Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/718891 / FA RK 26-3391
Beschikking van 21 juli 2026 over wijziging hoofdverblijfplaats, vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a BW en zorgregeling
in de zaak van:
[naam man] , hierna: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. L. Kaddouri te Utrecht,
t e g e n
[naam vrouw] , hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. M. Verschoor te Rozenburg.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 24 april 2026;
-
het verweerschrift tevens voorwaardelijk zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 9 juni 2026.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
-
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
-
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
De minderjarige is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. De minderjarige heeft zijn mening kenbaar gemaakt tijdens een gesprek met een van de kinderrechters.
2 De vaststaande feiten
Partijen zijn de ouders van de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
Bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2016 is, voor zover hier van belang, bepaald dat:
-
partijen het ouderlijk gezag over de minderjarige gezamenlijk uitoefenen;
-
de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) waarbij de minderjarige bij de man zal verblijven als volgt zal zijn:
- een weekend per veertien dagen van vrijdag 9.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de man de minderjarige op vrijdag zal ophalen en op zondag weer terug zal brengen naar de vrouw, en, indien dit naar tevredenheid van partijen is verlopen,
- een weekend per veertien dagen van donderdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur,
waarbij de man de minderjarige op donderdag zal ophalen en op zondag weer terug zal brengen naar de vrouw.
Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 19 april 2017 is de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de gezagsvoorziening bekrachtigd en een zorgregeling bepaald (onder vernietiging van de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling) waarbij de minderjarige eenmaal per veertien dagen van donderdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de man verblijft.
3 De beoordeling
Wijziging hoofdverblijfplaats
De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te wijzigen door deze bij hem te bepalen. Hij legt aan dit verzoek ten grondslag dat de minderjarige al langer de wens heeft bij hem te komen wonen en dit ook in gesprekken met de maatschappelijk werker op school kenbaar heeft gemaakt.
De vrouw voert gemotiveerd verweer. De vrouw begrijpt dat de minderjarige meer bij zijn vader wil zijn, maar hiervoor hoeft zijn hoofdverblijfplaats niet te worden gewijzigd. Het is aan ouders over dergelijke beslissingen en de gevolgen daarvan te overleggen en afspraken te maken.
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag, waaronder een geschil over de hoofdverblijfplaats, op verzoek van de ouders of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd.
De rechtbank kan op grond van artikel 1:253a in verbinding met artikel 1:377e BW de hoofdverblijfplaats van de minderjarige wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. Bij deze beslissing moeten alle omstandigheden van het geval in acht worden genomen. Dat kan er soms ook toe leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van de minderjarige, ook al moet het belang van de minderjarige een overweging van de eerste orde zijn bij de afweging van alle belangen.
Voor het verzoek tot de wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige geldt dat eerst moet worden vastgesteld of er sprake is van een wijziging van omstandigheden. Vast staat dat de minderjarige de wens heeft na afronding van de basisschool bij de man te gaan wonen. Hij heeft dit ook in de gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker, waarvan één gesprek samen met ouders, en de kinderrechter kenbaar gemaakt. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een wijziging van omstandigheden op, zodat wordt overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
De rechtbank stelt voorop dat de wens en de redenen van de minderjarige om bij de man te gaan wonen duidelijk zijn. De rechtbank heeft niet de indruk dat de minderjarige hierin beïnvloed is. Maar dat betekent niet dat dit een keuze is die hij, mede gelet op zijn leeftijd, mag en zou moeten maken. In de eerste plaats ligt deze verantwoordelijkheid bij ouders. Omdat partijen er niet in zijn geslaagd tot afspraken te komen, zal de rechtbank beoordelen welke hoofdverblijfplaats in het belang van de minderjarige wenselijk is. Daarbij zal de rechtbank een brede afweging moeten maken teneinde te komen tot een beslissing in het belang van de minderjarige. De wens van de minderjarige is hierbij een belangrijke factor, maar niet de enige. De rechtbank zal onder meer ook gewicht moeten toekennen aan de vraag of de minderjarige de gevolgen van zijn wens kan overzien en wat de gevolgen van de wijziging van het hoofdverblijf voor het contact met beide ouders zijn.
De minderjarige woont vanaf het uiteengaan van partijen (de minderjarige was toen elf maanden oud) bij de vrouw. De vrouw is sindsdien de hoofdverzorgster van de minderjarige. Er zijn geen zorgen over de opvoedsituatie bij de vrouw. De reden voor wijziging van de hoofdverblijfplaats is enkel gelegen in de wens van de minderjarige. De vraag is of een wijziging van zijn hoofdverblijfplaats in zijn belang is. De rechtbank komt tot het oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende.
Partijen wonen 94 kilometer van elkaar vandaan. Een wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige is een ingrijpende wijziging in zijn leven. en vergt dat ouders in staat zijn te overleggen over de gevolgen hiervan. Gebleken is dat partijen dit niet hebben gedaan en hiertoe (vooralsnog) ook niet in staat zijn. De verstandhouding tussen partijen is al langere tijd slecht en zij communiceren niet of nauwelijks met elkaar. Niet duidelijk is of er (voldoende) pogingen zijn gedaan om hier, eventueel met hulpverlening, wijziging in te brengen. Partijen leven al jaren langs elkaar heen en de minderjarige laveert hier als boodschapper tussen. Deze situatie is belastend en schadelijk voor de minderjarige, maar hij kan zich hier niet aan onttrekken, omdat partijen geen oplossing bieden. Met de raad is de rechtbank van oordeel dat het aan ouders is hier verandering in te brengen. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling bevestigd dat hier geen stappen in zijn ondernomen. Ook is gebleken dat er op dit moment geen commitment is, althans niet bij de man, met elkaar alsnog een hulpverleningstraject in te gaan. De rechtbank heeft dan ook geen bereidheid gezien de situatie voor de minderjarige makkelijker te maken en een wijziging van het hoofdverblijf lost dit communicatieprobleem niet op. De rechtbank wijst partijen dat zij vanuit hun gezamenlijke ouderlijke verantwoordelijkheid hiertoe wel verplicht zijn. Het is voor de minderjarige nodig dat partijen inzetten op verbetering van hun communicatie en samenwerking en dat zij daarvoor hulp(verlening) zullen zoeken, zodat zij voortaan gezamenlijk belangrijke beslissingen kunnen nemen, of in ieder geval daarover overleg kunnen voeren. De wens van de minderjarige heeft verstrekkende gevolgen voor hem en het contact met zijn moeder en de rechtbank vraagt zich af of hij die gevolgen op dit moment kan overzien. De rechtbank laat in dit verband ook meewegen dat de opvoedsituatie bij de vrouw geen reden tot zorg geeft.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft dus bij de vrouw.
Voorwaardelijke verzoeken
De man verzoekt:
- vervangende toestemming voor het inschrijving van de minderjarige op de [naam school] in [plaatsnaam] ;
- de bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2026 vastgestelde zorgregeling te wijzigen, in die zin dat een zorgregeling wordt bepaald waarbij de minderjarige drie aaneengesloten weekenden bij de vrouw verblijft, van vrijdag 18:00 uur tot zondag 18:00 uur.
De rechtbank begrijpt dat de man deze verzoeken voorwaardelijk heeft gedaan, voor het geval de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem wordt bepaald.
De vrouw voert gemotiveerd verweer en verzoekt voorwaardelijk en zelfstandig, voor het geval het verzoek van de man tot wijziging van de hoofdverblijfplaats wordt toegewezen – een zorgregeling en vakantieregeling vast te stellen zoals door haar voorgesteld onder de punten 18 tot en met 20 van haar verweerschrift.
Aangezien de rechtbank het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige afwijst, komt zij niet toe aan een beoordeling van de daarmee samenhangende voorwaardelijke verzoeken van partijen.
Terugkoppeling aan de minderjarige
Omdat de minderjarige met een van de kinderrechters een gesprek heeft gehad, zal aan hem een brief worden gestuurd waarin een en ander als volgt aan hem wordt uitgelegd:
Beste [minderjarige] ,
Op de rechtbank heb ik lang met jou gesproken over jouw wens om bij je vader te gaan wonen. Je hebt je wens en de redenen waarom je dat wilt, goed kunnen uitleggen.
Daarna heb ik samen met 2 andere rechters met je ouders hierover gesproken op een rechtszitting. Tijdens deze rechtszitting is gebleken dat je ouders al jaren niet meer met elkaar praten en dus ook geen gesprekken met elkaar hebben over jouw toekomst en de beslissingen die moeten worden genomen. De rechters zijn daarvan geschrokken en vinden dat dit moet veranderen omdat jouw ouders, ook al wonen ze niet samen, wel samen jouw ouders blijven en samen verantwoordelijk zijn voor jouw toekomst. De rechters hebben daarom je ouders verteld dat ze hulp moeten zoeken, zodat ze in de toekomst wel weer met elkaar kun overleggen over jou.
Ik heb je tijdens het gesprek al gezegd dat de beslissing om te verhuizen niet door jou moet worden genomen.
De rechtbank heeft een beslissing genomen en geeft geen toestemming dat je bij je vader gaat wonen. Ik leg uit waarom. Er zullen na zo’n verhuizing heel veel dingen voor jou gaan veranderen. Het is dan extra belangrijk dat je ouders hierover ook met elkaar kunnen praten. Dat is nu niet het geval en daarom vindt de rechtbank het niet in jouw belang om toestemming te geven voor de verhuizing naar je vader.
Je zult denk ik teleurgesteld zijn over de beslissing van de rechtbank. De rechtbank heeft daarmee rekening gehouden en toch deze beslissing genomen omdat de rechtbank vindt dat dit voor jou het beste is. Het kan zijn dat je met iemand wil praten, dat kan via de kindertelefoon: www.kindertelefoon.nl of www.villapinedo.nl .
Met vriendelijke groet,
Mr. H.C.A. de Groot,
kinderrechter
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de man tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, voorzitter en (kinder)rechter, mr. L. Berghuis-Knijff en mr. I.J. Pieters, (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J. van Dijk, griffier, op 21 juli 2026. |
||
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.