ECLI:NL:RBROT:2025:5771

Datum uitspraak
23-05-2025
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11477026 CV EXPL 25-372
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Online bestelling waarbij is gekozen voor achteraf betalen. Niet is gebleken dat sprake zou zijn van fraude zoals gedaagde stelt. Eiseres heeft een afleverbewijs van de bestelling overgelegd. Gedaagde heeft niet weersproken wat bij repliek is aangevoerd. De kantonrechter ervan uit dat gedaagde de bestelling heeft geplaatst en ontvangen. Zij moet daarom de koopprijs nog betalen. De vordering wordt dus toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11477026 CV EXPL 25-372

datum uitspraak: 23 mei 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] ,

vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde] , v.h.o.d.n. [handelsnaam],

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 12 december 2024, met bijlagen;

  • het antwoord;

  • de repliek, met bijlagen.

1.2.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Er is online een artikel besteld bij de webshop ‘PimXL’ en daarbij is gekozen voor de optie om achteraf te betalen via [eiseres] . Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] het artikel besteld en geleverd gekregen, maar heeft zij de factuur van € 705,95 nog niet betaald. Zij wil daarom in deze procedure dat zij dat alsnog doet. Omdat zij de factuur niet op tijd heeft betaald, vordert [eiseres] ook buitengerechtelijke incassokosten van € 105,89 en de wettelijke handelsrente die tot 22 november 2024 € 65,10 bedraagt. In totaal eist [eiseres] € 876,94 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. [gedaagde] is het niet eens met de eis, omdat zij niets heeft besteld en ontvangen. Volgens haar is er gefraudeerd met haar gegevens. De eis wordt echter toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Bestelling en aflevering

2.2.

[eiseres] heeft aangevoerd dat bij de bestelling de gegevens van [gedaagde] zijn vermeld, maar zij betwist dat het opgegeven mailadres van haar is en stelt dat fraude is gepleegd met haar gegevens. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij slechts één brief heeft ontvangen en dat zij toen direct contact heeft opgenomen met [eiseres] . [eiseres] heeft bij repliek bevestigd dat dit contact heeft plaatsgevonden, maar zij betwist brieven per post te hebben verstuurd. Zij betwist ook dat sprake zou zijn van fraude en dat het gebruikte mailadres niet van [gedaagde] zou zijn. Volgens haar heeft [gedaagde] haar van dat mailadres namelijk gemaild. Bij repliek heeft [eiseres] het afleverbewijs van de bestelling overgelegd en uitgelegd dat zij dit naar aanleiding van de melding aan [gedaagde] heeft toegestuurd en dat zij toen niets meer van zich heeft laten horen. Omdat [gedaagde] verder niet heeft weersproken wat bij repliek is aangevoerd, gaat de kantonrechter ervan uit dat zij de bestelling heeft geplaatst en ontvangen. Zij wordt daarom veroordeeld om de koopprijs van € 705,95 aan [eiseres] te betalen.

Incassokosten

2.3.

De incassokosten van € 105,89 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

Rente

2.4.

De rente wordt ook toegewezen, omdat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald en dus in verzuim is geraakt. Zij is daarom op grond van artikel 6:119a BW wettelijke handelsrente verschuldigd over de tijd dat zij met de betaling in verzuim is. [eiseres] heeft gesteld dat dat tot 22 november 2024 € 65,10 is en [gedaagde] heeft dat niet betwist.

Proceskosten

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 116,39 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 793,89. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Uitvoerbaar bij voorraad

2.6.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 876,94 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 705,95 vanaf 22 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 793,89;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.

53954

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »