ECLI:NL:RBROT:2026:3709

Datum uitspraak
10-04-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11967751 CV EXPL 25-24751
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering toegewezen. Gedaagde moet een openstaande medische rekening betalen met rente en kosten. Haar verweren, zoals een mogelijke subsidieregeling, postproblemen en loonbeslag, worden afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11967751 CV EXPL 25-24751

datum uitspraak: 10 april 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Van Houwelingen & Partners Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

Partijen worden hierna ‘Sint Franciscus’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 6 november 2025, met bijlagen;

  • het antwoord;

  • de repliek, met bijlagen.

1.2.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Sint Franciscus eist dat [gedaagde] een onbetaalde rekening uit 2014 van € 79,98 voor een medische behandeling betaalt, vermeerderd met incassokosten van € 48,40 en rente die tot 4 november 2025 € 27,31 bedraagt. In totaal vordert Sint Franciscus betaling van € 155,69, met verdere rente en proceskosten. [gedaagde] betwist de vordering niet, maar voert aan dat zij schulden heeft, dat de rekening oud is en dat de kosten vanuit een subsidieregeling zouden worden vergoed omdat zij toen onverzekerd was. Tevens betwist zij een aanmaning te hebben ontvangen vanwege postproblemen en geeft zij aan dat er al beslag op haar loon ligt. De vordering wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Hoofdsom

2.2.

Vaststaat dat [gedaagde] een medische behandeling heeft ondergaan en dat zij de rekening daarvoor niet heeft betaald. Volgens haar zouden de kosten vergoed moeten worden vanuit een subsidieregeling. Sint Franciscus heeft bij repliek gemotiveerd betwist dat die regeling ten tijde van de behandeling (2014) van kracht was. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd. Er wordt daarom vanuit gegaan dat dat klopt. Het verweer van [gedaagde] dat er al beslag ligt op haar inkomen en zij daarom niet tot betaling kan overgaan of dat de vordering hiermee voldaan zou zijn, wordt verworpen. Sint Franciscus heeft bij repliek onweersproken uitgelegd dat de beslagen waarop zij doelt, betrekking hebben op andere openstaande schulden en worden verdeeld over meerdere schuldeisers. Dat er beslag ligt voor andere schulden, betekent niet dat deze rekening niet meer betaald hoeft te worden. De hoofdsom van € 79,98 wordt dan ook toegewezen.

Incassokosten

2.3.

De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [gedaagde] betwist een aanmaning, waaronder de zogeheten veertiendagenbrief van 17 november 2016, te hebben ontvangen. Sint Franciscus heeft bij repliek toegelicht dat de veertiendagenbrief is verzonden naar het adres waarop [gedaagde] destijds in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat zij meer tekst en uitleg zou geven over de problemen met de postbezorging. Omdat die toelichting er niet is, heeft zij haar reactie onvoldoende geconcretiseerd. Er wordt dan ook vanuit gegaan dat de brief van 17 november 2016 op het adres van [gedaagde] is bezorgd.

Rente

2.4.

De rente wordt toegewezen, omdat Sint Franciscus genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan Sint Franciscus moet betalen de rente van € 27,31 die Sint Franciscus heeft berekend tot 6 november 2025.

Proceskosten

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan Sint Franciscus moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 388,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Sint Franciscus dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Sint Franciscus te betalen € 155,69 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 79,98 vanaf 4 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Sint Franciscus worden begroot op € 388,64;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »