ECLI:NL:RBROT:2026:10133

Datum uitspraak
09-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/719959 / JE RK 26-964
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/719959 / JE RK 26-964

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] ,

geboren op [geboortedag 3] 2024 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 13 mei 2026, ontvangen op 19 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .

1.3.

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

1.4.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] opgeroepen voor een kindgesprek om haar mening te geven. [voornaam minderjarige 1] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .

2.2.

[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 27 juli 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 april 2026 de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

3 Het verzoek van de GI

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Sinds april 2026 voert de GI de ondertoezichtstelling uit. Het verzoekschrift is opgesteld door de eerder betrokken GI, maar de huidige GI heeft een eigen conclusie toegevoegd. De GI ziet een moeder die de kinderen het beste wil bieden, maar het onvoldoende lukt de nodige hulpverlening structureel toe te laten en afspraken na te komen. De eerste kennismaking tussen de nieuwe GI en de moeder kwam moeizaam tot stand. De GI heeft onder meer aangetekende brieven moeten versturen voordat een eerste huisbezoek kon plaatsvinden en met de kinderen kon worden gesproken. De GI wil gezinsondersteuning van Middin inzetten, maar ook de intake hiervoor komt moeilijk tot stand. Volgende week staat een groot overleg gepland, waarbij de moeder hopelijk aanwezig zal zijn. Vanuit de gespecialiseerde ondersteuning van de nieuwe GI zal de komende periode hopelijk het gewenste verschil gaan maken.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

4.2.

De ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Uit de stukken en de toelichting van de GI blijkt dat al gedurende langere tijd zorgen bestaan over de opvoedsituatie, het onvoldoende zicht op de thuissituatie en het uitblijven van noodzakelijke hulpverlening. Bij [voornaam minderjarige 1] zijn er zorgen over haar gezondheid en de zorgtaken die zij binnen het gezin op zich neemt. Bij [voornaam minderjarige 2] zijn er zorgen over schoolverzuim en zijn ontwikkeling. Bij [voornaam minderjarige 3] is meer zicht nodig op zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en op de continuïteit van passende zorg.

4.3.

De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling nog steeds noodzakelijk omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende kan worden weggenomen in een vrijwillig kader. Er is sprake van een langdurig patroon waarbij hulpverlening moeilijk van de grond komt doordat afspraken niet worden nagekomen en hulpverleners beperkt toegang krijgen tot het gezin. Ook de huidige GI heeft sinds de overdracht in april 2026 moeite gehad om contact met de moeder tot stand te brengen en de benodigde hulpverlening op te starten.

4.4.

De ondertoezichtstelling loopt al langere tijd. De kinderrechter begrijpt dat eerdere betrokkenheid van hulpverlening nog onvoldoende tot duurzame verbetering heeft geleid. Tegelijkertijd heeft de huidige GI toegelicht dat zij vanuit de William Schrikker Stichting andere expertise kan inzetten en intensieve gezinsondersteuning wil organiseren. De kinderrechter acht het van belang dat wordt onderzocht of deze gespecialiseerde ondersteuning in positieve zin een verschil kan maken voor de moeder en de kinderen.

4.5.

De kinderrechter acht het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer betrokken blijft om zicht te houden op de ontwikkeling en veiligheid van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] en om erop toe te zien dat de noodzakelijke hulpverlening daadwerkelijk wordt ingezet. Hoewel de moeder het beste voor haar kinderen lijkt te willen, lukt het haar onvoldoende om de benodigde ondersteuning structureel te accepteren en afspraken na te komen. Daarom zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengen voor de duur van één jaar.

4.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 27 juli 2027;

5.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »