ECLI:NL:RBROT:2023:9672

Datum uitspraak
19-10-2023
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
10041268
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorschot deskundige is niet betaald. Dat er nu geen objectief advies is over de gebreken en herstelkosten komt voor risico van de partij die het voorschot had moeten betalen (de klusjesman). Gevorderde schade in verband met slecht uitgevoerde kluswerkzaamheden volledig toegwezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 10041268 CV EXPL 22-3130

datum uitspraak: 19 oktober 2023

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [woonplaats 1] ,

eiser,

gemachtigde: DAS,

tegen

[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam] ,

woonplaats: [woonplaats 2] ,

gedaagde,

zonder gemachtigde.

De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De verdere procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- het vonnis van 24 augustus 2023 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

In het hiervoor genoemde tussenvonnis is bepaald dat [gedaagde] het voorschot voor de deskundige binnen vier weken moet betalen. Dat heeft hij niet gedaan.

1.3.

De kantonrechter heeft bepaald dat er nu een uitspraak wordt gedaan in deze zaak.

2 De verdere beoordeling

De procedure tot nu toe

2.1.

[gedaagde] heeft in opdracht en voor rekening van [eiser] kluswerkzaamheden

uitgevoerd in de woning van [eiser] (voor € 24.872,54 inclusief meerwerk). [eiser] is niet

tevreden over de kwaliteit van de werkzaamheden. [gedaagde] erkent dat bepaalde werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd. In het tussenvonnis van 13 april 2023 is geoordeeld dat [gedaagde] daarom schadevergoeding moet betalen. De partijen zijn het er niet over eens wat er allemaal als gebrek is aan te merken en hoeveel het kost om de herstelwerkzaamheden door een ander te laten uitvoeren. Daarom is in het tussenvonnis van 24 augustus 2023 een deskundige benoemd die daarover kan adviseren. Er is echter geen onderzoek door de deskundige gestart, omdat [gedaagde] het voorschot niet heeft betaald.

Schadevergoeding € 15.706,77

2.2.

[eiser] heeft zijn schade onderbouwd met foto’s, een rapport van een klusbedrijf en offertes. Volgens [gedaagde] is de schade minder dan daaruit lijkt te volgen. Dat dit zo is, heeft [gedaagde] niet onderbouwd, maar omdat de aannemer die de offerte heeft uitgebracht niet als onafhankelijk kan worden aangemerkt, zag de kantonrechter aanleiding om een gerechtelijk deskundige te benoemen. Die is namelijk wel onafhankelijk en zou objectief kunnen adviseren over de gebreken en de hoogte van de herstelkosten. Het komt voor risico van [gedaagde] dat dat advies er niet is gekomen. Daarom wordt alsnog uitgegaan van de juistheid van de stelling van [eiser] dat de schade € 15.706,77 bedraagt en wordt dit bedrag toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten en rente

2.3.

De buitengerechtelijke incassokosten van € 927,46 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 lid 2 onder c). Daarnaast wordt een bedrag van € 387,20 toegewezen voor het laten vaststellen van aansprakelijkheid en schade (artikel 6:96 lid 2 onder b BW). [eiser] heeft namelijk een klusbedrijf gevraagd om de werkzaamheden te komen bekijken. Het klusbedrijf heeft daar een factuur van € 387,20 voor gestuurd. Dat is een redelijk bedrag.

De rente wordt toegewezen vanaf 22 januari 2022, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat de rente vanaf die datum moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist (brief [eiser] van 14 januari 2022).

Proceskosten

2.4.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser] tot vandaag vast op € 135,89 aan dagvaardingskosten, € 693,00 aan griffierecht en € 792,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 396,00). Dit is totaal € 1.620,89. Voor kosten die [eiser] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist.1 De wettelijke rente wordt toegewezen.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

2.5.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 17.021,43 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 15.706,77 vanaf 22 januari 2022 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.620,89 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.

703

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »