RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11163726 CV EXPL 24-15267
datum uitspraak: 7 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats 1],
eiser,
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 11 juni 2024, met bijlagen;
-
het antwoord, met bijlagen;
-
de repliek, met bijlagen.
[gedaagde] heeft, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet gereageerd op de repliek en heeft ook niet om verdere aanhouding verzocht.
2 De beoordeling
Wat is er gebeurd?
[gedaagde] huurt sinds 1 november 2020 een woning aan [adres] van [eiser]. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst per 1 februari 2024 opgezegd. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] de woning niet correct opgeleverd en heeft hij daardoor schade geleden. Ook heeft [gedaagde] een huurachterstand van drie maanden en heeft zij twee afrekeningen servicekosten onbetaald gelaten. [eiser] eist daarom dat [gedaagde] hem een bedrag van € 5.755,06 betaalt. [gedaagde] is het daar niet mee eens en stelt dat er sprake was van een te hoge huurprijs, gebreken aan de woning en dat de servicekosten niet juist zijn onderbouwd.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] toe. Dit betekent dat [gedaagde] de schadevergoeding, de huurachterstand en de servicekosten moet betalen met bijkomende kosten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de schadevergoeding van € 1.041,81 betalen
In de tussen partijen gesloten huurovereenkomst staat dat [gedaagde] moet meewerken aan de oplevering en dat de woning in correcte staat moet worden opgeleverd. [eiser] stelt dat [gedaagde] niet bij de oplevering wenste te zijn en de sleutels heeft opgestuurd. [gedaagde] heeft dit niet betwist. Uit de stukken blijkt dat de woning niet overeenkomstig de in de huurovereenkomst is afgesproken wijze is opgeleverd en [gedaagde] heeft niet betwist dat [eiser] € 1.041,81 aan kosten heeft moeten maken, dus dit bedrag zal worden toegewezen.
[gedaagde] moet de huurachterstand van € 3.117,15 betalen
Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] iedere maand bij vooruitbetaling de huursom aan [eiser] moest betalen. Vast staat dat [gedaagde] de huur over de maanden oktober 2023, december 2023 en januari 2024 niet heeft betaald. Zij voert wel aan dat zij teveel huurt betaalde voor de woning en dat de woning gebreken vertoonde. De huur is geëindigd in januari 2024. [gedaagde] kan op deze wijze achteraf de huurprijs niet wijzigen. Zij moet dan ook de € 3.117,15 aan huur betalen.
[gedaagde] moet de servicekosten van € 1.596,10 betalen
In de huurovereenkomst is opgenomen dat [gedaagde] maandelijks een voorschot van € 100,00 aan kosten nutsvoorzieningen en servicekosten moet betalen. Indien de jaarlijkse eindafrekening hoger uitvalt dan het voorschot moet [gedaagde] bijbetalen. Indien de eindafrekening lager uitvalt krijgt [gedaagde] geld terug. [gedaagde] betwist de hoogte van de servicekosten en voert aan dat de servicekosten niet duidelijk zijn gespecificeerd. [eiser] heeft met het inbrengen van een specificatie van de facturen de servicekosten voldoende onderbouwd dat, en hoeveel, de servicekosten hoger uitvielen dan het maandelijks verschuldigde voorschot. [gedaagde] moet dan ook de facturen servicekosten aan [eiser] betalen.
[gedaagde] moet incassokosten van € 675,19 betalen
De incassokosten van € 675,19 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente van € 204,27 betalen
De rente van € 204,27 wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 248,00 aan griffierecht, € 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2punten x € 339,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.198,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 5.209,52 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 4.330,06 vanaf 11 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.198,39 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
64039