ECLI:NL:RBMNE:2014:603
Inhoudsindicatie
Bemiddelingsovereenkomst. Belangenverstrengeling rentmeester. Dienen van twee heren. Geen aanspraak op loon (7:418 BW). Beroep op dwaling jegens overnemende partij na contractsoverneming (6:159 BW). Benoeming deskundige ter vaststelling van schade.
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 6:89 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 6:119 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 6:159 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 6:230 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 7:401 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 7:417 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 7:418 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 7:425 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 7:427 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBGEL:2020:7145 — 26-08-2020 Rb. Gelderland Civiel recht
Artikel 7:417 BW, 7:418 BW, 7:407 BW, makelaars, dienen van twee heren, belangenverstrengeling, schade - ECLI:NL:HR:2025:1388 — 26-09-2025 Hoge Raad Civiel recht
Verbintenissenrecht. Bemiddelingsopdracht. Schending van mededelingsplicht van art. 7:418 BW? Onderzoeksplicht van opdrachtgever? Begroting van schade. Kansschade? Grenzen van rechtsstrijd in hoger beroep. Ingangsdatum wettelijke rente. - ECLI:NL:GHAMS:2024:860 — 09-04-2024 Hof Amsterdam Civiel recht
tussen partijen is in geschil of tussen SEG en De Vrij een bemiddelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:425 BW is ontstaan. Voorts is de vraag aan de orde of op SEG een mededelingsplicht rustte om De Vrij te informeren over haar eigen financiële belang bij de totstandkoming… - ECLI:NL:RBAMS:2022:1770 — 06-04-2022 Rb. Amsterdam Civiel recht
Sports Entertainment Group Football (SEG) moet een profvoetballer 4,75 miljoen euro schadevergoeding betalen. - ECLI:NL:GHSHE:2026:34 — 13-01-2026 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
Schending van de zorgplicht en bestuurdersaansprakelijkheid van de adviseur/directievoerder jegens opdrachtgever? Heeft adviseur via een betalingsconstructie het ertoe geleid dat door de opdrachtgever betalingen zijn verricht waarvoor geen grond bestaat?