RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer : 84.072673.22
Datum vonnis : 1 februari 2024
Verstekvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van het Openbaar Ministerie ten aanzien van:
[verdachte] Limited,
gevestigd aan de [vestigingsplaats] .
1 De vordering van het Openbaar Ministerie
De schriftelijke ontnemingsvordering van 5 juni 2023 strekt ertoe dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in artikel 36e Sr, wordt geschat en verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 2.844.270,--.
2 De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 7 september 2023 en 1 februari 2024.
Op de terechtzitting van 7 september 2023 hebben de officieren van justitie
mr. M. Lambregts en mr. D.G. Specker, onder verwijzing naar de conclusie van eis van 17 augustus 2023, de vordering gehandhaafd.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie bij vonnis van 1 februari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard in de strafzaak. De vervolging van verdachte heeft dus niet tot een veroordeling geleid. Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijk van de op dat strafbare feit gebaseerde ontnemingsvordering in de weg. Het Openbaar Ministerie dient in de vordering dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2024.
Buiten staat
Mr. M.S. de Waard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.