RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11461737 CV EXPL 24-32538
datum uitspraak: 28 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] ., die handelt onder de naam [handelsnaam 1],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 10 december 2024, met bijlagen;
-
het antwoord, met bijlagen;
-
de repliek, met bijlagen.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd op hetgeen [eiseres] bij repliek naar voren heeft gebracht.
2 De beoordeling
Wat is de kern?
[eiseres] stelt dat partijen een koopovereenkomst hebben gesloten. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een bestelling bij haar gedaan, welke door haar is geleverd. [eiseres] eist daarom in deze procedure betaling van de factuur voor deze bestelling van € 529,17. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, eist [eiseres] dat [gedaagde] ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente aan haar moet betalen.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiseres] . [gedaagde] betwist dat zij een koopovereenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] de koopovereenkomst namelijk niet met haar gesloten maar met de onderneming die op dat moment een restaurant exploiteerde in het pand op het adres de [adres] in Hoogvliet onder de handelsnamen ‘ [handelsnaam 2] ’ en ‘ [handelsnaam 3] ’. Volgens [gedaagde] stond zij op dat moment enkel ingeschreven op dat adres bij de Kamer van Koophandel omdat zij bezig was de benodigde exploitatievergunning aan te vragen voor de opening van haar restaurant in augustus 2024. [gedaagde] heeft destijds de handelsnamen ‘ [handelsnaam 2] ’ en ‘ [handelsnaam 3] ’ alleen aan haar onderneming toegevoegd om het proces voor het aanvragen van de vergunning te vergemakkelijken, maar zij heeft niet onder deze namen een bestelling bij [eiseres] geplaatst. [gedaagde] erkent dat zij lid is van de [eiseres] , maar volgens [gedaagde] doet zij enkel in de fysieke winkel aankopen en plaatst zij dus geen (online) bestellingen.
De kantonrechter wijst de eis van [eiseres] toe. Hieronder wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
[gedaagde] moet de factuur van € 529,17 aan [eiseres] betalen
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de stelling van [eiseres] dat partijen een koopovereenkomst hebben gesloten onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.
Vaststaat immers dat [gedaagde] gevestigd was op het adres [adres] in Hoogvliet op het moment dat de bestelling daar geleverd werd en dat zij op dat moment de handelsnamen voerde van de partij die de bestelling heeft geplaatst. Onder deze omstandigheden had [gedaagde] nader moeten motiveren waarom het desondanks een andere partij is geweest die de bestelling heeft geplaatst, bijvoorbeeld door stukken over te leggen waaruit blijkt dat een andere partij op dat moment tevens op dat adres gevestigd was en die handelsnamen voerde. De enkele ontkenning van [gedaagde] dat zij de bestelling heeft geplaatst, is in dit geval niet voldoende.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter de eis van [eiseres] toewijst. Dit betekent dat [gedaagde] de factuur van € 529,17 aan [eiseres] moet betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 79,38 betalen
De incassokosten van € 79,38 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen zoals bij de beslissing vermeld, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De vervallen rente tot 10 december 2024 bedraagt € 24,71.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 115,12 aan dagvaardingskosten, € 340,00 aan griffierecht, € 270,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 135,00) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 792,62. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 633,26 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 529,17 vanaf 10 december 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 792,62;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
62828