RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12306665 \ EJ VERZ 26-221
Beschikking van 30 september 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats],
verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. M.T. Harbers,
tegen
de besloten vennootschap SENZORA CHALETBOUW B.V.,
gevestigd in Hardenberg,
verwerende partij, hierna te noemen: Senzora,
niet verschenen.
1 De procedure
[verzoeker] is deze procedure gestart met het verzoekschrift, dat op de griffie is ontvangen op 17 juli 2026. Het verzoekschrift bevat ook een verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet (apart) op zitting behandeld. Op 16 september 2026 heeft de mondelinge behandeling van de verzoeken en het verzoek om een voorlopige voorziening plaatsgevonden. [verzoeker] is verschenen. Senzora is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag een beschikking zal volgen.
2 De feiten
[verzoeker] is sinds 6 oktober 2025 in dienst bij Senzora. Hij is in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 5 oktober 2026. [verzoeker] werkt 37,5 uur per week en zijn salaris bedraagt recentelijk € 3.460,00 bruto per maand, met een vakantietoeslag van 8,25% per maand. De arbeidsovereenkomst bevat een tussentijds opzegbeding.
[verzoeker] heeft op verzoek van Senzora af en toe overuren gewerkt. Senzora heeft die overuren, ook na verzoek daartoe, niet uitbetaald.
Op 11 mei 2026 werd [verzoeker] op kantoor geroepen en werd hem de keuze gegeven om óf een beëindigingsovereenkomst te tekenen, óf op staande voet te worden ontslagen. [verzoeker] heeft de beëindigingsovereenkomst getekend, maar is daarop teruggekomen en heeft de overeenkomst bij brief van 13 mei 2026 vernietigd.
Daarop is [verzoeker] alsnog op staande voet ontslagen. In de brief, gedateerd op 11 mei 2026, staat:
“Naar aanleiding van de gebeurtenissen van afgelopen vrijdag deel ik u het volgende mee. U neemt hierbij direct ontslag uit uw functie. De reden hiervoor is het volgende:
Afgelopen vrijdag, 8 mei 2026, heeft u bij een derde partij (in dit geval onze klant) geklaagd over ons betalingsgedrag en suggesties gedaan over onze financiële situatie. Dit valt onder de categorie van het overdragen van bedrijfsgeheimen aan derden (vertrouwelijkheid). Dit is voor ons onaanvaardbaar en voldoende reden voor ontslag op staande voet.
Bovendien weigerde u het werk af te maken en heeft u het geld ingezameld.
Materialen en gereedschap waren rond 14:30 aanwezig, hoewel de rest van het werk beperkt was. Pas na aanzienlijke druk van een collega bent u erin geslaagd het werk in 45 minuten af te ronden. Wij kunnen deze houding niet accepteren, zeker niet omdat onze (zakelijke) klant dit ook ziet en ons erop wijst.”
Het salaris van [verzoeker] van mei en juni 2026 en de gemaakte overuren zijn niet uitbetaald.
[verzoeker] heeft per 6 juni 2026 een nieuwe baan gevonden.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om:
bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding
II. Senzora te veroordelen tot betaling van het achterstallige loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de eindafrekening;
primair:
III. Senzora te veroordelen tot betaling van de billijke vergoeding zoals vermeld in het verzoekschrift;
IV. Senzora te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding zoals vermeld in het verzoekschrift;
V. Senzora te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding zoals vermeld in het verzoekschrift;
subsidiair:
Vl. Senzora te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding zoals vermeld in het verzoekschrift;
meer subsidiair:
VII. Senzora te veroordelen tot betaling van het achterstallige loon en de emolumenten over de periode van 1 mei tot heden en van de 14 extra gewerkte uren, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging en doorbetaling van het volledige loon en de emolumenten totdat aan de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig een einde komt;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
VIII. Senzora te veroordelen in de proceskosten;
IX. Senzora te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor verzochte bedragen;
X. Senzora te veroordelen tot het toezenden van de loonspecificaties over de laatste twee jaren van het dienstverband, binnen één week na de datum van de beschikking, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,00 netto per dag dat [verzoeker] deze niet ontvangt, met een maximum van € 2.000,00.
4 De beoordeling
Het ontslag op staande voet
[verzoeker] heeft aangegeven dat hij berust in het gegeven ontslag op staande voet. Het gaat in deze zaak daarom om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding moeten worden toegekend. Voor de toekenning daarvan is van belang of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven.
De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Daartoe overweegt de kantonrechter dat [verzoeker] ter zitting heeft toegelicht dat hij op de bewuste vrijdag aan het werk was bij een klant. Toen hij wilde vertrekken, vroeg de klant of het werk niet werd afgemaakt. Daarop heeft [verzoeker] gezegd dat zijn overuren niet werden uitbetaald. Hij heeft niets gezegd over de financiële situatie van Senzora of andere uitlatingen gedaan die het bedrijf kunnen schaden. Uiteindelijk is hij ook gebleven om het werk af te maken. Doordat Senzora niet is verschenen, heeft zij de verklaring van [verzoeker] niet kunnen weerspreken. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het voorgaande geen voldoende dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is dus niet rechtsgeldig gegeven.
Billijke vergoeding
Omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en omdat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever moet worden aangemerkt1, heeft [verzoeker] recht op een billijke vergoeding.2
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd.3 De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
[verzoeker] heeft gesteld dat hij door het onterechte ontslag op staande voet veel stress en spanning heeft ervaren. Zijn gezin met twee kinderen is afhankelijk van zijn inkomen en dat viel van de ene op de andere dag weg, waardoor hij en zijn gezin niet aan hun financiële verplichtingen konden voldoen. Daarom heeft hij zo snel mogelijk een andere baan gezocht en deze begin juni 2026 ook gevonden. Daardoor is zijn inkomensverlies beperkt gebleven.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de verzochte billijke vergoeding van € 3.500,00, dat ongeveer één bruto maandsalaris bedraagt, een redelijke vergoeding voor het onterechte ontslag op staande voet en de gevolgen daarvan voor [verzoeker]. Het bedrag van € 3.500,00 zal worden toegewezen.
De wettelijke rente over de billijke vergoeding zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van deze beschikking.
De gefixeerde schadevergoeding
Nu het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, heeft [verzoeker] recht op de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:672 lid 11 BW. Senzora is een vergoeding verschuldigd ter hoogte van het brutoloon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had voortgeduurd. De arbeidsovereenkomst had door Senzora per 1 juli 2026 kunnen worden opgezegd. Het bruto maandloon inclusief vakantietoeslag van 8,25% bedraagt (€ 3.460,00 x 1,0825 =) € 3.745,45. De gefixeerde schadevergoeding bedraagt dus (1,64 x € 3.745,45 =) € 6.142,54.
De wettelijke rente over de gefixeerde schadevergoeding zal worden toegewezen vanaf 11 mei 2026, de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a lid 1 BW).
De transitievergoeding
[verzoeker] heeft op grond van artikel 7:673 lid 1 sub a onder 1 BW recht op de transitievergoeding. De transitievergoeding, berekend tot 1 juli 2026 en op basis van het brutosalaris inclusief vakantietoeslag van (€ 3.460,00 x 1,0825=) € 3.745,45, bedraagt € 917,83.
De wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen vanaf 1 juli 2026 (artikel 7:686a lid 1 BW).
Loonspecificaties
Het verzoek tot het verstrekken van de loonspecificaties zal worden toegewezen, met dien verstande dat het verzoek om de specificaties van ‘de laatste twee jaren van het dienstverband’ zal worden afgewezen en in plaats daarvan de afgifte van de specificaties vanaf 6 oktober 2025, dus vanaf de aanvang van het dienstverband, zal worden toegewezen.
De verzochte dwangsom zal eveneens worden toegewezen. Ter zitting is duidelijk geworden dat Senzora niet heeft gereageerd op verzoeken tot het overleggen van loonspecificaties. De kantonrechter zal de dwangsom stellen op € 50,00 per dag dat Senzora niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 2.000,00.
De overige verzoeken
Het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden afgewezen. Op grond van artikel 223 Rv kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen voor de duur van de procedure. Deze procedure eindigt echter al doordat in deze beschikking een beslissing wordt genomen op de verzoeken van [verzoeker].
Omdat de primaire verzoeken worden toegewezen, komt de kantonrechter niet toe aan de subsidiaire en meer subsidiaire verzoeken.
De proceskosten
Senzora wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [verzoeker] betalen. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op:
griffierecht € 93,00
salaris gemachtigde € 577,00
nakosten € 144,00
totaal € 814,00
De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Senzora om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt Senzora om de gefixeerde schadevergoeding van € 6.142,54 aan [verzoeker] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 11 mei 2026 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt Senzora om aan [verzoeker] de transitievergoeding van € 917,83 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 juli 2026 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt Senzora om binnen één week na de datum van deze beschikking de loonspecificaties over het gehele dienstverband, dus vanaf 6 oktober 2025 tot 1 juli 2026 aan [verzoeker] toe te zenden, onder verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag dat Senzora niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 2.000,00;
veroordeelt Senzora in de proceskosten van [verzoeker], begroot op € 814,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.(SB)