RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12327255 VV EXPL 26-451
datum uitspraak: 8 september 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.J. Lichtenveldt,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’, ‘ [gedaagde 1] ’ en ‘ [gedaagde 2] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 13 augustus 2026, met bijlagen;
-
de mail namens Woonstad van 20 augustus 2026, met een bijlage;
-
de spreekaantekeningen van [gedaagde 1] , met een bijlage.
Op 25 augustus 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens Woonstad [persoon B] (senior medewerker sociaal beheer) en de gemachtigde aanwezig. Namens [gedaagde 1] zijn [persoon A] (teamleider intermediaire verhuur) en [persoon C] (teammanager Housing First) verschenen.
[gedaagde 2] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
2 De beoordeling
Waar gaat het om?
Woonstad verhuurt een woning aan [gedaagde 1] in het kader van het traject Housing First. [gedaagde 1] stelt die woning ter beschikking aan [gedaagde 2] . Zij levert ook zorg aan [gedaagde 2] en leert haar onder begeleiding zelfstandig wonen. Volgens Woonstad zorgt [gedaagde 2] voor ernstige overlast en doet [gedaagde 1] onvoldoende om die overlast te stoppen. Zij wil daarom de overeenkomst met [gedaagde 1] beëindigen. Zij eist in deze procedure vooruitlopend daarop dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om de woning te ontruimen.
Er is geen spoedeisend belang
Een eis kan in een kort geding worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet kan afwachten (artikel 254 Rv).
Volgens Woonstad heeft haar eis veel spoed, omdat de overlast zo snel mogelijk moet stoppen. [gedaagde 1] heeft in reactie daarop onbetwist aangevoerd dat [gedaagde 2] op dit moment in het ziekenhuis ligt, omdat zij besmet is met een vleesetende bacterie. Dit is volgens [gedaagde 1] een levensbedreigende situatie, die mogelijk zal leiden tot amputatie van het been van [gedaagde 2] en in het ergste geval zelfs tot haar overlijden. [gedaagde 1] heeft aangevoerd dat het lastig is om het ziekteverloop te voorspellen, maar dat het vermoedelijk lang zal duren voordat [gedaagde 2] terugkeert in haar woning en dat zij mogelijk zelfs helemaal niet terugkeert. [gedaagde 1] is op zoek naar een andere woonvorm voor [gedaagde 2] , maar die is mede afhankelijk van haar fysieke gesteldheid na een eventueel ontslag uit het ziekenhuis.
De kantonrechter oordeelt dat hiermee niet langer sprake is van een spoedeisend belang. Aangezien [gedaagde 2] in het ziekenhuis ligt kan zij geen overlast veroorzaken. Er is daarom nu op dit moment geen voorlopige beslissing nodig. Daar komt nog bij dat [gedaagde 1] ook al actief zoekt naar een andere passende woonvorm voor [gedaagde 2] , zodat zelfs als [gedaagde 2] zou terugkeren, het einde van haar bewoning (en daarmee de mogelijke overlast) in zicht is.
Tijdens de zitting heeft de kantonrechter dit aan Woonstad voorgelegd. Daarop heeft Woonstad aangegeven dat het spoedeisend belang er nu in ligt dat [gedaagde 2] een schaarse woning bezet houdt, omdat zij niet in de woning verblijft. Dat is op zichzelf uiteraard juist, maar Woonstad heeft niet gesteld dat [gedaagde 2] tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst door vanwege haar ziekenhuisverblijf niet in de woning te verblijven. Dat ligt overigens ook niet voor de hand. Daarom kan haar afwezigheid in de woning geen reden vormen voor een toewijzing van de ontruiming.
De conclusie van het voorgaande is dat de eisen van Woonstad worden afgewezen.
Woonstad moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van Woonstad, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv) en al ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding op de hoogte was van de toestand van [gedaagde 2] . De kantonrechter begroot de kosten die Woonstad aan [gedaagde 1] moet betalen op € 0,-, omdat [gedaagde 1] zonder een professionele gemachtigde procedeert.
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de eis af;
veroordeelt Woonstad in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde 1] worden begroot op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
33394