ECLI:NL:RBROT:2026:13065

Datum uitspraak
28-08-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11809116 CV EXPL 25-16086 en 11926100 CV EXPL 25-21919
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling van verhuurder in de proceskosten na intrekking van de tegen huurder gestarte procedure.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummers: 11809116 CV EXPL 25-16086

11926100 CV EXPL 25-21919

datum uitspraak: 28 augustus 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de gevoegde zaken van

Randstad Vastgoed Maatschappij B.V.,

vestigingsplaats: Krimpen aan den IJssel,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.A.M. van de Sande,

tegen

(zaak 11809116 CV EXPL 25-16086)

1. [naam 1],

2. [naam 2]

(zaak 11926100 CV EXPL 25-21919)

3. [naam 3],

woonplaats allen: [plaats] ,

gedaagden,

van wie gedaagde 2 niet is verschenen en gedaagden 1 en 3 wel,

gemachtigde: mr. E. Lolcama.

De partijen worden ‘RVM’ en ‘ [naam 1] ’, ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

De dossiers bestaan uit de volgende processtukken:

(zaak 11809116 CV EXPL 25-16086)

  • de dagvaarding van 16 juli 2025, met bijlagen 1 tot en met 7;

  • het antwoord, met bijlage 1;

(zaak 11926100 CV EXPL 25-21919)

  • de dagvaarding van 9 oktober 2025, bevattende een eis in incident, met bijlagen 1 tot en met 6;

  • het antwoord in incident en in de hoofdzaak, met bijlage 1;

  • het vonnis in incident van 16 januari 2026, waarbij de zaak gevoegd is met de zaak 11809116 CV EXPL 25-16086;

(zaak 11809116 CV EXPL 25-16086 en zaak 11926100 CV EXPL 25-21919)

- de e-mailwisseling tussen de gemachtigden van partijen, waarin de gemachtigde van RVM meegedeeld heeft dat RVM om haar moverende redenen de opzegging van de huurovereenkomst intrekt en om die reden ook vraagt om intrekking / royement van de procedure, waarbij tevens te kennen is gegeven dat RVM bereid is de proceskosten te voldoen conform het liquidatietarief en niet ter zitting zal verschijnen, en waarin de gemachtigde van [naam 1] en [naam 3] meegedeeld heeft dat zij niet instemmen met intrekking van de procedure en dat wat hen betreft de zitting doorgaat.

1.2.

Op 8 april 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [naam 1] en [naam 3] , en hun gemachtigde. Aan de zijde van RVM is niemand verschenen.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

RVM is sinds 1 februari 2022 eigenaar van de appartementsrechten [straatnaam] [huisnummer 1] , [huisnummer 2] en [huisnummer 3] in Rotterdam, bestaande respectievelijk uit een winkelruimte op de begane grond met kelder en tuin en twee appartementen op de eerste en tweede verdieping met entree op de begane grond. RVM verhuurt aan [naam 1] en [naam 3] de bovenwoning op nummer [huisnummer 3] . Zij zijn gehuwd en wonen er met hun twee kinderen.

2.2.

Bij per exploot van 31 maart 2025 betekende brief van 26 maart 2025 heeft RVM aan [naam 1] en [naam 2] meegedeeld dat de huurovereenkomst wordt opgezegd tegen

1 oktober 2025 op grond van dringend eigen gebruik, gelegen in funderingsherstel en ingrijpende renovatiewerkzaamheden aan de appartementen op de eerste en tweede verdieping. Gevraagd is om binnen zes weken te laten weten of al dan niet toegestemd wordt met de beëindiging van de huurovereenkomst. Dat is niet gebeurd. Daarna is RVM tot dagvaarding van [naam 1] en [naam 2] overgegaan.

2.3.

Naar aanleiding van het antwoord in die procedure heeft RVM bij per exploot van 30 september 2025 betekende brief van 26 september 2025 aan [naam 3] meegedeeld dat de huurovereenkomst wordt opgezegd tegen 1 april 2026 eveneens op grond van dringend eigen gebruik om dezelfde redenen als hierboven vermeld. Gevraagd is wederom om binnen zes weken te laten weten of al dan niet toegestemd wordt met de beëindiging van de huurovereenkomst. Dat is niet gebeurd. Daarna is RVM tot dagvaarding van [naam 3] overgegaan en is om voeging van de zaken gevraagd.

2.4.

RVM heeft - samengevat en zo de kantonrechter begrijpt na de tweede dagvaarding - in beide zaken geëist bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. primair voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst met betrekking tot het appartement in de [straatnaam] [huisnummer 3] in Rotterdam eindigt per 1 april 2026;

of

subsidiair de datum vast te stellen waarop de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot het appartement in de [straatnaam] [huisnummer 3] in Rotterdam eindigt op grond van dringend eigen gebruik;

2. gedaagden te veroordelen om het appartement in de [straatnaam] [huisnummer 3] in Rotterdam binnen acht dagen na betekening van het vonnis te ontruimen

3. gedaagden te veroordelen in de proceskosten.

2.5.

[naam 1] en [naam 3] hebben te kennen gegeven het hiermee niet eens te zijn.

2.6.

Eén dag voor de zitting heeft RVM laten weten dat zij de opzegging van de huurovereenkomst intrekt en gevraagd om intrekking / royement van de procedure. [naam 1] en [naam 3] hebben te kennen gegeven niet akkoord te gaan met royement en een uitspraak te willen over de opzegging van de huur.

Wat vindt de kantonrechter?

Geen royement / doorhaling op de rol

2.7.

Het verzoek van RVM om de zaak te royeren wordt niet gehonoreerd, omdat dit slechts kan plaatsvinden als beide partijen daarmee instemmen1. Die situatie doet zich niet voor want [naam 1] en [naam 3] willen dit niet.

Intrekking procedure

2.8.

In zaken zoals deze waarin partijen in persoon kunnen procederen worden conclusies en akten genomen ter terechtzitting of door indiening ter griffie vóór de roldatum. In dit soort zaken kunnen conclusies en akten ook mondeling ter terechtzitting worden genomen2. In dit geval heeft RVM daags voor de zitting per e-mail laten weten de eis in te trekken. Begrijpelijk is dat [naam 1] en [naam 3] hierdoor verrast zijn en ontevreden zijn over de gang van zaken, maar RVM heeft dit wel zo kunnen doen. Daarbij wordt opgemerkt dat de eiser te allen tijde zijn eis kan verminderen3. In het verzoek om de procedure in te trekken ligt een eisvermindering tot nihil besloten. Daarom ligt niets meer ter beoordeling voor en wordt (dan) ook niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de oorspronkelijke eis en de opzegging van de huurovereenkomst, zoals [naam 1] en [naam 3] willen. Wel is er aanleiding om RVM te veroordelen in de proceskosten.

RVM moet de proceskosten betalen

2.9.

De proceskosten komen voor rekening van RVM, omdat zij een procedure begonnen is tegen [naam 1] en [naam 3] maar haar eis later heeft ingetrokken. Hierdoor heeft zij nodeloos kosten veroorzaakt voor [naam 1] en [naam 3] . Die kosten komen voor rekening van RVM4. De kantonrechter stelt de kosten die RVM aan [naam 1] en [naam 3] moet betalen vast op € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.008,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.10.

Deze proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard5, omdat [naam 1] en [naam 3] dat eisen en RVM daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat de veroordeling meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verstaat dat RVM haar eis heeft ingetrokken;

3.2.

veroordeelt RVM in de proceskosten, die aan de kant van [naam 1] en [naam 3] worden vastgesteld op € 1.008,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

465

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »