ECLI:NL:RBMNE:2026:7058

Datum uitspraak
16-09-2026
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/16/615853 / FL RK 26-911
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige zorgregeling, grensoverschrijdend gedrag vader (dat hij erkent), is niet acceptabel, betekent niet dat hij vaderrol niet kan vervullen. Wel moet hij ervaring kunnen opdoen, en is hulp/mediation nodig.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Lelystad

Zaaknummer: C/16/615853 / FL RK 26-911

Provisionele voorziening – zorgregeling

Beschikking van 16 september 2026

in de zaak van:

[vader] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. P. Bosma,

tegen

[moeder] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A.S. Bissumbhar.

1 1 De procedure

1.1

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 4 augustus 2026;

  • het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder, met daarin een zelfstandig verzoek, binnengekomen op 24 augustus 2026;

  • het bericht (met bijlagen) van de vader van 26 augustus 2026;

  • het verweerschrift (met bijlagen) van de vader op het zelfstandig verzoek van de moeder, binnengekomen op 27 augustus 2026;

  • de brief (met bijlagen) van de moeder van 30 augustus 2026.

1.2

De verzoeken in de voorlopige voorziening zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 2 september 2026. Daarbij waren aanwezig: de ouders met hun advocaten en [A] en [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2 2 Waar de procedure over gaat

2.1

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.

2.2

Zij zijn de ouders van: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.

2.3

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over haar moeten nemen.

2.4

De vader vraagt de rechtbank:

in de voorlopige voorziening:

I. te beslissen dat de vader omgang heeft met [minderjarige] iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en iedere zaterdag of zondag (ieder weekend afwisselend) van 10.00 uur tot 12.00 uur;

in de bodemprocedure:

II. te beslissen dat de vader omgang heeft gedurende een periode van drie maanden na deze beschikking iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en iedere zaterdag of zondag (afwisselend) van 10.00 uur tot 12.00 uur; vervolgens gedurende een periode van drie maanden iedere zaterdag of zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur (afwisselend) en iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en voor de periode daarna te beslissen dat de vader omgang heeft één weekend in de veertien dagen van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagmiddag 17.00 uur en iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en voorts te beslissen dat [minderjarige] in ieder geval bij de vader is tijdens de zomervakantie voor een aaneengesloten periode van twee weken; (uitgangspunt schoolvaknaties basisscholen in regio Noord/ [woonplaats] ), met dien verstande dat de termijn waarvoor een voorlopige voorzieningen wordt getroffen in mindering strekt in de bodemprocedure voorgestelde periodes;

III. althans een beslissing te nemen die volgens de rechtbank in het belang van [minderjarige] moet worden geacht.

2.5

De moeder is het hier niet mee eens en wil dat deze verzoeken worden afgewezen. De moeder vraagt de rechtbank te bepalen dat de vader als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] een bedrag van € 311,- per maand betaalt, met ingang van 8 juni 2026.

3 De beoordeling

Voorlopige voorziening – voorlopige zorgregeling

3.1

De rechtbank zal het verzoek van de vader (met enige aanpassingen) toewijzen en bepalen dat er een voorlopige zorgregeling tussen hem en [minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij er door middel van een opbouw naar de verzochte weekendregeling wordt toegewerkt. De regeling ziet er als volgt uit:

- stap 1: gedurende vier weken (dus in totaal vier keer) vindt er wekelijks op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) één uur contact plaats tussen de vader en [minderjarige] in de bibliotheek (of een andere openbare plek als de ouders het daarover eens zijn), waarbij de moeder er de eerste 30 minuten bij is en de volgende 30 minuten weggaat / op afstand blijft, zodat de vader dan voor [minderjarige] zorgt en een boekje met haar kan bekijken en/of spelen, etc.;

- stap 2: gedurende vier weken (dus in totaal acht keer) vindt er twee keer in de week één uur contact tussen de vader en [minderjarige] plaats, op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) om 11.00 uur en daarnaast op woensdag om 16.00 uur, in de bibliotheek (of een andere openbare plek, als de ouders het daarover eens zijn), waarbij de moeder er de eerste 15 minuten bij is, en de volgende 45 minuten weggaat / op afstand blijft, zodat de vader dan voor [minderjarige] zorgt, een boekje met haar kan bekijken en/of spelen, etc.;

- stap 3: gedurende vier weken (dus in totaal acht keer) vindt er twee keer in de week contact tussen de vader en [minderjarige] plaats, op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) om 11.00 uur tot 12.00 uur, en daarnaast op woensdag om 16.00 uur tot 17.30 uur, waarbij het contact plaatsvindt bij de vader thuis. De moeder brengt [minderjarige] en blijft de eerste 15 minuten bij het contact, daarna vertrekt ze. De moeder haalt [minderjarige] ook weer op. Als de moeder het niet fijn vindt om alleen naar de vader toe te gaan en daar 15 minuten te zijn, dan mag zij iemand meenemen, bijvoorbeeld haar moeder of een vriendin. Ook deze persoon blijft niet langer dan 15 minuten aanwezig en deze persoon gaat mee ter ondersteuning van de moeder, dus niet om het contact met [minderjarige] te begeleiden. De moeder moet vooraf via de app of e-mail aan de vader laten weten wie zij meeneemt;

- stap 4: daarna geldt de voorlopige zorgregeling zoals door de vader gevraagd: iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en iedere zaterdag of zondag (ieder weekend afgewisseld) van 10.00 uur tot 12.00 uur, zonder begeleiding en bij de vader thuis, waarbij de moeder [minderjarige] brengt en weer ophaalt.

Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

3.2

Het uitgangspunt van de wet is dat ieder kind recht heeft op omgang met, en op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders die samen het gezag hebben.1 Ook geeft het ouderlijk gezag aan de ouders het recht én de plicht om hun kind te verzorgen en op te voeden.2

3.3

Concreet betekent dit dat [minderjarige] er recht op heeft dat haar vader een rol van betekenis in haar leven speelt, en regelmatig voor haar zorgt. Dit is ook de reden van het verzoek: de vader wil zijn vaderrol graag invullen. De rechtbank neemt dit recht van [minderjarige] op verzorging door haar vader als uitgangspunt en vindt daarom dat er een voorlopige zorgregeling moet komen. [minderjarige] is nog heel klein en het is fijn als zij al vanaf jonge leeftijd gewend raakt aan haar moeder én haar vader in haar leven.

3.4

De rechtbank heeft ook geluisterd naar de moeder en gehoord en gezien dat zij zich zorgen maakt. Daar zijn, op hoofdlijnen, twee redenen voor, die de rechtbank hier een voor een zal bespreken.

3.5

Ten eerste hebben de zorgen van de moeder te maken met het gedrag van de vader tijdens de relatie. De moeder heeft hierover verteld tijdens de zitting en ook appjes bij de processtukken gevoegd. Zij heeft gezegd dat zij in de loop van de tijd anders tegen gebeurtenissen tijdens de relatie aan is gaan kijken. Zij ziet nu dat haar (seksuele) grenzen werden overschreden. Tijdens de zitting en in de apps heeft de rechtbank gezien dat de vader – deels – ook erkent dat hij de grenzen van de moeder soms niet herkend of erkend heeft. De rechtbank heeft er begrip voor dat dit de moeder ook nu nog veel pijn doet. Deze gebeurtenissen tussen de ouders maken echter niet dat de vader alleen om die reden zijn vaderrol nu niet in zou moeten kunnen vullen. Wel maakt dit het voor de moeder heel moeilijk om emotionele toestemming te geven voor het contact tussen [minderjarige] en haar vader. Dat betekent: de moeder kan wel meewerken aan contact (uit zichzelf, of omdat het van de rechtbank moet), maar ze staat er gevoelsmatig niet geheel achter. Dat is onwenselijk, omdat [minderjarige] dit – zo klein als ze is – kan aanvoelen of anders dat later kan gaan voelen. Dat kan het ontwikkelen van een goede band met haar vader in de weg staan. Het is daarom heel belangrijk, zoals tijdens de zitting ook door de Raad geadviseerd, dat de ouders samen met mediation (bij voorkeur door een psycholoog-mediator) en eventueel hulpverlening aan de slag gaan. Zij hebben tijdens de zitting ook afgesproken dit te zullen gaan doen. Op die manier kan worden bekeken wat er nodig is om gebeurtenissen uit de relatie te verwerken, wat er nodig is voor de emotionele toestemming, hoe de vader kan laten zien dat hij serieus en verantwoordelijk wil zijn, en hoe de ouders verder kunnen als ouders van [minderjarige] , in een zo goed mogelijke samenwerking in het belang van hun dochter.

3.6

Ten tweede hebben de zorgen van de moeder betrekking op hoe de vader met [minderjarige] omgaat. Hij heeft haar, zo vertelt de moeder, meerdere keren hardhandig vastgepakt en lijkt onvoldoende te doen met tips en feedback. De vader zegt wel dat hij wil leren, aldus de moeder, maar zijn gedrag is - zeker als er geen anderen bij zijn - heel anders. Om deze reden vindt de moeder dat er begeleiding bij de omgang moet zijn, het liefst van een professional, of als dat niet kan, dat zij zelf aanwezig moet blijven. De vader vindt dit niet nodig. Hij erkent dat hij de ervaring mist die de moeder al wel heeft met [minderjarige] , maar hij probeert naar haar te luisteren en staat open voor tips of hulp in de vorm van opvoedondersteuning. De rechtbank vindt, net als de Raad, professionele omgangsbegeleiding niet nodig. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat er objectieve zorgen zijn over de veiligheid van [minderjarige] . De foto's die de moeder heeft laten zien zijn zonder context niet bruikbaar: een striem of een blauwe plek op de romp kan een oudere baby / dreumes, die begint te rollen en kruipen, oplopen zonder dat een ouder daar echt iets aan kan doen. Ook heeft de moeder gezegd dat zij niet denkt dat de vader [minderjarige] expres pijn zou doen. De rechtbank denkt wel dat de vader wat hulp kan gebruiken; dat geldt eigenlijk voor alle jonge en onervaren. De moeder heeft inmiddels die ervaring, en heeft bovendien de volledige zorg voor [minderjarige] , maar de vader heeft die ervaring nog niet kunnen opdoen. Dit is de reden dat de rechtbank vindt dat de moeder eerst nog bij een deel van de contactmomenten moet zijn. Zij kan de vader dan tips geven en laten zien hoe hij [minderjarige] kan verzorgen. Ook kan zij zo aan [minderjarige] laten zien dat het goed is dat de vader ook af en toe voor haar zorgt. Vervolgens moet de vader echter wel de ruimte krijgen dit zelf te gaan doen. In de bibliotheek, of bij ex-schoonouders, is die ruimte er onvoldoende. Daarom moet het contact in stapjes bij de vader thuis plaats gaan vinden.

3.7

Tot slot merkt de rechtbank nog op dat de ouders tijdens de zitting openhartig en eerlijk hebben verteld over hun situatie. Zij zijn nog jong, en de komst van [minderjarige] was voor hen ongepland. Daarom hadden zij in hun leven en in hun relatie nog niet een kant en klare plek voor [minderjarige] , en was dit voor hen allebei ontzettend wennen. Dat is geen makkelijke uitgangspositie: de komst van een baby zet sowieso al een heleboel op zijn kop, en dat geldt nog meer als die komst niet gepland was en de relatie ook nog eens onder zware druk komt te staan en vervolgens eindigt. Maar de rechtbank heeft wel twee ouders gezien die nu allebei heel blij zijn dat hun dochter er is, en die hun ouderrol op een goede manier willen invullen en het belang van [minderjarige] daarbij voorop willen zetten. Dat is een mooie basis. De rechtbank hoopt dat de ouders met behulp van mediation en eventueel hulpverlening verder gaan werken aan het invullen van hun gezamenlijk ouderschap.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.8

De rechtbank zal de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

De kosten van deze procedure

3.9

De rechtbank zal beslissen dat partijen beiden hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.

Bodemprocedure

3.10

De beslissing over de (definitieve) zorgregeling wordt aangehouden, omdat de ouders met hulp van een mediator met elkaar willen praten. Zoals hiervoor is overwogen kan in mediation worden bekeken wat er nodig is om gebeurtenissen uit de relatie te verwerken, wat er voor de moeder nodig is voor de emotionele toestemming, en hoe de vader kan laten zien dat hij serieus en verantwoordelijk wil zijn. De rechtbank wil van de ouders over uiterlijk zes maanden (maar eerder mag ook) een bericht krijgen of zij er wel of niet samen zijn uitgekomen en hoe zij willen dat het verder gaat in deze procedure.

3.11

De beslissing over de kinderalimentatie wordt ook aangehouden in afwachting van een nog te bepalen zitting.

4 De beslissing

De rechtbank:

in de voorlopige voorziening

4.1

stelt voorlopig, totdat anders wordt beslist of tussen de ouders wordt overeengekomen, de volgende gefaseerde zorgregeling vast:

  • stap 1: gedurende vier weken (dus in totaal vier keer) vindt er wekelijks op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) één uur contact plaats tussen de vader en [minderjarige] in de bibliotheek (of een andere openbare plek als de ouders het daarover eens zijn), waarbij de moeder er de eerste 30 minuten bij is en de volgende 30 minuten weggaat / op afstand blijft, zodat de vader dan voor [minderjarige] zorgt en een boekje met haar kan bekijken en/of spelen, etc.;

  • stap 2: gedurende vier weken (dus in totaal acht keer) vindt er twee keer in de week één uur contact tussen de vader en [minderjarige] plaats, op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) om 11.00 uur en daarnaast op woensdag om 16.00 uur, in de bibliotheek (of een andere openbare plek, als de ouders het daarover eens zijn), waarbij de moeder er de eerste 15 minuten bij is, en de volgende 45 minuten weggaat / op afstand blijft, zodat de vader dan voor [minderjarige] zorgt, een boekje met haar kan bekijken en/of spelen, etc.;

  • stap 3: gedurende vier weken (dus in totaal acht keer) vindt er twee keer in de week contact tussen de vader en [minderjarige] plaats, op zaterdag of zondag (onderling af te stemmen) om 11.00 uur tot 12.00 uur en daarnaast op woensdag om 16.00 uur tot 17.30 uur, waarbij het contact plaatsvindt bij de vader thuis. De moeder brengt [minderjarige] en blijft de eerste 15 minuten bij het contact, daarna vertrekt ze. De moeder haalt [minderjarige] ook weer op. Als de moeder het niet fijn vindt om alleen naar de vader toe te gaan en daar 15 minuten te zijn, dan mag zij iemand meenemen, bijvoorbeeld haar moeder of een vriendin. Ook deze persoon blijft niet langer dan 15 minuten aanwezig en deze persoon gaat mee ter ondersteuning van de moeder, dus niet om het contact met [minderjarige] te begeleiden. De moeder moet vooraf via de app of e-mail aan de vader laten weten wie zij meeneemt;

  • stap 4: daarna geldt de voorlopige zorgregeling zoals door de vader gevraagd: iedere woensdag van 16.00 uur tot 17.30 uur en iedere zaterdag of zondag (ieder weekend afgewisseld) van 10.00 uur tot 12.00 uur, zonder begeleiding en bij de vader thuis, waarbij de moeder [minderjarige] brengt en weer ophaalt.

4.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.3

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

4.4

wijst de verzoeken van de vader voor het overige af.

in de bodemprocedure

4.5

houdt de beslissing over de (definitieve) zorgregeling aan voor de duur van uiterlijk zes maanden (maar eerder mag ook) in afwachting van de uitkomst van de mediation, met het verzoek aan de advocaten om tijdig voor die datum te laten weten:

  • of meer uitstel nodig is en zo ja, voor hoe lang;

  • of een nieuwe zitting nodig is;

  • of de rechtbank een beslissing kan nemen zonder nieuwe zitting;

4.6

houdt de beslissing over de kinderalimentatie aan voor een nog te bepalen zitting.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.M. Atema, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

Tegen deze beschikking kan door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »