ECLI:NL:RBNHO:2025:16336

Datum uitspraak
17-09-2025
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11713603 \ CV EXPL 25-1925
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Medische behandelovereenkomst. Verstek. Tussenvonnis. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het prijsbeding en de vermoedelijk oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 11713603 \ CV EXPL 25-1925

Uitspraakdatum: 17 september 2025

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Netpoint Factoring B.V.

te Kaatsheuvel

de eisende partij

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De procedure

1.1.

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1.

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 388,79 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

2.2.

De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de zorgverlener als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.

Informatieplichten

2.3.

Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing.

Het prijsbeding

2.4.

Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn.

2.5.

Niet gesteld of gebleken is hoe de prijs in dit geval tussen partijen is overeengekomen. Daarom kan niet beoordeeld worden of sprake is van een transparant prijsbeding, zodat de kantonrechter de eventuele ambtshalve taak op dit punt niet kan uitvoeren. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld haar vordering op dit punt aan te vullen. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat zij hierover in eventuele vervolgzaken1 een onderbouwde stelling moet innemen, bij gebreke waarvan de kans bestaat dat de vordering (gedeeltelijk) wordt afgewezen.

De algemene voorwaarden

2.6.

De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.2 Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

2.7.

Op de overeenkomst(en) zijn de ‘Netpoint betalingsvoorwaarden’ van 31 augustus 2012 van toepassing verklaard: (hierna: de algemene voorwaarden).

2.8.

Artikel 4 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. Dat luidt als volgt:

‘4. Onverminderd mogelijk gebleven aanspraken op wettelijke rente zijn gedeclareerde bedragen rentedragend ingaande 30 dagen na declaratiedatum, zonder dat hiervoor een nadere ingebrekestelling is vereist. De door de debiteur verschuldigde rente bedraagt 1% per maand of een gedeelte daarvan.’

2.9.

De bedongen rente bedraagt in dit geval 1% per maand. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter is daarom voornemens het rentebeding te vernietigen en de gevorderde wettelijke rente om die reden af te wijzen. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen om zich hierover uit te laten.

2.10.

Artikel 4 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:

‘5. In het geval Netpoint de debiteur 30 dagen na declaratiedatum aan zijn betalingsverplichting moet herinneren, is Netpoint gerechtigd vanaf de vijftiende dag na de verzenddatum van deze herinnering incassokosten in rekening te brengen. Deze incassokosten bedragen maximaal 15% van het openstaande bedrag met een minimum van € 40,-, een en ander conform het bepaalde in artikel 6:96 BW in samenhang met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.’

2.11.

In voornoemd beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De tekst van het beding biedt de eisende partij namelijk de mogelijkheid om de vijftiende dag na de verzenddatum van de aanmaning al incassokosten in rekening te brengen, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd zijn. De termijn vangt aan vanaf het moment dat de gedaagde partij de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen is, op grond van het arrest van de Hoge Raad van 10 februari 2023 onredelijk bezwarend in de zin van art. 6:233, aanhef en onder a, BW en daarmee oneerlijk in de zin van de richtlijn. Daarom is de kantonrechter voornemens dit deel van de vordering af te wijzen. De eisende partij mag zich hierover uitlaten.

Conclusie

2.12.

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte aan te vullen als omschreven in r.o. 2.5. Daarbij wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om bij diezelfde akte zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.

2.13.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

2.14.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 15 oktober 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen haar vordering bij akte aan te vullen zoals hiervoor is overwogen;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »