RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/723954 / JE RK 26-1482 en C/10/724049 / JE RK 26-1503
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/723954 / JE RK 26-1482
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 27 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724049 / JE RK 26-1503
-
het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 28 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
-
de brief van de GI, inhoudende het verweer van de moeder, binnengekomen bij de rechtbank op 31 augustus 2026;
-
de brief van de moeder, binnengekomen bij de rechtbank op 1 september 2026;
-
het stuk dat de moeder ter zitting heeft voorgelezen en overlegd.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleidster van de moeder, [persoon B] .
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 september 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 24 september 2026.
Bij beschikking van 9 juni 2022 heeft de rechtbank de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:
Oneven weken:
Maandag: bij de vrouw
Dinsdag: bij de vrouw
Woensdag: bij de vrouw tot 17:00 uur, daarna naar de man
Donderdag: bij de man
Vrijdag: bij de man tot 17:00 uur, daarna naar de vrouw
Zaterdag: bij de vrouw
Zondag: bij de vrouw
Even weken:
Maandag: bij de vrouw
Dinsdag: bij de vrouw
Woensdag: bij de vrouw tot 17:00 uur, daarna naar de man
Donderdag: bij de man
Vrijdag: bij de man
Zaterdag: bij de man
Zondag: bij de man tot 17:00 uur, daarna naar de vrouw
De wisselingen vinden op zondag na het eten plaats en de wisselingen op doordeweekse dagen voor het avondeten.
De vader en de moeder zijn in kort geding, gehouden op 23 april 2024, het volgende overeengekomen:
-
Uitgangspunt is dat er één keer in de week één dag of middag contact is tussen de vrouw en [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] .
-
Dit contact wordt begeleid door iemand uit het netwerk van de vrouw.
-
De vrouw informeert DwarsDoen over de persoon of personen uit haar netwerk, waarna DwarsDoen met deze persoon contact heeft en met deze persoon afspraken maakt over hoe het contact eruit moet zien. De man volgt het advies van DwarsDoen.
-
De nadere invulling van de contactmomenten wordt in overleg met DwarsDoen bepaald en is mede afhankelijk van de beschikbaarheid van de begeleiding uit het netwerk.
-
Het halen en brengen van [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] wordt in overleg met DwarsDoen bepaald, waarbij ook aan orde komt of dit halen en brengen moet worden begeleid.
-
Deze regeling geldt totdat partijen in overleg met de hulpverlening tot andere afspraken komen.
-
[voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 1] mogen met de vrouw (video)bellen wanneer zij dat willen.
3 De verzoeken
In de zaak met zaaknummer C/10/723954 / JE RK 26-1482
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak met zaaknummer C/10/724049 / JE RK 26-1503
De GI verzoekt de zorgregeling als volgt te wijzigen:
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] :
De contactregeling tussen moeder en [voornaam minderjarige 1] te schorsen, zodat [voornaam minderjarige 1] zich kan richten op de ingezette behandeling en, wanneer hij daarvoor voldoende ruimte ervaart, op een voor hem passend moment en in zijn eigen tempo kan toewerken naar contactherstel met moeder.
Ter zitting heeft de GI verduidelijkt dat het verzoek is om te beslissen dat de regeling ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] zo wordt gewijzigd dat er geen verdeling van de zorg- en opvoedingstaken meer bestaat tussen de vader en de moeder en dat [voornaam minderjarige 1] volledig bij de vader verblijft.
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] :
[voornaam minderjarige 2] verblijft in de even weken van vrijdag 19:00 uur tot zondag 20:00 uur bij moeder;
[voornaam minderjarige 2] verblijft in de even weken één doordeweekse dag na school tot 20:00 uur bij moeder.
Beide ouders dienen ervoor zorg te dragen dat de voetbalactiviteiten van [voornaam minderjarige 2] doorgang vinden op de momenten dat [voornaam minderjarige 2] bij hen verblijft.
De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht deze als volgt toe. De GI ziet dat het beter gaat met [voornaam minderjarige 1] en hoopt dat hij stappen blijft maken in zijn ontwikkeling. De GI hoopt dat [voornaam minderjarige 1] later de ruimte zal voelen om toenadering richting de moeder te zoeken. De huidige situatie is voor de kinderen erg belastend en [voornaam minderjarige 2] lijdt onder de spanningen tussen de vader en de moeder. Het lukt de ouders niet om samen duidelijke afspraken te maken. De GI acht het van belang dat er een duidelijke zorgregeling komt, zodat beide kinderen weten waar zij aan toe zijn. De GI wil voor [voornaam minderjarige 2] zo veel contact als mogelijk is en denkt dat een vaste doordeweekse dag in zijn belang is. Het lukt de ouders niet om hier onderling afspraken over te maken. Op dit moment verlopen de contactmomenten tussen de moeder en [voornaam minderjarige 2] goed. Hij verblijft daar om het weekend, waarbij de moeder hem op zaterdagochtend naar de vader brengt zodat de vader mee kan naar voetbal. Daarna gaat hij weer naar de moeder.
4 De standpunten
De moeder voert geen verweer tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft moeite met de voorgestelde zorgregeling van de GI. Het gaat een stuk beter met de moeder en zij heeft baat bij de wekelijkse hulpverlening. De moeder wil graag dat zij als gelijkwaardige ouder naast de vader staat. Een ondertoezichtstelling zou dan niet nodig hoeven zijn. Ook wil de moeder dat het contact tussen haar en [voornaam minderjarige 1] weer wordt opgebouwd. Met betrekking tot de doordeweekse dag ziet de moeder het liefst dat [voornaam minderjarige 2] iedere dinsdag tot 20:00 bij haar verblijft in plaats van om de week. Dit is voor iedereen duidelijker. De moeder heeft de wens om, op een respectvolle manier samen met de vader, toe te werken naar een 50/50 regeling voor beide kinderen.
De vader staat achter de verlenging van de ondertoezichtstelling en is blij met de betrokkenheid van de GI. De vader staat ook achter het verzoek om de zorgregeling tussen moeder en [voornaam minderjarige 1] te wijzigen zodat [voornaam minderjarige 1] niet meer naar de moeder zal gaan. [voornaam minderjarige 1] kan zich op die manier volledig richten op zijn behandeling. De vader ziet dat [voornaam minderjarige 1] meer rust heeft nu er geen contact is met de moeder. Hij ontwikkelt zich beter en ervaart minder spanning. Ook kan de vader instemmen met de voorgestelde regeling van de GI ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] . De vader wil het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige 2] niet ontzeggen en staat ook open voor een doordeweeks contactmoment. De vader acht een gelijkmatige verdeling van de zorg zoals de moeder dat wenst niet langer realistisch.
5 De beoordeling
Ondertoezichtstelling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord en het lukt de ouders niet om in het belang van de kinderen samen te werken. Deze situatie leidt tot onduidelijkheid en onvoorspelbaarheid voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Het contact tussen [voornaam minderjarige 2] en de moeder verloopt wisselend. Op dit moment gaat het goed, maar in het afgelopen jaar zijn er ook momenten geweest dat [voornaam minderjarige 2] niet naar de moeder wilde. Daarnaast zijn de zorgen over het gedrag van [voornaam minderjarige 1] nog aanwezig. [voornaam minderjarige 1] ontvangt een-op-een begeleiding vanuit de dagbesteding zodat hem de benodigde structuur en grenzen kunnen worden geboden. Er is geen contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 1] staat daar (op dit moment) ook niet voor open. De komende periode is het van belang dat er passende behandeling wordt ingezet, zodat [voornaam minderjarige 1] toekomt aan zijn eigen ontwikkeling. Bezien dient te worden of de behandeling ervoor zorgt dat [voornaam minderjarige 1] ruimte ervaart voor enige vorm van contactherstel met de moeder. Tussen [voornaam minderjarige 2] en de moeder is het contact weer opgestart en dit lijkt goed te gaan. De komende periode is het van belang dat het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige 2] wordt gemonitord, zodat kan worden gekeken of een uitbreiding van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken mogelijk is.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter de betrokkenheid van de GI nog langer noodzakelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.
Wijziging verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Voor de duur van de ondertoezichtstelling kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.2
Uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de huidige regeling niet wordt nageleefd. Dit zorgt bij de kinderen en bij de ouders voor onrust. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is om een passende en uitvoerbare regeling vast te stellen.
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 1]
heeft al langere tijd geen contact met de moeder en geeft aan dit ook niet meer te willen. Dit is een verdrietige situatie, maar het proberen af te dwingen van contact tussen de bijna veertienjarige [voornaam minderjarige 1] en de moeder is naar het oordeel van de kinderrechter ook niet zinvol en zal wellicht alleen maar averechts werken. Dit geldt temeer nu bij [voornaam minderjarige 1] sprake is van forse problematiek waarvoor hij behandeling nodig heeft. De kinderrechter zal gelet op het voorgaande de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] zo wijzigen dat [voornaam minderjarige 1] volledig bij de vader verblijft en dat er geen contactmomenten tussen [voornaam minderjarige 1] en de moeder zijn.
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2]
De kinderrechter is van oordeel dat de door de GI voorgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de huidige stand van zaken het meest in het belang van [voornaam minderjarige 2] is. [voornaam minderjarige 2] verblijft momenteel om het weekend van vrijdagavond 19.00 uur tot zondagavond 20.00 uur bij de moeder en het is belangrijk dat dit wordt vastgelegd. Hierbij merkt de kinderrechter op dat zij ervan uitgaat dat de ouders ervoor zullen zorgen, zoals zij tot nu toe ook hebben gedaan en zoals al jaren gebruikelijk is, dat de vader op zaterdagochtend bij de voetbal van [voornaam minderjarige 2] is. De ouders verschillen van mening over de extra doordeweekse dag(en) en de GI wil onderzoeken wat daarin voor [voornaam minderjarige 2] mogelijk en haalbaar is. Daarom ziet de kinderrechter aanleiding om voor [voornaam minderjarige 2] een voorlopige regeling vast te stellen. De kinderrechter zal - na dit ter zitting met de ouders te hebben besproken - de dinsdag in de even weken als vaste dag bepalen. Dit geeft alle betrokkenen duidelijkheid. De kinderrechter zal als voorlopige regeling vaststellen dat [voornaam minderjarige 2] in de even weken van vrijdag 19:00 uur tot zondag 20:00 uur bij de moeder verblijft. Het eerste moment hiervoor na de uitspraak is van vrijdag 18 september tot zondag 20 september aanstaande. Daarnaast bepaalt de kinderrechter als voorlopige regeling dat [voornaam minderjarige 2] in de even weken op dinsdag na school tot 20:00 uur bij de moeder verblijft. Het eerste moment hiervoor is dinsdag 29 september aanstaande. Mocht [voornaam minderjarige 2] een (deel van een) weekend of dinsdag niet kunnen, bijvoorbeeld door een feestje of kamp, dan ligt de regie voor het eventueel wisselen of inhalen van de contactmomenten tussen [voornaam minderjarige 2] en de moeder bij de GI.
De kinderrechter zal de beslissing over een definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aanhouden tot de hierna vermelde zittingsdatum. De komende periode dient de regeling te worden gemonitord en het is aan de GI om te kijken of deze regeling tegen die tijd nog passend is bij de behoeftes van [voornaam minderjarige 2] . De GI wordt verzocht uiterlijk een week voor de hierna vermelde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de vader en de moeder) te rapporteren over de stand van zaken op dat moment en of er nadere processuele wensen zijn.
Gelet op het voorgaande wijzigt de kinderrechter voorlopig de eerder door de rechtbank vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals hiervoor overwogen en zoals hieronder bij de beslissing is opgenomen.
De kinderrechter verklaart de beslissingen uit deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissingen direct gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/723954 / JE RK 26-1482
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 24 september 2027;
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724049 / JE RK 26-1503
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 1]
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt dat deze als volgt zal zijn:
- [voornaam minderjarige 1] verblijft volledig bij de vader en er zijn geen contactmomenten met de moeder;
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2]
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt dat deze voorlopig als volgt zal zijn:
-
[voornaam minderjarige 2] verblijft in de even weken van vrijdag 19:00 uur tot zondag 20:00 uur bij de moeder;
-
[voornaam minderjarige 2] verblijft in de even weken op dinsdag na school tot 20:00 uur bij de moeder;
-
de regie voor het eventueel inhalen en / of wisselen van contactmomenten die niet door kunnen gaan ligt bij de GI;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Ten aanzien van het zaaknummer C/10/724049 / JE RK 26-1503
Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2]
en alvorens verder te beslissen:
houdt de definitieve beslissing op het verzoek ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] aan en roept de GI, de moeder en de vader op te verschijnen tijdens de zitting van mr. A.L. Pöll van de Rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 7 december 2026 om 16:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de vader en de moeder;
vraagt de griffier [voornaam minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek;
verzoekt de GI uiterlijk een week voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbenden) de verzochte rapportage te doen toekomen.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen en mr. F.W. Marijnen als griffiers, en op schrift gesteld op 18 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.