RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11153179 CV EXPL 24-14764
datum uitspraak: 10 september 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Havensteder,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Wouters Gerechtsdeurwaarders & Incasso’s,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die niet hebben gereageerd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding die is bezorgd bij [gedaagde 1] , met bijlagen;
-
de rolbeslissing van 2 juli 2024;
-
de dagvaarding die is bezorgd bij [gedaagde 2] , met bijlagen;
-
de rolbeslissing van 13 augustus 2024;
-
de akte huurprijswijziging, met een bijlage.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren een woning van Havensteder. Volgens Havensteder hebben zij een huurachterstand van € 2.922,96. Zij eist daarom dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat de huurders de woning moeten ontruimen. Ze wil ook dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om de huurachterstand te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter wijst de eis van Havensteder af. In dit vonnis legt ze dat uit.
De huurprijswijzigingsbepaling wordt vernietigd
In de tweede rolbeslissing heeft de kantonrechter voorlopig geoordeeld dat de huurprijswijzingsbepaling oneerlijk is. Havensteder voert aan dat ze de huur niet met meer heeft verhoogd dan redelijk wordt geacht. Dit betekent echt niet dat het beding niet oneerlijk is. Het feit dat Havensteder zichzelf de bevoegdheid heeft gegeven om de huur jaarlijks met een bepaald percentage te verhogen, heeft het evenwicht tussen de partijen al verstoord, ondanks dat zij niet van de maximale mogelijkheden gebruikt heeft gemaakt.1 Het gaat erom dat zij die mogelijkheid wel had. Omdat de bepaling oneerlijk is, vernietigt de kantonrechter die (artikel 6:233 BW).
De oorspronkelijke huurprijs is blijven gelden
Omdat de huurprijswijzigingsbepaling wordt vernietigd, komen alle huurverhogingen te vervallen. Havensteder heeft in haar akte berekend dat er dan geen huurachterstand meer is. De eis van Havensteder is gebaseerd op de stelling dat dit wel zo is. Daarom wordt de eis afgewezen.
Havensteder moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van Havensteder, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt die kosten aan de kant van de huurders vast op € 0,- omdat zij niet verschenen zijn.
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de eis van Havensteder af;
veroordeelt Havensteder in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden vastgesteld op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394