ECLI:NL:RBROT:2026:13069

Datum uitspraak
01-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Zaaknummer
12305311 VV EXPL 26-412
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in kort geding. Afwijzing eis tot nakoming concurrentiebeding en tot betaling van boetes.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12305311 VV EXPL 26-412

datum uitspraak: 1 september 2026

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

Zwapex Afdichtingstechnieken B.V.,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. drs. M.H.D. Vergouwen,

tegen

1 [naam 1] ,

woonplaats: [plaats] ,

2. HKB Technieken B.V.,

vestigingsplaats: Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee,

verweerders in conventie,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. M. van Gastel.

De partijen worden Zwapex, [naam 1] en HKB genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 21 juli 2026 met bijlagen;

  • de akte met een voorwaardelijke tegeneis met bijlagen;

  • de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.

1.2.

De zaak is op 18 augustus 2026 tijdens een mondelinge behandeling besproken met [naam 2] (algemeen directeur AMET Groep waar Zwapex toe behoort) en [naam 3] voor Zwapex, met [naam 1] , met [naam 4] ( directeur grootaandeelhouder HKB, hierna: [naam 4] ) en met de gemachtigden.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over

2.1.

[naam 1] is ongeveer 35 jaar in dienst geweest bij Zwapex (en aan haar verbonden vennootschappen). Vanaf 27 januari 2020 is hij werkzaam geweest in de functie van [functie-aanduiding 1] . [naam 1] heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd per 30 april 2026. Naar aanleiding van de opzegging heeft Zwapex [naam 1] gewezen op de volgende postcontractuele bepaling in zijn arbeidsovereenkomst:

“ Artikel 9. Klantenbeding

Het is werknemer verboden binnen een tijdvak van 1 jaar na beëindiging van de dienstbetrekking zelf binnen een kring met Rotterdam als middelpunt en met een straal van 200 km. in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven, of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, als ook financieel in welke vorm ook bij dergelijke zaak belang te hebben, direct of indirect. Bij overtreding hiervan verbeurt werknemer ten

behoeve van werkgever een dadelijk opvorderbare boete van € 250,= voor elke dag dat werknemer in overtreding is. Deze alinea is niet van toepassing wanneer de dienstbetrekking op verzoek van de werkgever wordt beëindigd”

2.2.

[naam 1] is op 1 mei 2026 in dienst getreden bij HKB als [functie-aanduiding 2] .

2.3.

HKB is op 24 februari 2026 opgericht door [naam 4] was zelf tot 1 maart 2026 in dienst van Zwapex maar was niet gebonden aan een postcontractueel beding. De vader van [naam 4] ( [naam 5] ) was voorheen grootaandeelhouder van Zwapex en ook in de onderneming werkzaam. Sinds de overname van Zwapex is [naam 5] nog voor 10% aandeelhouder van Zwapex maar zijn arbeidsovereenkomst met Zwapex is nadien geëindigd in verband met verschillen van inzicht. Bij HKB worden dezelfde activiteiten verricht als bij Zwapex. HKB is gevestigd in Middelharnis op ongeveer 30 kilometer van Rotterdam waar Zwapex is gevestigd.

2.4.

Bij brief van 1 juni 2026 heeft Zwapex aan [naam 1] laten weten dat zij er kennis van heeft genomen dat hij per 1 mei 2026 is gaan werken voor HKB en dat hij daardoor op grond van de hierboven genoemde bepaling uit de arbeidsovereenkomst boetes is gaan verbeuren tot een bedrag van toen € 7.750,-. [naam 1] is gesommeerd dit bedrag binnen een week te betalen en het dienstverband met HKB met onmiddellijke ingang te beëindigen. Bij brief van dezelfde datum heeft Zwapex aan HKB bericht dat zij onrechtmatig handelt omdat zij misbruik maakt van de wanprestatie van [naam 1] . HKB is aangemaand het dienstverband met [naam 1] te beëindigen. [naam 1] en HKB hebben hieraan geen gevolg gegeven.

2.5.

Zwapex eist nu - verkort weergegeven - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [naam 1] te veroordelen tot nakoming van artikel 9 van de arbeidsovereenkomst, met een dwangsom van € 5.000,- per dag;

  2. [naam 1] te veroordelen tot betaling van € 17.750,- aan voorschot op de verbeurde contractuele boetes, met rente;

  3. [naam 1] te veroordelen tot betaling van € 952,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  4. HKB te bevelen de arbeidsovereenkomst met [naam 1] te beëindigen binnen twee maanden na betekening van het vonnis, met een dwangsom van € 5.000,- per dag;

  5. [naam 1] en HKB te veroordelen in de proceskosten.

2.6.

[naam 1] en HKB zijn het niet eens met de eis. Zij hebben een voorwaardelijke tegeneis ingesteld, namelijk voor het geval dat wordt geoordeeld dat sprake is van wanprestatie van [naam 1] of een onrechtmatige daad van HKB.

De kern van de beslissing

2.7.

De kantonrechter wijst de eis van Zwapex af. Dat betekent dat de voorwaardelijke tegeneis niet beoordeeld hoeft te worden. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst van de procedure is.

Beoordelingskader in kort geding

2.8.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat eiser heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor gedaagde als de uitspraak later wordt teruggedraaid.

Spoedeisend belang

2.9.

Zwapex stelt dat zij schade lijdt als gevolg van de wanprestatie van [naam 1] en het onrechtmatig gebruik maken daarvan door HKB en zij wil dat dit stopt. Gelet daarop is het spoedeisend belang, nodig voor een kort geding, aanwezig. Zwapex is dan ook ontvankelijk in haar eis.

Afwijzing eis

2.10.

De kantonrechter vindt het onvoldoende aannemelijk dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Anders dan Zwapex meent pleegt [naam 1] - voorlopig oordelend - geen wanprestatie. De hierboven onder 2.1 vermelde bepaling verbiedt [naam 1] niet om bij een concurrent zoals HKB in dienst te treden op grond van een arbeidsovereenkomst. Het staat niet in de bepaling en de bepaling moet niet worden opgerekt. Het verbod op het vestigen, drijven of doen drijven van een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van Zwapex of bij een dergelijke zaak financieel belang hebben is wat anders dan een verbod om bij een concurrent in dienst te treden. Bij het vestigen of drijven van een zaak of daarbij financieel belang hebben wordt ondernemersrisico (financieel risico) genomen wat bij een werknemer niet het geval is. Weliswaar ontvangt een werknemer van zijn werkgever loon maar dat kan niet gelijk worden gesteld aan het hebben van een financieel belang bij de onderneming van de werkgever. Bij een redelijke uitleg van de bepaling moet worden gedacht aan een financieel belang in de vorm van een aandelenbelang of winstdelingsregeling of eventueel een financiering. Hierbij komt dat de kop boven de bepaling tot verwarring kan leiden omdat een klantenbeding (zoals de kop boven de bepaling luidt) beperkter is dan een concurrentiebeding zoals in de bepaling omschreven. [naam 1] hoefde de bepaling redelijkerwijs niet op te vatten als een verbod om bij een concurrerende onderneming in dienst te treden. De bepaling kan ook niet zo worden aangevuld1. De kantonrechter vindt ook van betekenis dat [naam 1] onbetwist heeft aangevoerd dat Zwapex hem heeft gezegd dat het beding hem niet zal worden tegengeworpen als hij in dienst treedt bij andere concurrenten in de regio Rotterdam, zoals Dura. Zwapex heeft eigenlijk alleen bezwaar tegen indiensttreding bij HKB waarbij, zo lijkt het, de problematiek met [naam 5] op de achtergrond een rol speelt. Als het zo zou zijn dat HKB personeel van Zwapex afneemt, gebruikmakend van de kennis die zij heeft van het personeelsbestand van Zwapex, dan is het goed voorstelbaar dat Zwapex dat wil voorkomen maar dan biedt het klantenbeding daarvoor onvoldoende basis.

2.11.

Voorshands wordt dus geoordeeld dat [naam 1] niet in strijd handelt met artikel 9 van de arbeidsovereenkomst met Zwapex. De eisen 1 tot en met 3 van Zwapex stuiten daar op af.

2.12.

Aan eis 4 legt Zwapex ten grondslag dat HKB tegenover haar onrechtmatig handelt omdat zij misbruik maakt van de wanprestatie van [naam 1] . Nu de kantonrechter voorshands van oordeel is dat [naam 1] geen wanprestatie tegenover Zwapex pleegt, is er ook geen sprake van een situatie waarin HKB daarvan misbruik maakt. Feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat HKB, ook los van het in dienst nemen van [naam 1] , tegenover Zwapex onrechtmatig handelt zijn niet gesteld of gebleken. Het voorgaande leidt tot afwijzing van eis 4.

De voorwaardelijke tegeneis

2.13.

De tegeneis is ingesteld voor het geval dat wordt geoordeeld dat sprake is van wanprestatie van [naam 1] of een onrechtmatige daad van HKB. Die situatie doet zich niet voor en daarom hoeft de tegeneis niet te worden beoordeeld.

Proceskosten

2.14.

De proceskosten komen voor rekening van Zwapex omdat zij ongelijk krijgt2. De kantonrechter begroot de kosten die Zwapex moet betalen op € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.009,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de eis af;

3.2.

veroordeelt Zwapex in de proceskosten, die aan de kant van [naam 1] en HKB worden begroot op in totaal € 1.009,-.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.W. Langeler en in het openbaar uitgesproken.

465

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »