ECLI:NL:RBROT:2025:1264

Datum uitspraak
17-01-2025
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11272686 CV EXPL 24-20860
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgverzekering. Achterstallige premie toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11272686 CV EXPL 24-20860

datum uitspraak: 17 januari 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

VGZ Zorgverzekeraar N.V.,

vestigingsplaats: Arnhem,

eiseres,

gemachtigde: Flanderijn,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 3 juli 2024, met bijlagen;

  • de aantekeningen van het antwoord ter zitting op 27 augustus 2024;

  • de akte van VGZ van 6 december 2024, met bijlagen;

  • de e-mail van [gedaagde] van 17 december 2024;

1.2.

Op 17 december 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [naam] namens de gemachtigde van VGZ aanwezig. [gedaagde] heeft in haar e-mail van 17 december 2024 aangekondigd niet aanwezig te kunnen zijn bij de zitting.

2 De beoordeling

Wat is de kern?

2.1.

[gedaagde] heeft met VGZ een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. [gedaagde] moet voor deze verzekering iedere maand premie betalen. VGZ eist een bedrag van € 211,40 aan achterstallige premie van [gedaagde]. Daarnaast eist zij € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Tot slot eist VGZ dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.

2.2.

[gedaagde] geeft aan dat zij de achterstallige premie wil betalen, maar zij is het niet eens met de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten die worden gevorderd. [gedaagde] benoemt dat zij geen brieven heeft gehad van VGZ en dat zij plots de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd was.

2.3.

De kantonrechter wijst de vorderingen van VGZ toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.

[gedaagde] moet in totaal € 268,33 aan VGZ betalen

2.4.

[gedaagde] moet de achterstallige premie van € 211,40 betalen. VGZ heeft voldoende gesteld dat [gedaagde] deze betalingen had moeten doen, maar deze niet heeft gedaan. [gedaagde] heeft dit niet betwist.

2.5.

De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen. [gedaagde] stelt dat zij geen brieven heeft ontvangen, maar VGZ heeft bij repliek laten zien dat zij verschillende aanmaningen heeft verzonden naar het adres van [gedaagde]. Daarnaast heeft VGZ laten zien dat [gedaagde] op de e-mail van Flanderijn heeft gereageerd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de berichten [gedaagde] hebben bereikt. Hiermee heeft VGZ voldaan aan de voorwaarden om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

2.6.

De rente wordt toegewezen, omdat VGZ genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald.

2.7.

In de dagvaarding is benoemd dat [gedaagde] € 1,65 heeft betaald. VGZ trekt dit van de totale vordering af. Het bedrag dat [gedaagde] moet voldoen, is dus: € 211,40 + € 48,40 + € 10,18 - € 1,65 = € 268,33, met de rente over € 211,40 vanaf 3 juli 2024.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.8.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VGZ moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 172,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 86,00) en € 41,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 480,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.9.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VGZ dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan VGZ te betalen € 268,33 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 211,40 vanaf 3 juli 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VGZ worden begroot op € 480,39;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.

64363

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »