RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/195887-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 23 september 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 september 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Baadoudi, advocaat te Haarlem. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 14 juni 2024 te Winsum , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten sieraden, een tas en/of een portefeuille met daarin contant geld (ongeveer 2.300 euro), door
-
die [slachtoffer 1] op te bellen en/of zich voor te doen als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 1] )
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat er in de buurt was ingebroken en dat de politie een briefje op straat had gevonden met daarbij het huisadres van die [slachtoffer 1]
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat een collega van de politie (te weten [naam 2] ) haar sieraden/spullen zou komen ophalen om de waarde te controleren
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat die collega een code (te weten [code] ) zou noemen
-
( vervolgens) aan te bellen bij die [slachtoffer 1] en/of zich (daarbij) voor te doen als medewerker van de politie (te weten [naam 2] ) om die spullen/sieraden van die
[slachtoffer 1] op te halen en daarbij de telefonisch doorgegeven code ( [code] ) te noemen, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 juni 2024 te Winsum , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden, een tas en/of een portefeuille met daarin contant geld (ongeveer 2.300 euro), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op of omstreeks 14 juni 2024 te Garmerwolde , gemeente Groningen, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten waardevolle/kostbare goederen
-
die [slachtoffer 2] heeft opgebeld en/of zich voor heeft gedaan als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 3] )
-
tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat er in de buurt was ingebroken en dat die [slachtoffer 2] op een lijst zou staan met adressen waar het aantrekkelijk is om te stelen in verband met een kostbaar goed
-
die [slachtoffer 2] (vervolgens) heeft gevraagd om het nummer [telefoonnummer] te bellen en een lijst te maken van waardevolle spullen
- richting het adres van die [slachtoffer 2] is gereden (om (vervolgens) die waardevolle/kostbare goederen op te halen) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op of omstreeks 14 juni 2024 te Garmerwolde , gemeente Groningen, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels, [slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet
doen van een inschuld, te weten waardevolle/kostbare goederen
-
die [slachtoffer 3] heeft opgebeld en/of zich voor heeft gedaan als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 3] )
-
tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat [naam 4] met dienstnummer [dienstnummer] aan de deur zou komen naar aanleiding van inbraken in de buurt en/of om waardevolle/kostbare goederen veilig te stellen
-
richting het adres van die [slachtoffer 3] is gereden (om (vervolgens) die waardevolle/kostbare goederen op te halen) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op of omstreeks 14 juni 2024 te Zuidlaren , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten sieraden en/of een doosje met daarin contant geld, door
-
die [slachtoffer 4] op te bellen en/of zich voor te doen als een medewerk(st)er van de politie
-
tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat een collega van de politie langs zou komen om te
controleren of alles in orde was en/of haar sieraden/spullen op te komen halen om de waarde te controleren
- ( ( vervolgens) aan te bellen bij die [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) voor te doen als medewerker van de politie om die spullen/sieraden van die [slachtoffer 4] op te halen, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
5.
hij in of omstreeks de periode 14 juni 2024 tot en met 18 juni 2024 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een celdeur, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Nationale Politie, eenheid Noord-Nederland, toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde geen bewijsverweer gevoerd en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1 primair
De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 80 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024157979 onderzoek Kuifmees/ NN2R024102 d.d. 20 december 2024, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] .
Feiten 2 en 3
De rechtbank acht het onder 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Ieder bewijsmiddel is ook in onderdelen slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 24 september 2024, opgenomen op pagina 235 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024157979 onderzoek Kuifmees/ NN2R024102 d.d. 20 december 2024, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 september 2024, opgenomen op pagina 236 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] ;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juni 2024, opgenomen op pagina 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 2] ;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2024, opgenomen op pagina 251 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 3] .
Feit 4
De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 23 juni 2024, opgenomen op pagina 325 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024157979 onderzoek Kuifmees/ NN2R024102 d.d. 20 december 2024, inhoudend de verklaring van [getuige 1] ;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 oktober 2024, opgenomen op pagina 329 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 1] .
Feit 5
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 18 juni 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 425 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024157979 onderzoek Kuifmees/ NN2R024102 d.d. 20 december 2024, inhoudend de verklaring van [getuige 2] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op 14 juni 2024 te Winsum , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten sieraden, een tas en een portefeuille met daarin contant geld (ongeveer 2.300 euro), door
-
die [slachtoffer 1] op te bellen en zich voor te doen als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 1] )
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat er in de buurt was ingebroken en dat de politie een briefje op straat had gevonden met daarbij het huisadres van die [slachtoffer 1]
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat een collega van de politie (te weten [naam 2] ) haar sieraden/spullen zou komen ophalen om de waarde te controleren
-
tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat die collega een code (te weten [code] ) zou noemen
-
vervolgens aan te bellen bij die [slachtoffer 1] en zich daarbij voor te doen als medewerker van de politie om die spullen/sieraden van die [slachtoffer 1] op te halen en daarbij de telefonisch doorgegeven code
( [code] ) te noemen, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
2.
hij op 14 juni 2024 te Garmerwolde , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door
een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten waardevolle/kostbare goederen
- die [slachtoffer 2] heeft opgebeld en zich voor heeft gedaan als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 3] )
- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat er in de buurt was ingebroken en dat die [slachtoffer 2] op een lijst zou staan met adressen waar het aantrekkelijk is om te stelen in verband met een kostbaar goed
- die [slachtoffer 2] (vervolgens) heeft gevraagd om het nummer [telefoonnummer] te bellen en een lijst te maken van waardevolle spullen
- richting het adres van die [slachtoffer 2] is gereden om vervolgens die waardevolle/kostbare goederen op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op 14 juni 2024 te Garmerwolde , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten waardevolle/kostbare goederen
- die [slachtoffer 3] heeft opgebeld en zich voor heeft gedaan als een medewerk(st)er van de politie (te weten [naam 3] )
- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd dat [naam 4] met dienstnummer [dienstnummer] aan de deur zou komen naar aanleiding van inbraken in de buurt en om waardevolle/kostbare goederen veilig te stellen
- richting het adres van die [slachtoffer 3] is gereden om vervolgens die waardevolle/kostbare goederen op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op 14 juni 2024 te Zuidlaren , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten sieraden en een doosje met daarin contant geld, door
- die [slachtoffer 4] op te bellen en zich voor te doen als een medewerk(st)er van de politie
- tegen die [slachtoffer 4] te zeggen dat een collega van de politie langs zou komen om te
controleren of alles in orde was en haar sieraden/spullen op te komen halen om de waarde te controleren
- vervolgens aan te bellen bij die [slachtoffer 4] en zich daarbij voor te doen als medewerker van de politie om die spullen/sieraden van die [slachtoffer 4] op te halen, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
5.
hij in de periode 14 juni 2024 tot en met 18 juni 2024 te Groningen opzettelijk en wederrechtelijk een celdeur, die geheel aan een ander, te weten aan de Nationale Politie, eenheid Noord-Nederland, toebehoorde heeft beschadigd.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
-
primair medeplegen van oplichting
-
medeplegen van poging tot oplichting
-
medeplegen van poging tot oplichting
-
medeplegen van oplichting
-
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de positieve wending die verdachte aan zijn leven heeft gegeven doorbreken.
Verdachte heeft dagbesteding en is full time aan het werk. Bij de strafoplegging heeft de raadsman verzocht rekening te houden met het feit dat dat verdachte een lange tijd in een schorsingstoezicht met een enkelband heeft rondgelopen, hetgeen een vrijheid beperkende maatregel is. De raadsman heeft bepleit om aan verdachte hooguit een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van 26 juni 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juli 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting en pogingen daartoe van oudere, vaak kwetsbare, slachtoffers. Medeverdachten hebben de slachtoffers telefonisch benaderd en zich daarbij voorgedaan als politiemedewerker. De slachtoffers werden gewaarschuwd voor dreigende inbraken en hen werd verteld dat een collega van de politie aan de deur zou komen om waardevolle spullen veilig te stellen. Verdachte is samen met een medeverdachte vanuit Amsterdam naar Groningen gereden om in die omgeving bij de slachtoffers thuis geld en sieraden op te halen. Verdachte trad daarbij op als chauffeur.
Met zijn handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers in de politie en de medemens en heeft enkel oog gehad voor eigen financieel gewin ten koste van kwetsbare anderen.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan beschadiging van een politiecel door teksten te krassen op de celdeur. Hij laat hiermee zien weinig respect te hebben voor andermans goederen.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit komt naar voren dat aan verdachte op 15 mei 2025 een strafbeschikking is opgelegd voor het medeplegen van poging tot oplichting. Gelet daarop is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
De reclassering heeft in haar rapport van 26 juni 2025 - kort samengevat - het volgende vermeld. Verdachte heeft zich tot op heden (gedurende bijna twee jaren) aan de afspraken en bijzondere voorwaarden gehouden die zijn opgelegd binnen het schorsingstoezicht. Daarnaast heeft verdachte een positieve ontwikkeling doorgemaakt op verschillende leefgebieden, zo ook wat betreft de financiële situatie van verdachte en het sociale netwerk waarin hij zich ophield. Deze factoren werden door de reclassering gezien
als risico verhogend, waardoor de kans op recidive is afgenomen. De reclassering adviseert om aan verdachte op te leggen een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen meerwaarde om verdachte langer te begeleiden en acht reclasseringstoezicht niet geïndiceerd.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat voor de bewezenverklaarde feiten als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Bij het bepalen van de hoogte van de straf houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met de jonge leeftijd van verdachte en het lange tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de behandeling ter terechtzitting. De rechtbank heeft verder acht geslagen op het feit dat verdachte al meer dan twee jaar in een schorsing loopt sinds de schorsingsbeslissing van 28 augustus 2024 en zich heeft moeten houden aan schorsingsvoorwaarden die zijn persoonlijke vrijheid hebben beperkt. Hieronder valt tevens het dragen van een enkelband. Daarnaast heeft verdachte ter zitting volledige verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedragingen en daarvan afstand genomen. Sinds het tenlastegelegde is verdachte niet meer met politie in aanraking gekomen.
Gelet op al deze omstandigheden vindt de rechtbank een langere onvoorwaardelijke straf dan de tijd die het voorarrest al heeft geduurd niet passend. Verdachte heeft sinds de schorsing van de voorlopige
hechtenis een positieve ontwikkeling doorgemaakt en heeft ter terechtzitting te kennen gegeven dat hij deze positieve lijn wil voortzetten. De op dit moment bestaande beschermende factoren in het leven van verdachte, zouden worden doorkruist indien verdachte nu terug zou moeten naar de gevangenis.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de aard en de ernst van de feiten, acht de rechtbank, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar en aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De rechtbank wil met deze voorwaardelijke straf de ernst van de feiten benadrukken en bewerkstelligen dat verdachte zich in de toekomst niet weer zal laten verleiden om voor geldelijk gewin zich met dit soort feiten in te laten.
Benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[slachtoffer 4] , tot een bedrag van 1.000,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
-
Politie Noord-Nederland, tot een bedrag van 650,64 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [slachtoffer 4] in haar vordering, omdat deze onvoldoende onderbouwd is. Subsidiair verzoekt de officier van justitie de rechtbank om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de Politie Noord-Nederland, vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering dient te worden verklaard, omdat deze onvoldoende onderbouwd is. De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de rechtbank bij het eventueel toekennen van schade gebruik dient te maken van haar schattingsbevoegdheid.
Ten aanzien van de vordering van de Politie Noord-Nederland heeft de raadsman geconcludeerd tot matiging van het toe te wijzen bedrag tot 325,00, omdat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor overige schades aangebracht aan de celdeur door anderen.
Oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [slachtoffer 4] feit 4
De opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade niet is onderbouwd. De rechtbank heeft onvoldoende informatie om de omvang van de schade vast te stellen dan wel tot een verantwoorde schatting over te gaan. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om de schadeposten alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts
bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Benadeelde partij Politie Noord-Nederland feit 5
Ten aanzien van de vordering van de Politie Noord-Nederland is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 5 bewezen verklaarde. Evenals de raadsman ziet de rechtbank aanleiding om de vordering te matigen, omdat naar het oordeel van de rechtbank aanwijzingen aanwezig zijn dat de celdeur deels al beschadigd was. Verdachte hoeft daardoor niet op te draaien voor het gehele bedrag. De vordering zal daarom voor het bedrag van 325,00 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2024. De rechtbank zal de vordering voor het overige deel afwijzen.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 100 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op één jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Ten aanzien van feit 4 benadeelde partij [slachtoffer 4]
Verklaart de vordering van niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ten aanzien van feit 5 benadeelde partij Politie Noord-Nederland
Wijst de vordering van de benadeelde partij Politie Noord-Nederland toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan Politie Noord-Nederland te betalen:
-
het bedrag van 325,00 (zegge: driehonderdvijfentwintig euro);
-
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 juni 2024 tot de dag van algehele voldoening;
-
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Wijst de vordering voor het overige af.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van Politie Noord-Nederland aan de Staat te betalen een bedrag van 325,00 (zegge: driehonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en
mr. C. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. D. Flanderijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 september 2026.
Mr. A. Jongsma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.