ECLI:NL:RBROT:2026:536

Datum uitspraak
06-01-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/704164 / JE RK 25-1562
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Combi-zitting Leerplicht en Ondertoezichtstelling (OTS). Verzoek verlenging OTS toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/704164 / JE RK 25-1562

Datum uitspraak: 6 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: de GI.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de beschikking van 2 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • de briefrapportage van 22 december 2025 van de GI.

1.2.

Op 6 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

1.3.

Door de kinderrechter is bijzondere toegang verleend aan de officier van justitie,

mr. A.S. Poelman en de leerplichtambtenaar van de gemeente Vlaardingen, [persoon C] . De

mondelinge behandeling van het resterende deel van het verzoek van de Raad heeft tegelijkertijd plaatsgevonden met de verdere behandeling van de leerplichtzaak van [voornaam minderjarige] , bekend onder parketnummer 10-071144-25.

1.4.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van 2 oktober 2025 onder toezicht gesteld met ingang van 2 oktober 2025 tot 1 februari 2026. Het overig verzochte is aangehouden.

3 Het (aangehouden) verzoek

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Er moet nog een beslissing worden genomen op het restant van het verzoek, te weten de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de periode van 1 februari 2026 tot 2 juli 2026.

4 De standpunten

4.1.

De Raad heeft ter zitting het resterende deel van het verzoek gehandhaafd en kort toegelicht. Het is vooral van belang dat de GI ondersteuning kan bieden, zodat [voornaam minderjarige] weer naar school gaat en een dagbesteding krijgt.

4.2.

De GI heeft zich aangesloten bij het standpunt van de Raad. In de afgelopen periode, vanaf november 2025, was het contact met [voornaam minderjarige] en met de moeder goed. [voornaam minderjarige] staat op de wachtlijst voor een vaste jeugdbeschermer. De huidige jeugdbeschermer zal zich inspannen om betrokken te kunnen blijven, maar hier is geen zekerheid over.

4.3.

Onlangs is gebleken dat de baan van [voornaam minderjarige] is gestopt. Hoewel er onduidelijkheden zijn, gaat de GI ervan uit dat [voornaam minderjarige] (voorlopig) ingeschreven blijft bij het Albeda College. In de afgelopen periode heeft de GI geprobeerd contact te leggen met de leerplichtambtenaar, maar dit is niet gelukt. Op 13 januari aanstaande staat een afspraak gepland met het Albeda, om de invulling en mogelijkheden van een werk-/leertraject te bespreken. [voornaam minderjarige] heeft de voorkeur uitgesproken voor een traject van drie dagen per week werken en twee dagen per week naar school. De voortzetting van de ondertoezichtstelling is van belang om afspraken met [voornaam minderjarige] , de moeder en de school te kunnen maken.

4.3

De moeder heeft geen verweer gevoerd. Omdat er meerdere instanties bij [voornaam minderjarige] zijn betrokken, is er veel onduidelijkheid. De moeder vindt het prettig als de GI de komende vijf maanden nog toezicht blijft houden. Het is vooral belangrijk dat [voornaam minderjarige] een diploma haalt en dat zij gelukkig is.

4.4.

De leerplichtambtenaar heeft naar voren gebracht dat [voornaam minderjarige] in het afgelopen schooljaar 182 klokuren afwezig is geweest. [voornaam minderjarige] deed eerst mavo/havo. Het aangeboden niveau 1 van het MBO was voor haar (te) gemakkelijk. Van het Albeda mocht [voornaam minderjarige] , als zij naar school zou gaan, overstappen naar niveau 3. [voornaam minderjarige] ging niet naar school, dus dit kwam niet van de grond. Ook had [voornaam minderjarige] geen stageplek, terwijl stage lopen wel een van de verplichtingen is.

5 De beoordeling

5.1.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van de zeventienjarige [voornaam minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. In de afgelopen periode is zij nauwelijks naar school gegaan. Tijdens het gesprek met het Albeda College op 4 november 2025, waarbij ook de GI en de moeder aanwezig waren, heeft [voornaam minderjarige] verteld dat zij een drempel ervaart. Door het aanhoudende schoolverzuim bestaat de zorg dat de terugkeer naar school steeds moeilijker wordt. Aangezien haar baantje recent is gestopt, heeft [voornaam minderjarige] op dit moment geen dagbesteding. Via die baan heeft zij wel laten zien dat zij bereid en in staat is om langere tijd een aanzienlijk aantal uren in de week te werken. Zij is op dit moment ook op zoek naar een ander baantje.

5.2.

De moeder is betrokken en zij wil het beste voor [voornaam minderjarige] . Het lukt haar echter onvoldoende om [voornaam minderjarige] te stimuleren om naar school te gaan.

5.3.

Gelet op het voorgaande kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig; de moeder weerspreekt dit ook niet. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan1. Om de begeleiding en hulpverlening aan [voornaam minderjarige] en de moeder te waarborgen, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de overige duur van het verzoek, te weten tot 2 juli 2026.

5.4.

De komende periode zal de GI inzetten op het voeren van gesprekken met [voornaam minderjarige] en de moeder, om inzicht te krijgen in de drempel die [voornaam minderjarige] ervaart om naar school te gaan. Ook zal de GI contact leggen en houden met de leerplichtambtenaar. Daarnaast vindt overleg plaats met de school. Op 13 januari 2026 staat een afspraak gepland met het Albeda College om de concrete mogelijkheden te bespreken voor het volgen van een werk-/leertraject en hierover afspraken te maken. De school heeft eerder benoemd dat [voornaam minderjarige] over voldoende capaciteiten voor een dergelijk traject beschikt. Het is positief dat [voornaam minderjarige] hiervoor open staat en gemotiveerd is.

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 2 juli 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door

mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van R.G.H. Elich als griffier, en op schrift gesteld op 21 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »