ECLI:NL:RBOVE:2026:6092

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12304852 \ CV EXPL 26-1251
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek, betaling advocatendeclaratie, oneerlijk bik-beding, uitlaten over informatieplichten en kostenbeding.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12304852 \ CV EXPL 26-1251

Vonnis van 6 oktober 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[eiseres] LLP,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. G.K. Fraterman,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 30 juni 2026 met producties 1 – 13;

- [gedaagde] heeft de vordering niet weersproken.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van € 2.536,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling. Daarnaast vordert [eiseres] dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 382,56 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure inclusief de nakosten van € 131,00.

2.2

[eiseres] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Zij stelt dat partijen een overeenkomst hebben gesloten voor het verlenen van juridische bijstand in het kader van arbeids-/ontslagrecht. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [eiseres] van toepassing. [eiseres] stelt dat zij ten behoeve van [gedaagde] juridische werkzaamheden heeft verricht en daarvoor twee facturen aan [gedaagde] heeft gestuurd: een factuur ter hoogte van € 2.389,48 inclusief btw met 6 november 2025 als factuurdatum en een factuur ter hoogte van € 147,50 inclusief btw met 1 december 2025 als factuurdatum. [gedaagde] heeft deze facturen onbetaald gelaten. [eiseres] stelt [gedaagde] op 27 maart 2026 per e-mail heeft verzocht de openstaande facturen te betalen, waarbij zij betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 378,70 heeft aangezegd als [gedaagde] de facturen niet binnen vijftien dagen betaalt.

2.3

[gedaagde] heeft de vordering van [eiseres] niet weersproken.

3 De beoordeling

Ambtshalve toetsing

3.1

Het gaat in deze zaak over betaling van twee facturen door [gedaagde] als consument. [eiseres] stelt dat zij met [gedaagde] een overeenkomst van opdracht heeft gesloten voor het verlenen van juridische bijstand ten behoeve van [gedaagde].

i. de informatieplichten

3.2

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 november 2021 overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat de rechter een sanctie moet toepassen als sprake is van een voldoende ernstige schending van deze informatieplichten.1

3.3

[eiseres] heeft niet toegelicht op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen. Ook heeft [eiseres] niet gesteld dat zij aan de (pre)contractuele informatieplichten heeft voldaan. Dit zal zij in het vervolg in de dagvaarding moeten stellen en onderbouwen. De kantonrechter zal [eiseres] in de gelegenheid stellen om zich hierover onderbouwd uit te laten. De kantonrechter verwijst [eiseres] naar de landelijke Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten.2

ii. (on)eerlijke bedingen

3.4

De kantonrechter moet daarnaast ambtshalve toetsen of de bedingen in de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden staan en waarover partijen niet hebben onderhandeld, niet oneerlijk zijn in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.3

3.5

De kantonrechter moet allereerst artikel 5 van de Algemene Voorwaarden toetsen aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. In dat artikel is een rente- en incassobeding opgenomen waarin staat:

‘[…] De betalingstermijn bedraagt 10 dagen vanaf factuurdatum. Indien een declaratie niet binnen de betalingstermijn wordt voldaan is vanaf dat moment over het declaratiebedrag de wettelijke rente verschuldigd. Indien ook na aanmaning betaling uitblijft zijn buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd ten belope van 15% van het declaratiebedrag met een minimum van € 50,-. […]’

3.6

De kantonrechter stelt vast dat artikel 5 van de Algemene Voorwaarden een oneerlijk incassobeding bevat. Het beding (wekt de suggestie dat het) resulteert in een hoger bedrag dan is toegestaan volgens het Besluit buitengerechtelijke incassokosten en dat van de wettelijke tarieven wordt afgeweken. Daarmee wijkt het incassobeding ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling (meer specifiek artikel 6:96 lid 5 BW) die zonder dit beding (dwingend) zou gelden. Het beding is daarom onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233, aanhef en onder a, BW en oneerlijk in de zin van Richtlijn oneerlijke bedingen. [eiseres] kan in dat geval geen aanspraak meer maken op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn geweest zonder het oneerlijke beding.4 De kantonrechter wijst de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom af.

De kantonrechter heeft het rentebeding ook getoetst. Zij heeft dat niet oneerlijk bevonden, zodat de kantonrechter dit beding om die reden in stand laat.

Het kostenbeding

3.7

De kantonrechter moet daarnaast het kostenbeding (de prijsafspraak of het beding waarin [eiseres] de kosten voor haar diensten heeft vermeld) ambtshalve toetsen aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. In dit geval vordert [eiseres] dat [gedaagde] een bedrag van € 2.536,98 inclusief btw betaalt op grond van nakoming van de betalingsverplichting die voor [gedaagde] uit de overeenkomst voortvloeit.

3.8

Het kostenbeding is een kernbeding.5 Kernbedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, worden getoetst op oneerlijkheid in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen als deze niet transparant zijn. Het transparantievereiste moet ruim worden opgevat: het kostenbeding moet niet alleen formeel en grammaticaal begrijpelijk zijn, maar ook op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria uiteenzetten op welke wijze de kosten voor de te verrichten dienstverlening wordt vastgesteld. Het gaat erom dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst in staat wordt gesteld om de financiële consequenties in te schatten die voor hem uit dat beding voortvloeien, namelijk het totale bedrag dat hij voor deze diensten zal moeten betalen.6 Bij die beoordeling neemt de kantonrechter alle relevante feitelijke gegevens in aanmerking rond de sluiting van de overeenkomst.7

3.9

In zijn arrest van 12 januari 2023 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) – onder meer – overwogen dat een kostenbeding op basis van een uurtarief zonder verdere precisering niet transparant is, omdat de consument in dat geval niet in staat wordt gesteld om alle financiële consequenties in te schatten die voor hem uit het beding voortvloeien.8 Het is voor een advocaat moeilijk of zelfs onmogelijk om op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten, het aantal uren te voorspellen dat nodig zal zijn om deze diensten te verlenen, en dus ook de totale daadwerkelijke kosten daarvan. Maar dat neemt niet weg dat een advocaat aan de consument vóórdat de overeenkomst wordt gesloten die informatie moet verstrekken die de consument in staat stelt om met nodige voorzichtigheid zijn beslissing te nemen, met volledige kennis van enerzijds de mogelijkheid dat dergelijke gebeurtenissen zich voordoen en anderzijds de gevolgen die deze kunnen hebben voor de duur van de betreffende juridische diensten. Een advocaat is daartoe immers tuchtrechtelijk ook gehouden.9 Deze informatie, die kan variëren naargelang zowel het voorwerp en de aard van de juridische diensten waarin de overeenkomst voorziet als de toepasselijke beroeps- en gedragsregels, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen bij benadering de totale kosten van die diensten te ramen. Daarbij kan worden gedacht aan een raming van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen of een verbintenis om met redelijke tussenpozen tussentijdse facturen of verslagen te bezorgen waarin het aantal reeds gepresteerde werkuren wordt vermeld.10

3.10

[eiseres] heeft op 6 oktober 2025 aan [gedaagde] een opdrachtbevestiging gestuurd, waarin staat: ‘Refererend aan onze bespreking van 6 oktober jl. bevestig ik u hierbij kort het navolgende. […] Hierbij bevestig ik u dat ik uw opdracht heb aanvaard.’ In de opdrachtbevestiging staat verder: ‘Op dit moment is mij namelijk nog niet duidelijk hoe een en ander juridisch zit en/of ik iets voor kan betekenen, nu wij dit vanmorgen niet volledig hebben kunnen bespreken.’ Ook staat in de opdrachtbevestiging dat ter zake de kosten van rechtsbijstand is afgesproken dat namens u een civiele toevoeging zal worden aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand en dat het uurtarief van [eiseres] € 230,00 exclusief btw en kantoorkosten bedraagt als de Raad onverhoopt besluit geen toevoeging aan [gedaagde] te verlenen. In de e-mail van 13 oktober 2025 van [eiseres] aan [gedaagde] staat dat [eiseres] via de Raad voor Rechtsbijstand bericht ontvangen dat de aanvraag voor de toevoeging is afgewezen en dat [eiseres] haar werkzaamheden op betalende basis bij [gedaagde] in rekening brengt, waarbij zij een uurtarief hanteert van € 230,00 exclusief 21% btw en 6% kantoorkosten zoals aangegeven in de bevestigingsbrief van 6 oktober 2025. Maar [eiseres] heeft niet althans onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij aan [gedaagde] voor het sluiten van de overeenkomst die informatie heeft gegeven zodat [gedaagde] in staat is gesteld om de totale kosten in te schatten die voor hem uit deze overeenkomst voortvloeien in geval aan hem toevoeging wordt verleend dan wel [eiseres] haar werkzaamheden op basis van het uurtarief verricht. Uit de opdrachtbevestiging volgt bijvoorbeeld niet dat [eiseres] bijvoorbeeld een raming heeft gegeven van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen of dat partijen zijn overeengekomen om met redelijke tussenpozen tussentijdse facturen of verslagen te bezorgen waarin het aantal reeds gepresteerde werkuren wordt vermeld. Dit volgt ook niet uit de door [eiseres] overgelegde e-mails.

De kantonrechter zal [eiseres] in de gelegenheid stellen zich hierover met stukken onderbouwd uit te laten.

3.11

Indien [eiseres] aan deze opdracht niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv de gevolgen verbinden die zij geraden acht.

3.12

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 20 oktober 2026 voor het nemen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder 3.3 en 3.10;

4.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »