RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723997 / JE RK 26-1490
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank onbekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 28 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft bij [naam instelling] in Sliedrecht.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2026 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 17 maart 2027. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 17 september 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] verblijft bij [naam instelling] en zij ontwikkelt zich daar goed. Zij is beter in staat om over haar emoties en keuzes te praten. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven het liefst weer bij de moeder te willen wonen. De GI ziet helaas dat het contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] in de afgelopen periode niet is verbeterd. Er zijn verlofweekenden gepland om het contact te herstellen en toe te werken aan terugplaatsing, maar deze momenten verlopen niet goed. [voornaam minderjarige] en de moeder maken vaak ruzie en het lukt de moeder niet om [voornaam minderjarige] te begrenzen. Zowel de moeder als [voornaam minderjarige] kunnen niet voorkomen dat het uit de hand loopt. In de zomervakantie is geprobeerd om de verlofmomenten langer te laten duren, maar ook toen is het misgegaan. Family Supporters is ingeschakeld en is bezig om de moeder te betrekken in het traject. De houding van de moeder ten aanzien van de hulpverlening is wisselend. De GI heeft de moeder hierop aangesproken en het traject van Family Supporters zal worden voortgezet. Hopelijk zal dit tot verbetering leiden.
4 De beoordeling
Op grond van de stukken en dat wat is besproken ter zitting, is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.1
[voornaam minderjarige] verblijft al een langere periode bij [naam instelling] en zij ontwikkelt zich daar goed. De afgelopen periode is geprobeerd om te werken aan een thuisplaatsing. Ter zitting is duidelijk geworden dat de ruzies tussen [voornaam minderjarige] en de moeder de afgelopen periode weer zijn toegenomen. Verlofmomenten zijn hierdoor vroegtijdig beëindigd en de onderlinge relatie is kwetsbaar. De GI heeft besloten om de verlofmomenten gefaseerd op te bouwen en wekelijks te evalueren. Daarnaast is Family Supporters betrokken en zij richten zich op het verbeteren van de communicatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder, het herstellen van het onderlinge vertrouwen en het versterken van de opvoedvaardigheden van de moeder. De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat de moeder meewerkt aan de hulpverlening, zodat kan worden bezien of een terugplaatsing mogelijk is. Tot die tijd is het van belang dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij [naam instelling] wordt gecontinueerd.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 17 maart 2027.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 17 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. A.L. Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen en mr. F.W. Marijnen als griffiers, en op schrift gesteld op 18 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.