eerste schooldag), behoudens de bijzondere feestdagenregeling;

  • vast te stellen dat iedere vakantie dat meer dan een week behelst, de overdracht in het midden van de vakantie zal zijn op zaterdag 10:00 uur;

  • vast te stellen dat verdeling van een bijzondere (feest)dag begint na school tot de volgende dag naar school en anders vanaf 10:00 uur tot de volgende dag 10:00 uur, waarbij de ene ouder [minderjarige] (vanuit school) brengt naar de andere ouder en de andere ouder [minderjarige] naar school of naar de andere ouder zal terugbrengen, tenzij de dagen in de reguliere zorgregeling vallen, van de ouder die aan de beurt is, in dat geval zal het ophaal en breng schema van de reguliere zorgregeling worden gevolgd;

  • studiedagen: op studiedagen op vrijdag vóór een vakantie en op maandag na een vakantie verblijft [minderjarige] bij de ouder bij wie zij de vakantie zal verblijven en op overige studiedagen geldt de reguliere zorgregeling;

  • bij wisselmomenten in de vakanties geldt dat [minderjarige] door de ouder waar zij op dat moment verblijven worden gebracht naar de andere ouder, tenzij de overdracht via school plaatsvindt, dan haalt die ouder het kind op waar de kinderen volgens de regeling er moeten zijn;

  • de studiedagen worden bij helfte gedeeld om en om, tenzij partijen anders overeenkomen;

  • vast te stellen dat ouders om en om aanwezig zullen zijn bij schoolgesprekken, tenzij partijen overeenkomen dat zij deze samen bijwonen.

3.3.3.

De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van een van hen op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

3.3.4.

Partijen zijn het erover eens dat de wijziging van omstandigheden is gelegen in het feit dat het partijen niet lukt om in onderling overleg tot overeenstemming te komen met betrekking tot de reguliere zorgregeling en de verdeling van de vakanties.

3.3.5.

Tussen partijen is een jarenlange strijd gaande. [minderjarige] is al ruim vier jaar onder toezicht gesteld en ook nu loopt er nog een ondertoezichtstelling. Partijen zijn niet in staat op een normale manier met elkaar te communiceren en in het belang van [minderjarige] met elkaar samen te werken. [minderjarige] wordt belast met volwassenzaken en zit in een loyaliteitsconflict als gevolg van de strijd tussen haar ouders. Partijen verschillen van mening over hoe [minderjarige] het contact met de man ervaart en of er sprake moet zijn van een uitbreiding van het contact tussen de man en [minderjarige] . De vrouw zegt de behoefte van [minderjarige] te volgen. Volgens haar wil [minderjarige] niet verder uitbreiden. De man zegt dat [minderjarige] bij hem juist heeft aangegeven dat zij vaker bij hem wil zijn. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het voor partijen goed zou zijn als er een duidelijke regeling komt, waarbij tussen partijen geen discussie meer kan ontstaan. Ook partijen geven aan daar behoefte aan te hebben.

Uit het gesprek met [minderjarige] is de rechtbank duidelijk geworden dat alle trajecten en wisselende hulpverleners bij [minderjarige] hun tol hebben geëist. Bij [minderjarige] is er op dit moment geen draagvlak voor een verandering van de zorgregeling in wat voor vorm dan ook. De rechtbank vindt het nu het allerbelangrijkste dat er naar [minderjarige] geluisterd wordt en dat er voor haar een stukje rust ontstaat. Dit betekent niet dat dit een eindsituatie is, maar voor nu acht de rechtbank dit het meest in het belang van de [minderjarige] . De rechtbank zal de zorgregeling daarom vaststellen zoals partijen die nu feitelijk uitvoeren en een regeling bepalen met betrekking tot de feestdagen zoals de vrouw die heeft voorgesteld, omdat [minderjarige] tijdens de feestdagen het liefste bij alle twee de ouders is. De verzoeken van de man met betrekking tot de vakanties zal de rechtbank afwijzen. Ondanks dat de rechtbank de regeling niet zal uitbreiden, is het voor [minderjarige] altijd mogelijk naar de man toe te gaan als ze hem wil zien. De rechtbank gaat ervan uit dat als de druk bij [minderjarige] wegvalt, daar ook ruimte voor zal ontstaan en beide partijen haar dit mogelijk zullen maken. De overige onderwerpen aangaande school en oudergesprekken zullen partijen met elkaar of afzonderlijk met school moeten afspreken.

3.4.

Dwangsom

3.4.1.

De man verzoekt te bepalen dat de vrouw toedeling van de zorg- en opvoedingstaken dient na te leven op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 500,-- voor iedere dag dat zij niet meewerkt, één en ander zonder maximum.

3.4.2.

De vrouw voert gemotiveerd verweer.

3.4.3.

De rechtbank zal het verzoek van de man afwijzen. De vrouw heeft gemotiveerd betwist dat de dwangsom nodig was voor het nakomen van de beschikking van 11 juli 2024. De vrouw kon er niets aan doen dat de opbouw van het contact tussen de man en [minderjarige] langer heeft geduurd, omdat de GI een leidende rol in de opbouw van het contact had. De vrouw was hiervan afhankelijk. De vrouw heeft aangegeven de beschikking te zullen volgen. De rechtbank heeft geen reden daar op dit moment anders over te denken.

3.5.

Vervangende toestemming

3.5.1.

De vrouw verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen – die de toestemming van de man en de GI indien vereist vervangt – voor de medische behandeling van [minderjarige] , inhoudende de behandeling bij de schoolmaatschappelijk werkster [naam 3] te [locatie] op locatie [straatnaam] , [postcode] [locatie] .

3.5.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

3.5.3.

Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Bij een dergelijke beslissing moeten alle omstandigheden van het geval in acht worden genomen, wat er soms ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde moet zijn bij de afweging van belangen.

3.5.4.

De vrouw heeft haar verzoek tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht. Zij ziet de schoolmaatschappelijk werkster als een vertrouwenspersoon waar [minderjarige] binnen kan lopen als zij ergens mee zit. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. De man wil alleen niet dat [minderjarige] wederom een verplicht traject ingaat. De vrouw heeft toegelicht dat dat ook haar bedoeling niet is. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.

3.6.

Kindbrief

3.6.1.

Onderstaande tekst zal per brief aan [minderjarige] worden toegezonden, zodat zij door de kinderrechter op de hoogte wordt gebracht van haar beslissing.

Beste [minderjarige] ,

Op vrijdag 10 juli was je bij mij op de rechtbank en hebben wij gepraat over hoe het met je gaat en ook over de afspraken wanneer je bij mama en wanneer bij papa bent en of daar iets aan veranderd moet worden.

Jouw verhaal heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Je hebt al 7 verschillende mensen om je heen gehad, waar je steeds maar weer je verhaal hebt moeten doen zonder dat je het gevoel krijgt dat echt naar je wordt geluisterd. Wat jou veel verdriet heeft gedaan, is dat tegen je werd gezegd dat je iets moest proberen en dat als je het niet fijn zou vinden, het dan zou worden teruggedraaid. Er is alleen nooit iets terug gedraaid en daarom ben je nu bang om iets te veranderen. Je hebt er geen vertrouwen in dat als het niet goed gaat, er naar je wordt geluisterd. Het fijnste voor jou zou nu zijn dat de weekendregeling zoals die nu geldt doorloopt en dat er geen uitbreiding komt of een vakantieregeling. Het is allemaal te veel voor jou nu.

Ik heb heel goed naar je geluisterd [minderjarige] en mijn beslissing zal dan ook zijn dat de regeling blijft zoals die nu is, om het weekend van vrijdagmiddag tot zondagavond. Er komt geen andere regeling voor de schoolvakanties en dat betekent dat je dan bij mama bent. Wel denk ik dat het goed is om iets te beslissen over feestdagen omdat je op die dagen graag bij allebei je ouders bent en het voor iedereen duidelijk is wanneer je bij wie bent. Ik hoop dat je het vertrouwen terugkrijgt en dat er straks ook ruimte komt om wel tijd met papa in de vakanties door te brengen. Ik weet zeker dat als jij daaraantoe bent, je het maar hoeft te zeggen. Papa en mama zullen jou daar altijd in steunen.

Je hebt mij verteld dat het heel fijn is dat je nu met Gerard kan praten en dat het daardoor nu al beter met je gaat. Daar ben ik heel blij om.

Ik wens je alvast een mooie verjaardag en een fijne zomervakantie.

Groet van de kinderrechter

3.7.

Proceskosten

3.7.1.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank:

In de voorlopige voorziening

4.1.

wijst het verzoek af;

In de hoofdzaak

4.2.

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 11 juli 2024 in die zin dat de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld als volgt:

  • [minderjarige] verblijft om de week van vrijdag 14:30 uur tot zondag 19:00 uur bij de man;

  • indien [minderjarige] met de handbalvereniging op Pinksterkamp wil, wordt dit door beide ouders toegelaten;

  • de feestdagen worden als volgt vastgesteld:

Feestdagen

Even jaren

Oneven jaren

Opmerking

Goede vrijdag

De vrouw

De man

10:00-19:00 uur

1ste Paasdag

De vrouw

De man

Om 19:00 uur vertrekt zij naar de andere ouder

2e Paasdag

De man

De vrouw

Tot 19:00 uur

Koningsdag

De man

De vrouw

10:00 – 19:00 uur

Bevrijdingsdag

De man

De vrouw

10:00-19:00 uur

Hemelvaart

De vrouw

De man

Van 10:00-19:00 uur. Indien Hemelvaart voor het weekend van de man valt in de oneven jaren, zal [minderjarige] op Hemelvaart van 10:00- tot en met zondag 19:00 uur bij de man blijven.

1e Pinksterdag

De man

De vrouw

Om 19:00 uur vertrekt ze naar de andere ouder

2e Pinksterdag

De vrouw

De man

Tot 19:00 uur

1ste Kerstdag

De man

De vrouw

Vanaf 10:00 uur ‘s ochtends tot 10:00 uur ‘s ochtends op 2e Kerstdag.

2e Kerstdag

De vrouw

De man

Vanaf 10:00 uur ‘s ochtends tot 10:00 uur de volgende dag

Oud en Nieuw

De vrouw

De man

Vanaf 18:00 oudejaarsdag tot 15:00 uur nieuwjaarsdag.

Moederdag

De vrouw

De vrouw

In het weekend van de man dan vanaf 10:00 uur.

Vaderdag

De man

De man

In het weekend van de vrouw dan vanaf 10:00 uur tot 19:00 uur.

Verjaardag [minderjarige]

De vrouw

De man

Indien de verjaardag op een doordeweekse schooldag is, wordt zij door de betreffende ouder uit school gehaald. Zij verblijft dan op die dag tot 19:00 uur bij die ouder.

Verjaardag man

De man

De man

Indien de verjaardag op een doordeweekse schooldag is, wordt zij door de betreffende ouder uit school gehaald. Zij verblijft dan op die dag tot 19:00 uur bij die ouder.

Verjaardag vrouw

De vrouw

De vrouw

Indien de verjaardag van de vrouw valt in het weekend van de man, dan verblijft [minderjarige] die dag van 10:00 tot 19:00 bij de vrouw.

4.3.

verleent aan de vrouw vervangende toestemming om [minderjarige] aan te melden bij schoolmaatschappelijk werk [naam 3] te [locatie] op locatie [straatnaam] , [postcode] [locatie] .;

4.4.

bepaalt dat het zelfstandige verzoek zoals door de man ingediend bij verweerschrift van 24 juni 2026 wordt afgesplitst van deze procedure en verder wordt behandeld onder zaak- en rekestnummer C/10/722421 / FA RK 26-5299

4.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

4.6.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.7.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.E.D. Tjeertes, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van H.J. de Wit, griffier, op 16 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »