RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/724342 / JE RK 26-1545
Datum uitspraak: 9 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] en [de vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 3 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de ouders;
-
een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar ouders.
Bij beschikking van 18 september 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 18 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat laatste houdt in dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4 De standpunten
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Het afgelopen jaar is de ondertoezichtstelling wat wisselend verlopen. Vanaf april 2026 zetten de ouders positieve stappen. De wekelijkse urinecontroles van de vader zijn al langere tijd schoon en zijn daarom niet meer nodig. De moeder is begonnen met werken om haar schulden af te lossen. De ouders volgen op dit moment geen behandeling en omdat de positieve ontwikkeling nog pril is, vindt de GI het nog te vroeg om af te schalen naar het vrijwillig kader. Het is van belang dat er een stok achter de deur is voor de ouders en indien er sprake is van een terugval, de GI snel kan schakelen met de hulpverlening.
Door de ouders wordt tijdens de mondelinge behandeling geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Het gaat goed met [minderjarige] , zij gaat sinds kort naar de kinderopvang en heeft het daar naar haar zin. De ouders wonen weer samen en dit verloopt goed. Ook verloopt de communicatie tussen de ouders positief. De moeder vindt het fijn dat zij aan het werk is en is gemotiveerd om haar schulden af te lossen. De ouders vinden het prettig dat zij terecht kunnen bij de GI als zij vragen hebben en dat er een stok achter de deur is.
5 De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er binnen de ondertoezichtstelling positieve stappen zijn gezet. De ouders hebben laten zien dat zij open staan voor de inzet van hulpverlening en hebben hun medewerking getoond. De moeder volgde een behandeling bij Antes, maar is hier – in overleg met de GI – mee gestopt, onder meer zodat zij kan werken om haar schulden zo snel mogelijk af te betalen. De vader heeft meegewerkt aan de urinecontroles en is ook bezig om zijn schulden af te lossen. Ook wonen de ouders weer samen. Deze positieve stappen zijn echter nog pril. Afgewacht moet worden of de verbeteringen stand houden. De ouders zijn immers het afgelopen jaar teruggevallen in hun drugsgebruik, wat voor forse spanningen heeft gezorgd. Als het langere tijd goed blijft gaan, kan onderzocht worden of een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk is. Daartoe zullen dan duidelijke afspraken gemaakt moeten worden. De verdere betrokkenheid van de GI is nodig om de thuissituatie te blijven monitoren, vraagbaak te zijn voor de ouders, indien nodig, en op te kunnen treden, indien een van hen een terugval heeft. De ouders staan hier ook achter.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de – verzochte en niet weersproken – duur van een jaar.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 18 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 1 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.