RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11999723 CV EXPL 25-26169
datum uitspraak: 27 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
bol.com B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘bol.com’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 13 november 2025, met bijlagen;
-
het antwoord, met bijlagen;
-
de repliek, met bijlagen;
-
de dupliek.
2 De beoordeling
Kern van de zaak
Bol.com vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 254,46 vermeerderd met rente en proceskosten, omdat [gedaagde] in 2024 een online bestelling heeft geplaatst bij bol.com en die niet heeft betaald.
[gedaagde] betwist niet dat hij een bestelling bij bol.com heeft geplaatst en daarvoor moet betalen. Hij stelt wel dat het een bekend probleem is bij bekenden en andere mensen uit zijn straat dat pakketten niet aankomen. Voor zover [gedaagde] daarmee wil zeggen dat de bestelling ook in dit geval niet door hem is ontvangen, slaagt dat verweer niet.
Bol.com heeft gesteld dat [gedaagde] nooit contact over deze bestelling (de GARDENA AquaClean) heeft opgenomen. [gedaagde] heeft weliswaar bij GGN bezwaar gemaakt en daarbij aangegeven dat ‘Deze twee pakketten van bol.com zijn of niet geleverd of voor de deur neergezet of in de kliko gelegd zonder aan te bellen’, maar bol.com heeft onweersproken gesteld dat dat over een andere bestelling ging. Daar komt volgens bol.com bij dat de bestelling waar het nu om gaat ook maar één pakket zou betreffen. GGN heeft dit vervolgens op 25 september 2025 per brief aan [gedaagde] uitgelegd, maar [gedaagde] heeft daarop niet meer gereageerd.
De betalingsverplichting van [gedaagde] blijft daarom bestaan. De kantonrechter is wel van oordeel dat er een reden bestaat om de betalingsverplichting van [gedaagde] te verminderen, omdat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst te weinig of onjuiste informatie heeft gekregen. De kantonrechter wijst daarom een bedrag van € 184,31 toe. Dit bedrag bestaat uit 80% van het factuurbedrag (80% x € 180,39) en € 40,- aan buitengerechtelijke kosten. Deze beslissing licht de kantonrechter hieronder toe.
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
Algemeen
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst die is aangegaan op afstand.1 Bij zulke overeenkomsten moet de handelaar uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst en op een voldoende duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument bepaalde informatie geven (de precontractuele informatieplicht).2 Bij overeenkomsten die online worden aangegaan moet bepaalde informatie op een in het oog springende wijze worden getoond.3
De handelaar kan ervoor kiezen om de informatie te verstrekken door deze op te nemen in haar algemene voorwaarden. Voor de precontractuele informatieplicht geldt wel de voorwaarde dat de consument voldoende duidelijk moet zijn gewezen op de algemene voorwaarden en voldoende kans moet hebben gehad om de algemene voorwaarden te lezen. Hieraan zal in het algemeen voldaan zijn als de consument de algemene voorwaarden voor akkoord moet aanvinken en deze met een hyperlink te openen waren. Als hieraan niet is voldaan, dan wordt de informatie in de algemene voorwaarden voor de precontractuele fase buiten beschouwing gelaten.
Bepaalde informatie mag naar het oordeel van de kantonrechter voor de precontractuele informatieplicht niet (alleen) door middel van de algemene voorwaarden worden verstrekt. Het gaat dan om de informatie die bij overeenkomsten die online worden aangegaan op een in het oog springende wijze moet worden getoond. Als deze informatie alleen in de algemene voorwaarden staat, is dat naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel onvoldoende duidelijk.
De handelaar moet dezelfde informatie uiterlijk bij levering verstrekken op een duurzame gegevensdrager. Met een duurzame gegevensdrager wordt bedoeld dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief. Algemene voorwaarden kunnen als duurzame gegevensdrager gelden, maar dan moeten de algemene voorwaarden wel op een duurzame gegevensdrager aan de consument zijn verstrekt.
Als aan de consument te weinig of onjuiste informatie is verstrekt, dan moet de kantonrechter de betalingsverplichting van de consument verminderen. Alleen schendingen van de zogenaamde essentiële informatieplichten die voldoende ernstig zijn, leiden tot een vermindering. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad.4
Schending informatieplicht: de wijze van betaling
De kantonrechter oordeelt dat bol.com aan één verplichting niet heeft voldaan. Dit gaat om de verplichting van artikel 6:230m lid 1 onder g BW. Bol.com heeft namelijk niet aangetoond dat bij het aangaan van de overeenkomst voldoende informatie is verstrekt over de wijze van betaling. Voor de consument moet duidelijk zijn of hij het bedrag zelf moet overmaken of dat dit automatisch zal worden afgeschreven. Naar het oordeel van de kantonrechter valt hieronder ook de termijn waarbinnen betaald moet worden. De handelaar moet het ook duidelijk vermelden als de betaling via een derde (niet zijnde een bank) verloopt.
Het gaat om een essentiële schending van een informatieverplichting die voldoende ernstig is, zodat de betalingsverplichting wordt verminderd. Bij de vermindering van de betalingsverplichting van de consument heeft de kantonrechter de sanctierichtlijn toegepast die door de rechtbanken is opgesteld.5 Op basis daarvan wordt de betalingsverplichting van [gedaagde] verminderd met 20%, zodat een bedrag van € 144,31 aan hoofdsom overblijft (80% x € 180,39).
Oneerlijke bepalingen
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van bol.com oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De kantonrechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. Bol.com mag die bepaling dan niet gebruiken en ook geen beroep meer doen op aanvullend recht.6
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet incassokosten van € 40,- betalen
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] heeft namelijk niet betaald binnen de termijn die in de brief van 11 augustus 2025 is gegeven.
[gedaagde] moet rente betalen
Gelet op het afgewezen deel van de hoofdsom wordt de rente toegewezen over € 144,31. Bol.com heeft namelijk genoeg gesteld waaruit volgt dat dit bedrag moet worden betaald en [gedaagde] heeft dat onvoldoende betwist. De rente wordt toegewezen vanaf 31 maart 2024, de datum van verzuim.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan bol.com moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 363,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat bol.com dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan bol.com te betalen € 184,31 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 144,31 vanaf 31 maart 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van bol.com worden begroot op € 363,28;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
67789