ECLI:NL:RBROT:2026:12246

Datum uitspraak
11-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12215130 CV EXPL 26-11684
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huur woonruimte. Huurachterstand, ontbinding en ontruiming afgewezen, omdat huurder voldoende heeft onderbouwd de achterstallige huurtermijnen te hebben betaald. Verhuurder heeft stelling dat nog sprake is van huurachterstand onvoldoende onderbouwd.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12215130 CV EXPL 26-11684

datum uitspraak: 11 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Altera Residential Custodian B.V.,

vestigingsplaats: Amstelveen,

eiseres,

gemachtigde: mr. M.C. Blok,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Altera’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 29 april 2026, met bijlagen;

  • het antwoord, met bijlagen;

  • de repliek en wijziging van eis, met bijlagen;

  • de dupliek, met bijlage.

1.2.

De kantonrechter heeft vervolgens vonnis bepaald.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 26 juni 2025 een woning van Altera. De huur is nu € 1.355,00 per maand. Volgens Altera heeft [gedaagde] in de periode van oktober 2025 tot en met juni 2026 een huurachterstand laten ontstaan van € 4.065,00. Altera eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, met rente en kosten en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt.

2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen. Hij zegt dat hij de huurachterstand al voor het uitbrengen van de dagvaarding heeft betaald aan Altera. Hij laat dit zien aan de hand van een overzicht van zijn bankafschrijvingen en betaalbewijzen per betaling. Altera brengt hiertegen in dat betalingen mogelijk dubbel worden ingediend door [gedaagde] . Altera kan drie van de zeven betalingen namelijk niet terugvinden in haar administratie.

2.3.

De vorderingen van Altera worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Er is geen huurachterstand

2.4.

De kantonrechter wijst de gevorderde huurachterstand af, omdat [gedaagde] voldoende heeft onderbouwd dat hij de huur over de periode van oktober 2025 tot en met april 2026 voor het uitbrengen van de dagvaarding heeft betaald. Ook de huur over de maanden mei en juni 2026 heeft hij betaald. Dat [gedaagde] de huur heeft betaald, blijkt uit het overzicht van zijn bankrekening en de losse betaalbewijzen. Op deze stukken is te zien dat [gedaagde] op 21 april 2026 drie keer de huur heeft betaald en op 23 april 2026 vier keer. Altera geeft aan dat zij op 23 april 2026 slechts één betaling heeft ontvangen van € 1.355,00. Volgens Altera kan het zijn dat [gedaagde] het betaalbewijs van 23 april 2026 dubbel heeft ingediend, omdat er geen tijdstip onder de betaalbewijzen staat. De kantonrechter gaat hier echter niet in mee. [gedaagde] heeft namelijk naast de specificaties van de losse betalingen ook zijn rekeningoverzicht ingediend. Op het rekeningoverzicht zijn op 23 april 2026 vier losse betalingen aan Altera te zien van € 1.355,00. Dat Altera maar één betaling op die dag kan terugvinden in haar administratie en de andere drie betalingen dus niet heeft ontvangen, heeft Altera onvoldoende onderbouwd. Het had in het licht van de onderbouwing van [gedaagde] op de weg van Altera gelegen om te laten zien dat zij op 23 april 2026 inderdaad maar één betaling heeft ontvangen en verwerkt in haar administratie. Nu zij dit niet heeft gedaan, gaat de kantonrechter uit van het rekeningoverzicht van [gedaagde] en de daarbij horende betaalbewijzen.

De huurovereenkomst wordt niet ontbonden

2.5.

De huurovereenkomst wordt niet ontbonden, omdat de tekortkoming niet ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen (artikel 6:265 BW). Op het moment van dagvaarden was er namelijk geen huurachterstand en de huur na het uitbrengen van de dagvaarding tot en met de repliek (mei en juni) is tijdig betaald. Altera heeft verder geen omstandigheden gesteld die maken dat de huurovereenkomst ontbonden moet worden.

2.6.

Nu de huurovereenkomst niet wordt ontbonden, worden de gevorderde ontruiming en gebruiksvergoeding ook afgewezen.

[gedaagde] moet incassokosten betalen

2.7.

De incassokosten van € 830,06 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] moet rente betalen

2.8.

De rente wordt toegewezen, omdat Altera genoeg heeft gesteld dat [gedaagde] de huur te laat heeft betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

Geen oneerlijke bepalingen

2.9.

De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.10.

De proceskosten komen voor rekening van Altera, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Altera aan [gedaagde] moet betalen op nihil.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Altera dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Altera te betalen € 830,06;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Altera te betalen de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 1 oktober 2025 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

veroordeelt Altera in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

64363

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »