ECLI:NL:RBROT:2026:1918

Datum uitspraak
06-01-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/709648 / JE RK 25-2281
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/709648 / JE RK 25-2281

Datum uitspraak: 6 januari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam, waargenomen door mr. M.S. Krol.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 november 2025;

  • het e-mailbericht van [voornaam minderjarige] , ontvangen op 24 december 2025;

  • de toetsing van de Raad van 24 december 2025.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een e-mailbericht gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft in het Dushihuis.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 11 januari 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 juli 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 11 januari 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht deze als volgt toe. Recentelijk is door zowel de moeder als [voornaam minderjarige] de wens uitgesproken om te zoeken naar een verblijfplek voor [voornaam minderjarige] in de buurt van Rotterdam. Dit zal de komende periode verder onderzocht moeten worden. [voornaam minderjarige] ontwikkelt zich positief in het Dushihuis en het gaat goed met haar op school. Onlangs zijn er wel verschillende incidenten geweest op de groep, dit is een verandering die de afgelopen maanden heeft plaatsgevonden. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] passende behandeling krijgt voor wat zij in haar verleden heeft meegemaakt. Het is niet realistisch om deze behandeling binnen een half jaar te realiseren.

4 Het standpunt van de moeder

4.1.

Door en namens de moeder wordt ter zitting ingestemd met de verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] . Verder verzet de moeder zich niet tegen een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, maar wel tegen de verzochte duur. De moeder wil graag een kortere verlenging zodat er druk op de ketel komt bij de GI om een verblijfplek voor [voornaam minderjarige] te zoeken dichter bij de moeder. De moeder is slecht ter been en het lukt haar niet om elke keer naar het Dushihuis in Nijmegen te reizen. De moeder vindt de band met haar dochter heel belangrijk en deze is lastig te onderhouden wanneer zij ver uit elkaar wonen. Daarnaast geeft [voornaam minderjarige] de afgelopen periode aan niet goed op haar plek te zitten in het Dushihuis. De moeder benadrukt dat het perspectief van [voornaam minderjarige] niet bij de moeder ligt.

5 Informatie van de Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft in de briefrapportage van 24 december 2025 het volgende aangegeven: “De Raad is er gerust op dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing de maatregel is die het meest bijdraagt om te zorgen dat het goed blijft gaan met [voornaam minderjarige] . (…) Wel wil de Raad aan de jeugdbeschermer meegeven om te onderzoeken of een plaatsing in (de buurt van) Rotterdam gerealiseerd kan worden, zodat moeder en [voornaam minderjarige] makkelijker contact met elkaar kunnen hebben en zo hun onderlinge band kunnen herstellen.”.

6 De beoordeling

6.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

6.2.

[voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [voornaam minderjarige] is een jong meisje met een belast verleden. Inmiddels woont [voornaam minderjarige] ook al langere tijd niet meer bij de moeder. De moeder heeft zich niet verzet tegen het verlengen van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om te garanderen dat de voor [voornaam minderjarige] noodzakelijke hulpverlening wordt ingezet. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling als onweersproken verlengen voor de duur van een jaar, te weten tot 11 januari 2027.

6.3.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.2

6.4.

[voornaam minderjarige] verblijft sinds januari 2024 in het Dushihuis in Nijmegen waar zij zich positief ontwikkelt. De afgelopen maanden verloopt het verblijf van [voornaam minderjarige] in het Dushihuis echter onrustiger. Er hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op de groep waar [voornaam minderjarige] bij betrokken was. [voornaam minderjarige] geeft aan dat zij dichter bij de moeder wil wonen en niet langer in het Dushihuis wil verblijven. Voor zowel de moeder als [voornaam minderjarige] is het duidelijk dat het perspectief van [voornaam minderjarige] niet bij de moeder ligt. De kinderrechter vindt het daarom, net als de Raad, belangrijk dat er gelet op de wens van [voornaam minderjarige] en de moeder door de GI gezocht wordt naar een verblijfplek voor [voornaam minderjarige] dichter bij de moeder. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen, maar wel voor een kortere periode dan is verzocht, te weten tot 11 juli 2026. In de tussentijd kan door de GI worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor een overplaatsing van [voornaam minderjarige] naar een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dichter bij de moeder. De beslissing op het verzoek zal voor het overige worden aangehouden tot de hierna te noemen pro forma datum.

6.5.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de moeder en mr. F. Pool) omtrent de dan huidige stand van zaken.

6.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 11 januari 2027;

7.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 11 juli 2026;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

7.4.

houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 juni 2026 pro forma;

7.5.

bepaalt dat de GI, [voornaam minderjarige] , de moeder en mr. F. Pool op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;

7.6.

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de moeder en mr. F. Pool) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door mr. K.F.T. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 20 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »