RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377783 / JU RK 26-716
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. B. Bos, kantoorhoudende te Hoorn,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift van 24 april 2026 met bijlagen;
-
het verzoekschrift van 18 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
[de mentor van de moeder] , de mentor van de moeder, aan wie de kinderrechter bijzondere toestemming heeft verleend om bij de zitting aanwezig te zijn;
-
[oma moederszijde] , oma moederszijde;
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader juist is opgeroepen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] . De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] verblijft bij de oma (moederszijde). [de minderjarige 2] verblijft in het verpleegkundig kinderzorghuis [verpleegkundig kinderzorghuis] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 september 2023 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 15 oktober 2025 en 18 november 2025, tot 6 juni 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 oktober 2025 en 18 november 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] verleend in een netwerkpleeggezin (bij de oma), met ingang van 18 november 2025. De machtiging is bij beschikking van 13 maart 2026 verlengd tot 6 juni 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 oktober 2025 en 18 november 2025 tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] verleend in een verpleegkundig kinderzorghuis ( [verpleegkundig kinderzorghuis] ), met ingang van 15 oktober 2025 tot 6 juni 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een pleeggezin (bij de oma), en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. Moeder woont sinds januari 2026 in een beschermde woonvorm. Ondanks de intensieve begeleiding aan de moeder zijn er aanhoudende zorgen over haar vermogen om zelfstandig de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van haar kinderen te dragen. Zij is een liefdevolle moeder die erg haar best doet, de kinderen zijn dol op haar. Maar het is voor haar lastig om dingen te leren en te onthouden, voor zichzelf en voor de opvoeding van haar kinderen. [de minderjarige 2] heeft een medische indicatie en verblijft momenteel, na een langdurige ziekenhuisopname, in het verpleegkundig kinderzorghuis [verpleegkundig kinderzorghuis] . Bij [de minderjarige 1] is sprake van ontwikkelingsproblematiek waarvoor specialistische behandeling ingezet is. Hij verblijft volledig bij de oma. Ten aanzien van beide kinderen wordt momenteel een perspectiefonderzoek uitgevoerd.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat de tijd die nodig is om het perspectiefonderzoek af te ronden en een perspectiefbesluit te nemen meebrengt dat de verlenging van een jaar nog wel nodig is. De GI wil zich inzetten voor contactherstel met de vader maar hiervoor is wel medewerking van de vader zelf nodig en daaraan schort het wel. De GI gaat intern overleggen of dit één van de doelen van de ondertoezichtstelling blijft het komende jaar. Tot slot wil de GI benoemen dat zij blij is met de goede samenwerking met de moeder. De moeder doet erg haar best voor de kinderen en de GI is trots op haar.
4 De standpunten
De moeder is het eens met het verzoek. Zij heeft aangegeven dat zij blij is met haar woongroep in [plaats] en dat alles voor nu goed is zoals het is. De advocaat heeft naar voren gebracht dat de moeder een goede klik heeft met de GI. De moeder is dankbaar dat [de minderjarige 1] bij de oma kan verblijven. Ook begrijpt zij dat de uithuisplaatsing voor [de minderjarige 2] noodzakelijk wordt geacht vanwege zijn behoefte aan specialistische zorg die de moeder niet kan bieden op dit moment. De moeder erkent dat in het verleden praktische zaken zoals het meenemen van de noodtas voor [de minderjarige 2] niet altijd goed zijn gegaan. De moeder is daar nu juist extra alert op. Zij kijkt met een positieve blik naar de situatie.
De oma heeft naar voren gebracht dat alles goed loopt nu. De moeder krijgt de ondersteuning die zij nodig heeft, zowel vanuit haar netwerk als vanuit haar woongroep.
De mentor van de moeder heeft ook aangegeven dat zij heel erg trots is op de moeder. Namens de moeder heeft zij naar voren gebracht dat het voor de moeder onrustig is dat de vader het gezag heeft over [de minderjarige 1] terwijl hij nergens bij betrokken is en geen initiatief toont. De moeder vraagt zich af hoe zij hier het beste mee kan omgaan.
5 De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Door de omstandigheid dat de vader de Nigeriaanse nationaliteit heeft, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek van de GI. Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen.1 Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op de verzoeken van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht.2
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.3 Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.4 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Beide kinderen zijn belast met persoonlijke problematiek waardoor zij een verhoogde opvoedvraag hebben. [de minderjarige 1] heeft een ontwikkelingsachterstand en heeft specialistische ondersteuning nodig. Hij gaat al langere tijd niet naar school maar krijgt vijf dagen per week dagbehandeling (nu nog bij Parlan, straks bij Levvel), waarbij onder meer wordt gewerkt aan het volgen van dagstructuur, het versterken van zijn emotieregulatie en het vergroten van zijn zelfregie. [de minderjarige 2] heeft een kwetsbare medische gezondheid waardoor hij een ademhalingscanule heeft en afhankelijk is van specialistische zorg.
Ook de moeder is belast met persoonlijke problematiek waardoor het haar onvoldoende lukt om aan de verhoogde opvoedvraag van de kinderen te voldoen. De moeder verblijft sinds januari 2026 binnen een beschermde woonvorm in [plaats] , waar zij 24-uurs begeleiding ontvangt gericht op het versterken van haar opvoedvaardigheden en het vergroten van haar zelfredzaamheid.
Gedurende het verblijf van de moeder en [de minderjarige 1] in een moeder-kindhuis werd gezien dat de moeder vanwege haar licht verstandelijke beperking veel sturing en nabijheid nodig heeft in de zorg voor de kinderen. Omdat de moeder overbelast dreigde te raken, is [de minderjarige 1] in november 2025 gedeeltelijk bij de oma geplaatst. Inmiddels verblijft [de minderjarige 1] volledig bij de oma. Daar krijgt hij de structuur, rust en continuïteit die hij nodig heeft en wordt goed aangesloten bij zijn behoeften. De plaatsing van [de minderjarige 1] bij de oma verloopt goed en de oma sluit goed aan bij wat [de minderjarige 1] nodig heeft. De GI is middels een pleegzorgscreening aan het onderzoeken of de plek bij de oma voor de langere termijn passend is voor [de minderjarige 1] .
[de minderjarige 2] is na een langdurige opname in het AMC (Amsterdam Medisch Centrum) overgeplaatst naar het specialistische kinderzorghuis [verpleegkundig kinderzorghuis] . Deze plaatsing is noodzakelijk om zijn veiligheid, continuïteit van zorg en medische ontwikkeling te borgen. Gedurende de bezoeken van de moeder werd gezien dat de moeder onvoldoende aansluit bij de behoeften van [de minderjarige 2] en dat het niet altijd lukt om zich aan de nodige (veiligheids)afspraken te houden rondom de medische zorg voor [de minderjarige 2] . De contactmomenten vinden daarom altijd begeleid plaats. De plaatsing van [de minderjarige 2] bij [verpleegkundig kinderzorghuis] betreft een tijdelijke plek. De GI heeft aangegeven hard op zoek te zijn naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige 2] .
Ter zitting is besproken dat alle betrokkenen achter voortzetting van de huidige plaatsingen van de kinderen staan en dat zowel de kinderen als de moeder de juiste ondersteuning en hulp krijgen. De kinderrechter vindt het positief dat de samenwerking tussen de moeder, de GI en de hulpverlening zo goed verloopt. Het is van belang dat de nodige hulpverlening voor de kinderen en de moeder wordt voortgezet en dat de plaatsingen van de kinderen gewaarborgd worden. Het komende jaar is het nodig dat het perspectiefonderzoek wordt afgerond en dat door de GI een perspectiefbesluit ten aanzien van de kinderen wordt genomen. Daarbij moet ook aandacht zijn voor wat de rol van de vader in het leven van de kinderen is en moet gekeken worden in hoeverre contactherstel tussen de vader en de kinderen haalbaar en in het belang van de kinderen is.
De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt beide maatregelen voor de duur van een jaar.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.5
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 6 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin tot 6 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. P.E. van der Veen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 12 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.