RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummers: C/09/705625 / JE RK 26-885, C/09/707667 / JE RK 26-1101 en
C/09/707668 / JE RK 26-1102
Datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter
I. Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
II. Wijziging zorgregeling
III. Gedeeltelijke gezagsuitoefening voor aanmelding bij onderwijsinstelling
in de zaken van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Zoetermeer,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over de minderjarige
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
met onbekende woon- of verblijfplaats,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. G. Alkilic uit Den Haag,
[de pleegmoeder] en [de pleegvader],
de pleegmoeder respectievelijk de pleegvader,hierna ook samen te noemen: de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
Op 21 mei 2026 heeft de rechtbank het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing ontvangen, met als bijlagen het gezinsplan van 21 mei 2026 en de opvoedvisie van 28 mei 2022.1
In die procedure is het advies2 van de Raad voor de Kinderbescherming van 17 juni 2026 nagezonden.
Op 22 juni 2026 heeft de rechtbank het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling ontvangen3, met als bijlagen het gezinsplan en verslagen van contactmomenten. Op diezelfde datum heeft de rechtbank ook het verzoek tot toekenning van gedeeltelijke uitoefening van gezag met betrekking tot aanmelding bij een onderwijsinstelling ontvangen, met als bijlage het gezinsplan.4
De zaken zijn gecombineerd behandeld ter zitting met gesloten deuren op 1 juli 2026.5 Daarbij waren aanwezig:
-
[naam], namens de gecertificeerde instelling;
-
de vader met zijn advocaat;
-
de pleegmoeder, mede namens de pleegvader.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen per advertentie in de Staatscourant.
2 De feiten
In het gezagsregister is aangetekend dat de vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij de pleegouders.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 september 2025 de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 6 juli 2026.
Bij beschikking van 18 september 2025 is de zorgregeling gewijzigd en is bepaald – voor de duur van de ondertoezichtstelling – dat [minderjarige] eenmaal per twee weken gedurende één uur onder begeleiding contact zal hebben met de vader, waarbij na zes contactmomenten een evaluatie plaatsvindt en onder regie van de gecertificeerde instelling de regeling verder kan worden uitgebreid in duur en frequentie.
3 De verzoeken
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] kent een belast verleden. Momenteel groeit [minderjarige] op bij de pleegouders waar zij een veilige en stabiele opvoedomgeving ervaart. [minderjarige] ontwikkelt zich daar goed en zij zal binnenkort starten op de basisschool. Het perspectief van [minderjarige] is door de gecertificeerde instelling bij de pleegouders bepaald. Hoewel de gecertificeerde instelling inziet dat de vader graag een (betere) band wil opbouwen met [minderjarige], lukt het hem niet altijd om afspraken na te komen en verlopen de contactmomenten met [minderjarige] vaak moeizaam. De moeder is sinds 17 maart 2026 niet meer in contact met de gecertificeerde instelling en het is de gecertificeerde instelling, ondanks verscheidene pogingen daartoe, tot op heden niet gelukt om de moeder te bereiken. De huidige verblijfplaats van de moeder is voor de gecertificeerde instelling onbekend. De gecertificeerde instelling is van mening dat de vader en de moeder niet in staat zijn om de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] op zich te nemen. Er wordt overwogen om onderzoek te doen naar een beëindiging van het gezag.
Daarnaast verzoekt de gecertificeerde instelling een omgangsregeling vast te stellen (de kinderrechter begrijpt: de zorgregeling te wijzigen), in die zin dat de vader eenmaal per vier weken één uur begeleid contact heeft met [minderjarige] op locatie van Stichting Jeugdbescherming west in [plaats] en onder begeleiding van [zorginstantie], met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De reden van het verzoek is dat de huidige regeling niet goed verloopt, zo blijkt onder andere uit de omgangsverslagen en het feit dat de vader afspraken niet altijd nakomt, wat niet in het belang van [minderjarige] is. De verwachting is dat de voorgestelde regeling zal zorgen voor positievere ervaringen en daarmee beter contact tussen [minderjarige] en de vader. Door de frequentie te beperken kan [minderjarige] het contactmoment waarschijnlijk langer volhouden en mag van de vader verwacht worden dat hij de afspraken strikt nakomt. Bovendien mist [minderjarige] op deze wijz4e geen school. De regeling zou op termijn weer uitgebreid kunnen worden als de contactmomenten positief verlopen.
Tot slot verzoekt de gecertificeerde instelling te bepalen dat het gezag over [minderjarige] gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling, voor zover het betreft de aanmelding bij een onderwijsinstelling, voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling verzoekt die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en aan te laten tekenen in het gezagsregister. De reden van dit verzoek is dat de moeder als gezaghebbende ouder toestemming moet geven voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool, maar zij is voor de gecertificeerde instelling onbereikbaar, ondanks meerdere pogingen via verschillende telefoonnummers, e-mailadressen, en via de vader, de oma moederszijde en vriendinnen van de moeder.
4 De standpunten
De vader verzet zich niet tegen verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De vader heeft er wel moeite mee dat zijn rol in de opvoeding van [minderjarige] minimaal is gebleven. De vader verzet zich niet tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling om de zorgregeling te wijzigen. Hij merkt daarbij wel op dat hij al meermalen bij de gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat hij graag zou zien dat de contactmomenten op een andere manier worden ingericht, bijvoorbeeld door de contactmomenten op te nemen, zodat hij de opnames achteraf kan terugkijken en daarvan kan leren. De vader geeft aan dat het hem slechts een enkele keer niet is gelukt om bij de contactmomenten met [minderjarige] aanwezig te zijn. Hij doet erg zijn best. De advocaat van de vader vraagt ter zitting of het mogelijk is om naast de fysieke contactmomenten eens in de twee weken een videobelmoment tussen [minderjarige] en de vader te organiseren. De vader verzet zich niet tegen het verzoek van de gecertificeerde instelling tot uitoefening van het gedeeltelijk gezag. Hij zal zelf toestemming verlenen voor het inschrijven van [minderjarige] op de basisschool.
De pleegouders staan achter de verzoeken. De pleegmoeder merkt ter zitting op dat het goed gaat met [minderjarige]. Zij gaat met veel plezier naar school. [minderjarige] zit bij de pleegouders goed op haar plek en kan goed overweg met haar pleegbroers en -zus.
5 De beoordeling
Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is voldaan.6 De kinderrechter verlengt de maatregelen voor de duur van een jaar, tot 6 juli 2027, en legt hieronder uit waarom.
De ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de vader en de moeder zijn onverminderd aanwezig. Beide ouders hebben problemen met hun mentale gezondheid en middelenafhankelijkheid. De moeder is sinds medio maart 2026 niet meer in contact geweest met de gecertificeerde instelling en haar huidige verblijfplaats is onbekend. De kinderrechter ziet dat de vader zijn best doet en veel om [minderjarige] geeft, maar de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vader verlopen moeizaam en de vader komt afspraken met de gecertificeerde instelling niet altijd na. De vader kan weinig aansluiting vinden bij [minderjarige] en hij heeft veel ondersteuning nodig. De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft die de regie kan blijven voeren over de hulpverlening en de vader kan ondersteunen in zijn contact en relatie met [minderjarige]. Daarom verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Het is positief dat [minderjarige] tot een goede ontwikkeling komt bij de pleegouders. Zij start binnenkort op de basisschool en zij zit goed op haar plek. [minderjarige] heeft behoefte aan rust en stabiliteit. De kinderrechter acht een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing daarom noodzakelijk in haar belang.
Wijziging zorgregeling
De kinderrechter stelt vast dat bij beschikking van 18 september 2025 een eerder door de rechter vastgestelde zorgregeling op verzoek van de gecertificeerde instelling reeds is gewijzigd. De kinderrechter begrijpt het huidige verzoek van de gecertificeerde instelling daarom zo dat nu wordt verzocht die regeling (weer) te wijzigen. Op grond van de wet moet de kinderrechter dan beoordelen of sprake is van gewijzigde omstandigheden of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.7
De kinderrechter is van oordeel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor de regeling moet worden gewijzigd zoals verzocht. Het lukt de vader niet om zich structureel te houden aan de afspraken rondom de omgangsmomenten. Ondanks dat de jeugdbeschermer steeds kort van tevoren bij hem checkt of hij onderweg is, is het een keer voorgekomen dat hij niet is verschenen, terwijl hij wel aangaf onderweg te zijn. Hierdoor heeft [minderjarige] nodeloos op het kantoor van de gecertificeerde instelling moeten wachten. Dit is niet in haar belang en schaadt ook de (vertrouwens)relatie tussen [minderjarige] en de vader. De omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige] verlopen bovendien moeizaam. Het lukt de vader vaak niet om aansluiting te vinden bij [minderjarige]. Daarnaast lijkt [minderjarige] tijdens de omgangsmomenten overbelast te zijn en zij heeft vaker zelf aangegeven eerder te willen stoppen met de omgang. Het is de verwachting van de kinderrechter dat [minderjarige] de contactmomenten met de vader als prettiger zal ervaren wanneer deze minder frequent plaatsvinden. Op termijn kunnen de contactmomenten mogelijk weer worden uitgebreid. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de gecertificeerde instelling. De kinderrechter wijst de vader erop dat het belangrijk is dat hij bij elk gepland contactmoment op tijd aanwezig is. De gecertificeerde instelling heeft toegezegd te zullen kijken naar de mogelijkheden om de contactmomenten op te nemen, zoals de vader ook heeft verzocht, om beter van de feedback te kunnen leren. Daarnaast vertrouwt de kinderrechter erop dat de gecertificeerde instelling zich zal inzetten om eenmaal in de twee weken videobelmomenten tussen [minderjarige] en de vader te organiseren, zodat zij elkaar vaker kunnen zien.
Gedeeltelijke gezagsuitoefening
De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat de gecertificeerde instelling gedeeltelijk wordt belast met het gezag over [minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor de duur van de uithuisplaatsing. Ondanks meerdere pogingen daartoe is het de gecertificeerde instelling niet gelukt om contact te leggen met de moeder. Zonder toestemming van de moeder kan [minderjarige] niet worden ingeschreven op de nieuwe basisschool. Het is belangrijk dat [minderjarige] naar school gaat. Ter zitting is duidelijk geworden dat de vader wel zijn toestemming verleent voor de inschrijving van [minderjarige] op de basisschool.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de beslissing tot gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling worden van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.8 Een apart verzoek daarvoor is niet nodig, daarom wijst de kinderrechter dat verzoek af.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing blijft gelden als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 6 juli 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 6 juli 2027;
bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van 18 september 2025 van de kinderrechter in deze rechtbank – dat de vader eenmaal per vier weken één uur begeleid contact heeft met [minderjarige] op locatie van Stichting Jeugdbescherming west in [plaats] en onder begeleiding van [zorginstantie];
belast Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met het gezag over [minderjarige] met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling tot 6 juli 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.